Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Verpleging en verzorging
Terreinbeschrijving en organisatie

Waaruit bestaan de zorgvraag en het zorgaanbod?

Zorgvraag Zorgaanbod Van zorgvraag naar zorgaanbod

Op deze pagina komen de vraag naar, het aanbod van en het proces van vraag naar aanbod van verpleging en verzorging aan de orde. Bij al deze onderdelen zijn naast de zorgvragers en zorgaanbieder veel partijen indirect betrokken. Een overzicht van deze partijen vindt u in Welke partijen zijn betrokken bij Verpleging en Verzorging?


Zorgvraag

Gevolgen van ziekten meer bepalend voor vraag dan ziekte zelf

Met name bij ouderen met chronische aandoeningen is vraag naar verpleging en verzorging (zie ook algemeen zorggebruik en gebruik naar ziekten en aandoeningen bij Verpleging en verzorging).

De gevolgen van ziekten en aandoeningen, zoals psychische en fysieke beperkingen, zijn veel meer bepalend voor vraag en gebruik dan de aandoening zelf (Van den Berg Jeths et al., 2004). Ook de ervaren gezondheid blijkt een determinant voor de vraag verpleging en verzorging. Onder gebruikers van verpleging en verzorging heeft de ervaren gezondheid vooral invloed op de keuze ‘zorg thuis’ enerzijds en ‘permanente opname’ anderzijds (Timmermans & Woittiez, 2004b).

Aanwezigheid beperkingen voorwaarde voor verkrijgen van zorg

De aanwezigheid van beperkingen is een voorwaarde voor het verkrijgen van de meeste vormen van verpleging en verzorging. De belangrijkste determinant is de beperking in huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen. Ook mobiliteitsbeperkingen en beperkingen in de algemeen dagelijkse levensverrichtingen zijn van belang, hetzij in mindere mate. De potentiële vraag naar de meeste zorgpakketten wordt daarnaast sterk beïnvloed door de aanwezigheid van psychische beperkingen. Gebruikers van zorg met opname hebben niet alleen ernstiger, maar ook meer verschillende beperkingen (Timmermans & Woittiez, 2004a).

Zie voor meer informatie over lichamelijke beperkingen ook Ziekten en aandoeningen: Lichamelijk functioneren.

Ook externe factoren bepalen zorgvraag

Naast ziekte en beperkingen bij de zorgvrager bepalen ook externe factoren de omvang en aard van de zorgvraag, zoals:

  • verdergaande extramuralisering: stimuleren van zorgvragers om zo veel mogelijk thuis te blijven wonen door o.a. aanscherping indicatiestelling en sturing vanuit rijksoverheid
  • technologische ontwikkelingen die het mogelijk maken om langer zelfstandig te blijven wonen
  • opnameduurverkorting ziekenhuizen: verdergaande vermindering van het aantal dagen van opname in een ziekenhuis
  • aanwezigheid mantelzorg: bijvoorbeeld aanscherping van indicatiestelling kan leiden tot grotere vraag naar informele zorg, zie ook Informele zorg: Nemen de vraag en het gebruik toe of af?

Zorgaanbod

Zorgvraag staat centraal

De zorgverlening gaat niet meer uit van het bestaande aanbod, maar van de zorg die een individu nodig heeft (Arcares, 2005a). Bestaande woonvoorzieningen worden aangepast, zoals de verandering van verzorgingshuizen in woonzorggebouwen en meer eenpersoonskamers. Nieuwe voorzieningen worden ontwikkeld zoals bijvoorbeeld aangepaste kleinschalige woonvormen voor gehandicapten en dementerenden. Zie voor meer informatie Woonzorg.

Instellingen bieden uiteenlopende diensten aan

De instellingen voor verpleging en/of verzorging bieden diverse diensten aan waaronder:

  • huishoudelijke verzorging
  • complexe verpleging
  • intramurale 24-uurszorg
  • kortdurende zorg na een ziekenhuisopname
  • zorg in de thuissituatie
  • zorg in kleinschalige woonvormen

Binnen de thuiszorg vormen verzorging (zowel persoonlijk als huishoudelijk) en verpleging getalsmatig de belangrijkste activiteiten. Naast verpleging en verzorging aan huis bieden thuiszorginstellingen ook nog andere diensten, al dan niet aan huis, aan, zoals kraamzorg en jeugdgezondheidszorg voor 0-4-jarigen.

Ook familieleden en bekenden leveren vaak zorg

Naast instellingen voor verpleging en verzorging levert de zogenaamde informele zorg of mantelzorg of informele zorg ook vaak verpleging en/of verzorging aan mensen met een ziekte of tekortkoming. Dit zijn vaak naaste familieleden of bekenden van de zorgvrager. Bij de indicatiestelling voor AWBZ-zorg door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of de zorgvrager als zorg krijgt van een mantelzorger en hoeveel dit is. Wordt deze zogenaamde gebruikelijke zorg, voldoende geacht, dan kent het CIZ geen AWBZ-zorg toe (CIZ, 2005).

Zie voor meer informatie Informele zorg en Indicatiestelling in het Nationaal Kompas.

