Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Verpleging en verzorging
Toegankelijkheid

Zijn de vraag en het aanbod voldoende op elkaar afgestemd?

Wachtlijsten Zorg in relatie tot personeel

Wachtlijsten

Merendeel wachtenden wacht op zorg met verblijf

Op 1 januari 2005 stonden 52.000 mensen op de wachtlijst (2.200 minder dan eind 2003), waarvan 69% (circa 36.000) wachten op zorg met verblijf. De wachtlijsten voor verpleging en verzorging zijn tussen 2002 en 2004 gedaald met 30% (ondanks het toenemende aantal indicaties). Voor zorg met verblijf bedroeg de daling 20% en voor zorg zonder verblijf 45% (CVZ, 2005c). De gemiddelde wachttijd daalde ook, behalve voor de thuiszorg. Van alle wachtenden op verpleging en verzorging maakte 65% gebruik van overbruggingszorg (meestal thuiszorg) (Van Gameren, 2005).

Zie voor meer informatie ook:


Zorg in relatie tot personeel

Onvoldoende personeel in de toekomst?

Er is sprake van twee trends die samen zullen optreden: de vraag naar zorg neemt de komende jaren toe én het aantal beroepskrachten in de zorg zal gelijk blijven of afnemen. Het is de vraag of op de lange termijn (in 2014) er voldoende aanbod van arbeidskrachten voor verpleging en verzorging zal zijn (Van der Windt & Talma, 2005). Met name in de thuiszorg kunnen binnen enkele jaren belangrijke knelpunten ontstaan.

Op korte termijn voldoende personeel in zorg met verblijf

Voor de verpleeg- en verzorgingshuizen zijn er op de korte termijn geen problemen in de personeelsvoorziening te verwachten. Wel is de verwachting dat vanaf 2007 de vraag naar verpleging en verzorging het aanbod weer kan gaan overstijgen. Dat heeft vooral te maken met het tekortschieten van het aanbod van verzorgenden (onder andere als gevolg van de verwachte toename van het verloop) (De Jongh et al., 2006) (Van Essen et al., 2004). In 2003 waren ruim 139.000 personen werkzaam in verpleeg- en verzorgingshuizen (76.000 in verpleeghuizen en 63.000 in verzorgingshuizen) (RegioMarge, 2005). Het verloop (het deel dat het beroep niet meer uitoefent) was 3,4% in 2004.

Mogelijke knelpunten in de thuiszorg op korte termijn

Gelet op de verwachte inkrimping van de beroepsbevolking en gezien de verwachte omvangrijke vraagontwikkeling zouden er binnen nu en een aantal jaren binnen de thuiszorg wel eens belangrijke knelpunten kunnen ontstaan, zeker als de economie weer aantrekt (De Bakker et al., 2005). De thuiszorg telt meer dan 67.000 personeelsleden in 2004 (RegioMarge, 2005). Het nettoverloop van personeel in de thuiszorg bedraagt 4,6% (De Jongh et al., 2006). De vraag naar verpleegkundigen en verzorgenden in de thuiszorg zal in de periode 2005-2020 met 6,6% toenemen (De Bakker et al., 2005).

Vooruitzichten kunnen per regio variëren

In de meeste regio’s zijn er tot 2007 weinig problemen te verwachten. Op de lange termijn zijn de vooruitzichten voor de regio’s divers (Van der Windt & Talma, 2005). Zo is het tempo van de vergrijzing sterk uiteenlopend. Het aandeel 75+ers loopt in de periode 2003-2010 uiteen van een afname in Amsterdam met 2,6% tot een toename van ruim 25% in de regio’s Noord- en Zuid-Oost Brabant. Ook in het aanbod van verpleging en verzorging zijn er grote verschillen tussen de regio’s waar te nemen (IJssel-Vecht met bijna 9% afname en ’t Gooi met bijna 15% toename).

Zie ook atlas65-plussers per gemeente 2010-2040 en atlasAantal en capaciteit instellingen voor verpleging en verzorging.

Ook potentieel herintreders loopt uiteen

Om de voorziene discrepantie tussen aanbod en vraag in regio's op te kunnen lossen is het denkbaar herintreders aan te trekken. Het potentieel aan herintreders loopt waarschijnlijk sterk uiteen tussen de verschillende regio's (van de 45-54-jarigen in Zuid-Limburg werkt 48% en in Kennemerland 69%). De mogelijkheden om herintreders te trekken lijken voor Zuid-Limburg groter (Van der Windt & Talma, 2005).

Invloed WMO op aansluiting vraag en aanbod nog onbekend

Het regeringsbeleid voorziet in een overheveling van delen van de thuiszorg vanuit de AWBZ naar gemeenten via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). In hoeverre dat gevolgen heeft voor de toekomstige aansluiting tussen vraag en aanbod is nog niet aan te geven.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bakker DH de, Polder JJ, Sluijs EM, Treurniet HF (eindred.).Op één lijn. Toekomstverkenning eerstelijnszorg 2020. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2005.
  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Rapportage landelijke wachtlijstmeting 1 januari 2005. Diemen: CVZ, 2005c.
  • Essen G van, Josten E, Meihuizen H.Arbeid in zorg en welzijn, Integrerend OSA-rapport. Tilburg, 2004.
  • Gameren E van.Regionale verschillen in de wachtlijsten verpleging en verzorging. Een empirisch onderzoek naar verklarende factoren. Den Haag: SCP, 2005.
  • Jongh DM de, Veer AJE de, Bolle FJJ, Kruijf JTHCM de.De aantrekkelijkheid van het beroep 2005: een peiling onder het panel Verpleegkundigen en verzorgenden. Utrecht: Nivel, 2006.
  • RegioMarge.www.AZWinfo.nl - Databank. RegioMarge, 2005.
  • Windt W van der, Talma H.De arbeidsmarkt voor verpleegkundigen, vezorgenden en sociaal-pedagogen in de zorgsector 2004-2008. Utrecht: Prismant, 2005.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

AWBZ
Algemene wet bijzondere ziektekosten
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.