U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Zorg›Ziekenhuiszorg›Ziekenhuiszorg: Zijn er verschillen naar etniciteit?
In 2005 waren er 266.812 ziekenhuisopnamen voor niet-westerse allochtonen. Dit is bijna 9% van het totaalaantal ziekenhuisopnamen in Nederland. Het aantal ziekenhuisopnamen per 1.000 inwoners onder niet-westerse allochtonen is hoger dan onder autochtonen (zie tabel 1). Voor een vergelijking van de etnische groepen is uitgegaan van cijfers die gecorrigeerd zijn voor leeftijd en geslacht in verband met grote verschillen in leeftijdsopbouw tussen de etnische groepen en het feit dat het aantal ziekenhuisopnamen sterk afhangt van de leeftijd (zie tabel 1). Er is niet gecorrigeerd voor gezondheidsverschillen.
Van de bevolking tot 60 jaar hebben Turken de meeste ziekenhuisopnamen per 1.000 inwoners, gevolgd door Surinamers (zie tabel 1). Dit geldt ook voor de dagopnamen, voor zowel mannen als vrouwen. Het aantal klinische opnamen is bij Turken ook aanzienlijk hoger en het laagst bij autochtonen. Turken liggen daarentegen korter in het ziekenhuis bij een klinische opname. De gemiddelde verpleegduur is het hoogst bij Surinamers en Antillianen/Arubanen.
Zie voor meer informatie Ziekenhuisopnamen naar etniciteit voor ziekten en aandoeningen.
Zie ook:
Tabel 1: Niet-westerse allochtonen en ziekenhuisopnamen in 2005 van personen tot 60 jaar, gestandaardiseerd a naar leeftijd en geslacht van de totale bevolking (bron: CBS StatLine).
Opnamen per 1.000 inwoners
Dagopnamen per 1.000 inwoners
Klinische opnamen per 1.000 inwoners
Gemiddelde verpleegduur (van klinische opnamen)
Totale bevolking
141,8
65,9
75,9
5,2
Autochtonen
141,3
66,1
75,2
5,1
Allochtoon totaal
143,7
65,0
78,6
5,4
Niet westerse allochtonen, waarvan:
155,3
69,4
85,8
Turken
178,5
82,1
96,4
Marokkanen
153,0
65,7
87,4
Surinamers
162,9
76,4
86,5
5,8
Antillianen en Arubanen
155,7
68,0
87,8
5,7
Overige
135,8
58,8
77,0
5,5
a Er is gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000.
Figuur 1: Aantal ziekenhuisopnamen per 10.000 inwoners van 18-60 jaar in 2005 naar herkomst en type opname, gestandaardiseerd naar de bevolking van 2005 (Bron: LMR, 2005).
In alle herkomstgroepen is het totale aantal ziekenhuisopnamen toegenomen in de periode 1995-2005. Deze stijgende trend is zowel bij mannen als bij vrouwen te zien (niet weergegeven). Deze toename vindt grotendeels plaats vanaf 2001 en valt samen met de invoering van het actieplan ‘Zorg Verzekerd’ van het ministerie van VWS in 2001. Dat plan was gericht op het verkorten van de wachtlijsten in de ziekenhuiszorg door het ter beschikking stellen van extra geld. Opgesplitst naar type opname verschillen de trends tussen dagopnamen en klinische opnamen (niet weergegeven). Het aantal dagopnamen is in de periode 1995-2005 sterk toegenomen, zowel bij mannen als bij vrouwen. Hier staat tegenover dat het aantal klinische ziekenhuisopnamen bij mannen en vrouwen in de periode 1995-2005 niet significant is veranderd. Na een lichte afname is het aantal vanaf 2002 weer toegenomen, waardoor het niveau in 2005 vergelijkbaar is met dat in 1995.
Figuur 2: Totaal aantal ziekenhuisopnamen (dag en klinisch) in 1995-2005 per 10.000 inwoners van 18-60 jaar, gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: LMR, 1995-2005).
Naar boven