Grenzen tussen verpleeg- en verzorgingshuizen vervagen

De verschillen tussen verpleeg- en verzorgingshuizen nemen sinds de modernisering van de AWBZ in 2003 steeds verder af. Instellingen werken ook steeds vaker samen. Zo stellen verpleeghuizen hun verpleegunits beschikbaar aan bewoners van verzorgingshuizen. Personeel uit verpleeghuizen wordt ingezet in verzorgingshuizen (Prismant/VWS, 2001). Veel verpleeg- en verzorgingshuizen zijn gefuseerd en de samenwerking tussen de instellingen is ver doorgevoerd (CBS, 2005). Verder verlenen veel verpleeg- en verzorgingshuizen steeds meer extramurale zorg. Verzorgingshuizen verbreden hun aanbod naar ouderen in aanleunwoningen of in de wijk. In samenwerking met het verpleeghuis bieden zij zorg binnen en buiten de muren van het verzorgingshuis.

Aantal plaatsen in instellingen met verblijf neemt af

Er zijn in 2003 ongeveer 1.700 instellingen voor verpleging en verzorging met verblijf (CBS, 2005). Het aantal verzorgingshuisplaatsen is afgenomen van 126.000 in 1995 naar 106.000 in 2004, het aantal bedden in verpleeghuizen is in deze periode toegenomen van 55.000 naar 61.000. Het aantal gecombineerde verpleeghuizen neemt steeds verder toe; ruim de helft van de verpleeghuizen is gefuseerd met één of meer verzorgingshuizen (CBS, 2005).

Aantal instellingen zonder verblijf neemt toe

Bij verpleging en verzorging zonder verblijf is het aantal thuiszorginstellingen toegenomen van 170 in 1998 naar 243 in 2004 (CBS StatLine). Daarnaast heeft na 1 april 2003 een groot aantal locaties van verzorgingshuizen een toelating voor zorg aan ouderen zonder verblijf gekregen. Dit betreft vooral woon-zorgcombinaties.


Van zorgvraag naar zorgaanbod

Onafhankelijke partij bepaalt welke zorg nodig is

Om als zorgvrager voor verpleging of verzorging in aanmerking te komen beoordeelt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) eerst of deze hier recht op heeft. Het CIZ beoordeelt de vraag naar zorg van een cliënt en stelt vast hoeveel en welke zorg wenselijk/noodzakelijk is. Door de functiegerichte indicatiestelling vervalt het onderscheid tussen sectoren. Zie ook Hoe komt een indicatiestelling tot stand?.

Het CIZ omschrijft het indicatiebesluit voor verpleging en verzorging in zorgfuncties:

  • Huishoudelijke verzorging
  • Persoonlijke verzorging
  • Verpleging
  • Ondersteunende begeleiding
  • Activerende begeleiding
  • Verblijf
  • Behandeling

Verpleeg- en verzorgingshuizen mogen alle zeven zorgfuncties leveren. Thuiszorginstellingen kunnen alle functies leveren behalve verblijf (VWS, 2004h).

Wie komt in aanmerking voor welke zorg

Voor een indicatiebesluit en voor de zorg die een zorgvrager daarna krijgt, zijn meerdere factoren doorslaggevend. De leeftijd, de ziekte of aandoening van een zorgvrager of de gevolgen hiervan, en de al aanwezige zorg zijn maatgevend (zie ook Zorgvraag eerder in dit document). Om huishoudelijke hulp te krijgen speelt de mobiliteit van de zorgvrager en de aanwezige mantelzorg een belangrijke rol (Van Campen & Gameren, 2003).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Arcares.Op weg naar normen voor verantwoorde zorg. Cliënt maakt uit wat kwaliteit van leven inhoudt. Persbericht. Utrecht: Arcares, 2005a.
  • Berg Jeths A van den, Timmermans J, Hoeymans N, Woittiez I.Ouderen nu en in de toekomst: gezondheid, verpleging en verzorging 2000-2020. RIVM-rapport nr. 270502001. Bilthoven/Den Haag: RIVM/SCP, 2004.
  • Campen C van, Gameren E van.Vragen om hulp, vraagmodel verpleging en verzorging. Den Haag: SCP, 2003.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Gezondheid en zorg in cijfers 2005. Voorburg/Heerlen: CBS, 2005.
  • CIZ, Centrum voor Indicatiestelling Zorg.Protocol Gebruikelijke Zorg. Driebergen: CIZ, 2005.
  • Mathijssen SW, Kwartel AJJ van der, Pepels CGM, Winkel EGJ, Barnhard MC, Velde F van der.Brancherapport Care 2000-2003 Den Haag: Ministerie VWS, 2004h.
  • Prismant & VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Brancherapport Volksgezondheid. Deelrapport Care. Een eerste proeve. Ongecorrigeerde versie Den Haag/Utrecht: VWS/Prismant, 2001.
  • Timmermans J, Woittiez I.Verpleging en verzorging verklaard. Den Haag: SCP, 2004a.
  • Timmermans J, Woittiez I.Determinanten van verpleging en verzorging. In: Berg Jeths van den A, Timmermans JM, Hoeymans N, Woittiez IB. Ouderen nu en in de toekomst. Gezondheid, verpleging en verzorging 2000-2020. Bilthoven/ Den Haag: RIVM / SCP, 2004b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CIZ
Centrum indicatestelling zorg
URL: http://www.ciz.nl

Definities

Extramurale zorg
Zorg die buiten de muren van een instelling plaatsvindt.
Mantelzorg
Informele hulp die vrijwillig en onbetaald wordt gegeven.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.