Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekenhuiszorg en medisch-specialistische zorg
Vraag en gebruik

Hoe groot is het gebruik en neemt het toe of af?

Ziekenhuiszorg Medisch-specialistische zorg

Ziekenhuiszorg

Meer mensen in ziekenhuis opgenomen

In 2005 werd 11,5% van de Nederlandse bevolking in een ziekenhuis opgenomen voor een klinische of dagopname. In 1995 was dit nog 9,8% (zie tabel 1). De stijging doet zich vooral voor bij nuljarigen en mensen van 45 jaar en ouder. De stijging van het aantal opgenomen personen vanaf 2002 kan voor een deel worden toegeschreven aan de uitvoering van het actieplan 'Zorg Verzekerd' van het ministerie van VWS. Dit actieplan was erop gericht de wachtlijsten in de ziekenhuiszorg te verkorten door het ter beschikking stellen van extra geld (CBS, 2005). De cijfers zijn gebaseerd op een koppeling van de gegevens uit de LMR en de GBA (De Bruin et al., 2003).

Meer opnamen, maar patiënten liggen korter in ziekenhuis

De gemiddelde verpleegduur bij een klinische opname in een ziekenhuis is in de jaren 1994 tot en met 2005 met ruim 30% gedaald (zie figuur 1). In 2005 lag een patiënt bij een klinische opname gemiddeld 6,8 dagen in het ziekenhuis. Het totaal aantal ziekenhuisopnamen (zowel klinische als dagopnamen) is toegenomen tussen 1994 en 2005. Dit komt vooral door een verdubbeling van het aantal dagopnamen. Deze zijn met bijna 120% toegenomen tussen 1994 en 2005. De klinische opnamen zijn ten opzichte van 1994 ongeveer gelijk gebleven. Hierbij valt wel op dat deze opnamen in de periode 1994-2001 eerst zijn gedaald en vanaf 2002 weer zijn gestegen. Er waren in 2005 ruim 3 miljoen ziekenhuisopnamen (zowel dag- als klinische opnamen). Zie voor meer informatie Ziekenhuisopnamen, verpleegdagen, verpleegduur en kosten naar ziekten en aandoeningen en Voor welke ziekten en aandoeningen wordt ziekenhuiszorg veel gebruikt?

Minder bedden verkeerd bezet

Het deel van de bezette ziekenhuisbedden dat wordt bezet door mensen die wachten op vervolgzorg (verkeerde-bed-problematiek) is tussen 2001 en 2006 gedaald van 6,1% naar 3,1% (Prismant, 2007a). In de afgelopen jaren heeft een aantal ziekenhuizen in samenwerking met verpleeghuizen transmurale afdelingen opgezet die de doorstroom richting vervolgzorg moeten verbeteren (Borghans & Hartingsveldt, 2007).

Tabel 1: Percentage personen in de bevolking met één of meer ziekenhuisopnamen per jaar gecorrigeerd voor leeftijd (bron: CBS StatLine en aanvullende bewerkingen door CBS).

1995

1998

2001

2003

2005

Totaal

9,8

9,9

9,8

10,7

11,5

Geslacht

Mannen

9,1

9,0

8,8

9,5

10,1

Vrouwen

10,6

10,9

10,8

11,9

12,9

Leeftijd

0 jaar

49,6

52,1

55,0

56,5

59,9

1 tot 20 jaar

6,9

6,6

5,9

6,3

6,3

20 tot 45 jaar

7,3

7,4

7,3

8,0

8,5

45 tot 65 jaar

9,1

9,2

9,3

10,5

11,7

65 jaar of ouder

18,6

19,1

19,1

21,2

23,1

Figuur 1: Trends in het aantal klinische opnamen, dagopnamen en de gemiddelde verpleegduur van 1994 tot en met 2005 gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht en geïndexeerd (1994 is 100) (bron: LMR, bewerkt door het RIVM).

