Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Verpleging en verzorging
Vraag en gebruik

Hoe groot zijn de vraag en het gebruik en nemen ze toe of af?

Algemeen zorggebruik Trends in zorggebruik Potentiële zorgvraag

Algemeen zorggebruik

Ruim 160.000 personen verblijven in een instelling

Ruim 160.000 personen verblijven in 2004 in een instelling voor verzorging en/of verpleging (zie tabel 1). Hiervan is het merendeel vrouw en/of weduwe/weduwnaar. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 85 jaar. In verzorgingshuizen is het aandeel bewoners met alleen lager onderwijs relatief groot (63%). Hoogopgeleide ouderen hebben vaak minder belangstelling voor een verzorgingshuis, of kiezen eerder voor een woonzorgvoorziening (Timmermans & Woittiez, 2004a).

Ruim 400.000 personen maken gebruiken van zorg zonder verblijf

In 2004 had de thuiszorg ruim 400.000 gebruikers (CAK/Prismant, 2005). Huishoudelijke verzorging en persoonlijke verzorging zijn de belangrijkste activiteiten. 63% van de gebruikers is ouder dan 65 jaar (Boot & Knapen, 2005). Daarnaast zijn gebruikers van thuiszorg vaak alleenstaand en hebben ze vaak beperkingen (gewrichtsslijtage is de belangrijkste aandoening) en een laag inkomen (PWC, 2005a). Het gemiddeld aantal uren verzorging per cliënt is 3,7 per week (CAK/Prismant, 2005).

Ongeveer 6.000 cliënten ontvingen dagbehandeling in een verpleeghuis (CBS, 2005). Ruim 2.000 cliënten kregen in 2003 extra diensten van een verzorgingshuis, zoals kortdurende opname, dagverzorging, maaltijdverstrekking of verpleging.

Tabel 1: Enkele kenmerken van verpleeg- en verzorgingshuizen (bronnen: CBS StatLinea, De Klerk, 2005).

Verpleeghuizen

Verzorgingshuizen

Aantal bewoners (2004) a

61.000

100.000b

Vrouwen (%)

72

77

Mannen (%)

28

23

Gemiddelde leeftijd

82

86

% ouder dan 75 jaar

80

90

Gemiddelde verblijfsduur (in jaren)

2,8

3,7

Weduwe/weduwnaar (%)

67

72

Lager onderwijs (%)

48

63

b Dit betreft het aantal cliënten van verzorgingshuizen, de capaciteit ligt hoger, namelijk op 106.000 (zie Zorgvraag en zorgaanbod). Dit heeft ermee te maken dat verzorgingshuizen een deel van hun capaciteit omzetten in extramurale zorg ofwel woonzorg.


Trends in zorggebruik

Aantal bewoners in instellingen sinds jaren tachtig gedaald

Het aantal bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen is sinds de jaren tachtig gedaald. Dit is mogelijk het gevolg van het overheidsbeleid om ouderen langer zelfstandig te laten wonen. Toch is de daling opmerkelijk gezien de vergrijzing. De daling lijkt nu tot stilstand te zijn gekomen (CBS, 2004o).

Het aandeel personen van 65 jaar of ouder in verpleeg- en verzorgingshuizen is afgenomen van 10% van alle 65+'ers in 1981 tot 6% in 2003. Bij ouderen tussen de 70 en 80 jaar was de relatieve afname het sterkst (CBS, 2004o). Het aandeel vrouwen in instellingen daalde in de periode 1995 tot 2003 sterker dan het aandeel mannen.

Gebruik zorg zonder verblijf neemt toe

Het gebruik van thuiszorg steeg tot en met 2003: in 2000 lag het aantal gebruikers op 343.000 en in 2003 was dit 422.000.

Indicaties voor verpleging en verzorging toegenomen

Het aantal afgegeven indicaties voor verpleging en verzorging is toegenomen van 430.000 in 1999 naar 688.000 in 2003. Zie ook: Indicatiestelling: Hoe groot is het aantal indicatiestellingen?

Hulpbehoefte verzorgingshuisbewoners toegenomen

Vooral de hulpbehoefte van verzorgingshuisbewoners is flink toegenomen en lijkt op die van de verpleeghuisbewoners (De Klerk, 2001). Ongeveer de helft van de bewoners verblijft in een verzorgingshuis met een zorgzwaarte die, gezien de criteria die van oudsher hebben gespeeld, beter in een verpleeghuis past. Deze mensen hebben vaak tijdens hun verblijf in het verzorgingshuis door de jaren heen steeds meer zorg nodig. Ook het karakter van de verpleeghuizen is veranderd. De nadruk ligt steeds meer op verblijf terwijl vroeger de behandeling centraal stond (CBZ, 2005b).