Trends_ziekenhuisopnamen

Medisch-specialistische zorg

Meer dan 40 procent van de bevolking contact met medisch specialist

Het percentage personen in de Nederlandse bevolking dat minimaal één keer per jaar contact heeft met een medisch specialist, neemt sinds 2002 licht toe (zie tabel 2). Dit betreft zelfgerapporteerd zorggebruik (zie ook: POLS, gezondheid en welzijn). Dit percentage stijgt van 38% in 2002 naar 41% in 2007. In 1981 bezocht bijna 37% van de bevolking minimaal één keer per jaar de specialist. In de jaren erna steeg dit percentage licht, waarna het in de jaren negentig weer daalde. In 2002 nam het percentage personen dat contact heeft met de medisch specialist weer toe. De nettotoename ten opzichte van 1981 is deels een gevolg van veroudering (CBS, 2006l). Maar bij de recente toename vanaf 2002 speelt ook het wegwerken van wachtlijsten in het kader van het actieplan 'Zorg verzekerd' een rol: de kans om een specialist te bezoeken is voor alle leeftijden gestegen (zie tabel 2), niet alleen bij ouderen.

Heelkunde en oogheelkunde meest bezochte poliklinieken

Verreweg de meeste eerste polikliniekbezoeken worden gebracht aan de poliklinieken Heelkunde en Oogheelkunde (zie tabel 3). Bij 30% van alle specialistencontacten betreft het een eerste contact (CBS StatLine). Bij ruim 70% gaat het om een herhalingsbezoek. Deze percentages zijn sinds 2000 redelijk stabiel en zijn voor mannen en vrouwen hetzelfde. Gemiddeld hebben zij in 2007 4,5 keer per jaar contact met een specialist. Bij vrouwen ligt dit iets hoger dan bij mannen, respectievelijk 4,7 en 4,2 contacten. In Den Haag gaan relatief de meeste mensen naar de medisch specialist, zie atlasJaarlijks contact met medisch specialist 2005-2008.

Voor meer informatie over diagnoses op basis waarvan personen worden doorverwezen naar een medisch specialist zie ook: Hoe vaak en waarvoor verwijzen huisartsen door?

Tabel 2: Percentage personen in de bevolking met minimaal één contact met een medisch specialist per jaara ( CBS StatLine).

2002

2003

2004

2005

2006

2007

Totaal

38,0

38,7

39,0

40,0

40,2

41,0

Geslacht

Mannen

34,4

36,4

36,1

37,8

37,2

37,9

Vrouwen

41,7

40,9

41,9

42,2

43,3

44,0

Leeftijd

0-19 jaar

29,6

29,3

27,9

30,7

29,2

31,5

20-45 jaar

34,6

33,8

34,5

34,7

34,8

35,1

45-65 jaar

40,5

43,5

43,7

43,7

46,0

44,8

65 jaar of ouder

59,3

60,6

63,0

64,4

62,9

64,8

a Hieronder vallen niet de contacten met de specialist tijdens opname in een ziekenhuis.

Tabel 3: Aantal eerste polikliniekbezoeken in 2005 naar specialisme a (bron: LAZR, bewerkt door het RIVM).

Specialisme

Aantal eerste polibezoeken (x 1.000) b

Heelkunde, algemeen

1.369

Oogheelkunde

1.100

Inwendige geneeskunde, algemeen

780

Cardiologie

662

Orthopedie

655

Keel-, neus-, oorheelkunde

648

Dermatologie, algemeen

617

Verloskunde en gynaecologie

565

Neurologie

516

Mondziekten/kaakchirurgie,algemeen

354

a Psychiatrie en zelfstandige orthodontisten en kaakchirurgen zijn niet meegenomen.

bAfgerond op duizentallen.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GBA
Gemeentelijke Basis Administratie
LMR
Landelijke Medische Registratie (Prismant)
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws

Definities

Dagopname
Bij opname in een ziekenhuis wordt onderscheid gemaakt tussen dagopnamen (of dagverpleging) en klinische opnamen. Bij dagopnamen gaat het om een aantal uren durende vorm van verpleging in een ziekenhuis in verband met het op dezelfde dag plaatsvinden van een onderzoek of behandeling.
Klinische opname
Bij opname in een ziekenhuis wordt onderscheid gemaakt tussen dagopnamen (of dagverpleging) en klinische opnamen. Klinische opnamen betreffen de ziekenhuisopnamen die meestal langer dan één dag duren.
transmurale zorgprojecten
zorgverlening waarbij diverse zorgaanbieders in zowel de eerste- als tweedelijn betrokken zijn
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.