Kwart van verzorgingshuisbewoners zou zelfstandig kunnen wonen

Ongeveer een kwart van de verzorgingshuisbewoners heeft zo weinig zorg nodig dat zij gezien de huidige indicatiecriteria zelfstandig in de thuissituatie zouden kunnen wonen (Kok et al., 2004). Voor een deel betreft dit partners zonder beperkingen van mensen die wel zorg nodig hebben of hadden in het verleden. Ook bestaat er een relatief gezonde groep verzorgingshuisbewoners die geïndiceerd is op het moment dat hun gezondheid daartoe aanleiding gaf. In het verzorgingshuis kan de gezondheid verbeterd zijn in de loop van het verblijf. (De Klerk, 2004). Na een langdurig verblijf in een verzorgingshuis wordt de stap naar zelfstandig wonen door de bewoner zelf of door het verzorgingshuis vaak niet meer gezet.


Potentiële zorgvraag

Potentiële vraag neemt met ongeveer helft toe

Door de vergrijzing zal de omvang van de vraag naar verpleging en verzorging toenemen en de inhoud ervan veranderen. Tot 2015 neemt het aantal ouderen toe, terwijl het aantal mensen tot 55 jaar afneemt. Het aantal 80+ers, vrouwen en alleenstaanden daalt (Van den Berg Jeths et al., 2004). De potentiële vraag neemt tussen 2000 en 2020 met de helft toe.

Vraag naar zorg thuis stijgt sterker dan vraag naar opname

De potentiële vraag gaat vrijwel gelijk op met de groei in de omvang van de bevolking van 65 jaar en ouder (zie tabel 2). De potentiële vraag naar hulp aan huis neemt sneller toe dan die naar opname (53% tegen 42%).

Van de potentiële vraag naar ‘hulp met opname’ wordt in de periode 2000-2020 de sterkste toename (53%) verwacht bij vraag naar opname voor verpleging (zie tabel 3). De vraag naar tijdelijke opname en opname voor verzorging neemt met 40% iets minder hard toe.

Tabel 2: Potentiële vraag door personen van 65 jaar en ouder, naar plaats van de gevraagde hulp, 2000-2020 (Bron: Timmermans & Woittiez, 2004c).

Jaar

Bevolkingsomvang

Potentiële vraag

Vraag naar zorg thuis

Vraag naar opname

2000

100

100

100

100

2005

106

108

108

110

2010

116

118

117

119

2015

134

132

134

129

2020

149

149

153

142

Tabel 3: Potentiële vraag naar AWBZ-zorg met verblijf door personen van 65 jaar en ouder, naar plaats van de gevraagde hulp, 2000-2020 (Bron: Timmermans & Woittiez, 2004c)

Jaar

Bevolkingsomvang

Tijdelijke opname

Opname verzorging

Opname verpleging

2000

100

100

100

100

2005

106

109

110

109

2010

116

118

118

120

2015

134

126

127

132

2020

149

140

138

146

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Berg Jeths A van den, Timmermans J, Hoeymans N, Woittiez I.Ouderen nu en in de toekomst: gezondheid, verpleging en verzorging 2000-2020. RIVM-rapport nr. 270502001. Bilthoven/Den Haag: RIVM/SCP, 2004.
  • Boot JM, Knapen MHJM.De Nederlandse gezondheidszorg. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2005.
  • CAK/Prismant.Bewerking CAK-gegevens door Prismant voor VWS-brancherapport Care 2005. Cak/Prismant, 2005.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek. Aantal bewoners van instellingen en tehuizen daalt niet verder. CBS Webmagazine, 19 april 2004. Voorburg: CBS,2004o.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Gezondheid en zorg in cijfers 2005. Voorburg/Heerlen: CBS, 2005.
  • CBZ, College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen.Monitoring gebouwkwaliteit in de verpleging en verzorging. Utrecht: CBZ, 2005b.
  • Klerk MMY de (red.)Ouderen in instellingen, Landelijk overzicht van de leefsituatie van oudere tehuisbewoners. Den Haag: SCP, 2005.
  • Klerk MMY de (red.).Rapportage ouderen 2001. Den Haag: SCP, 2001.
  • Klerk MMY de.Zorg en wonen voor kwetsbare ouderen. Rapportage ouderen 2004. Den Haag: SCP, 2004.
  • Kok L, Stevens JAM, Brouwer N, Gameren N van, Sadiraj K, Woittiez I.Kosten en baten van extramuralisering. De gevolgen voor de Regeling hulpmiddelen. Den Haag/Amsterdam: SCP/SEO, 2004.
  • PWC, PriceWaterhouseCoopers.Brancherapport Z-org benchmarkonderzoek thuiszorg 2004. Utrecht: PWC, 2005a.
  • Timmermans J, Woittiez I.Verpleging en verzorging verklaard. Den Haag: SCP, 2004a.
  • Timmermans J, Woittiez I.Advies ramingen verpleging en verzorging. Den Haag: SCP, 2004c.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.