Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Nivel logo
Verpleging en verzorging
Kort en bondig

Onderscheid verpleging en verzorging niet altijd helder

Hoewel er onderscheid wordt gemaakt naar verpleging en verzorging, is in de praktijk dit onderscheid niet altijd even duidelijk. De keuze of de zorg wordt verleend door een verzorgende of verpleegkundige hangt sterk af van het doel van de te geven zorg. Verzorging richt zich dan vooral op de algemene dagelijkse levensbehoefte van de zorgvrager en verpleging meer op de zorg rond een ziekte of aandoening.

Beperkingen vooral bepalend voor zorgvraag

Met name ouderen met chronische aandoeningen hebben behoefte aan verpleging en verzorging. Maar het zijn meer de fysieke en psychische beperkingen als gevolg van de ziekten en aandoeningen die de vraag en het gebruik bepalen dan de aandoening zelf. Daarnaast zijn onder andere de informele zorg, verdergaande extramuralisering en ligduurverkorting in ziekenhuizen van invloed op de aard en omvang van de zorgvraag en het zorgaanbod.

Meeste gebruik door aandoeningen aan bewegingsapparaat

Vooral mensen met ziekten en aandoeningen aan het bewegingsapparaat maken gebruik van verpleging en verzorging. Van de mensen met dementie is een derde opgenomen in een instelling. Ruim 40% van de mensen in een somatisch verpleeghuis heeft een beroerte gehad. Allochtonen maken weinig gebruik van verpleging en verzorging. Driekwart van de verzorgingshuisbewoners en 96% van verpleeghuisbewoners rapporteren ernstige beperkingen. Van deze groep maakt in verzorgingshuizen 84% gebruik van zorg en in verpleeghuizen 100%.

Minder bewoners verzorgingshuizen

Het aantal bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen is sinds de jaren tachtig afgenomen, maar lijkt nu te stabiliseren. De daling komt vooral door een afname van het aantal bewoners van verzorgingshuizen. Het aantal bewoners van verpleeghuizen is juist gestegen, evenals het aantal cliënten van thuiszorg. In 2004 verblijven ruim 160.000 mensen in een instelling en maken ruim 400.000 mensen gebruik van thuiszorg. Het aantal indicaties voor verpleging en verzorging is de afgelopen jaren toegenomen.

Onderscheid naar zorg met verblijf en zorg zonder verblijf

De termen verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorg gaan langzaamaan over in zorg met verblijf en zorg zonder verblijf. Ruim de helft van de verpleeghuizen is gefuseerd met één of meer verzorgingshuizen. Verder veranderen verzorgingshuizen in woonzorggebouwen. Ook leveren intramurale instellingen steeds meer zorg waarvoor opname niet nodig is en neemt het aantal thuiszorginstellingen toe.

Vraag naar zorg zonder verblijf neemt sneller toe dan vraag naar zorg met verblijf

De totale vraag naar verpleging en verzorging neemt toe. Hierbij zal de vraag naar zorg zonder verblijf sneller stijgen dan de vraag naar zorg met verblijf. Bij de vraag naar zorg met verblijf moet rekening gehouden worden met een toenemende zorgzwaarte, waardoor er meer behoefte aan verpleging dan aan verzorging zal zijn binnen de zorg met verblijf.

Meeste mensen wachten op zorg met verblijf

Het merendeel van de mensen die op de wachtlijst voor verpleging en verzorging staan, wacht op verblijf met zorg. Ondanks de toenemende indicaties zijn de wachtlijsten tussen 2002 en 2004 met 30% gedaald. De gemiddelde wachttijd daalde ook, behalve voor de thuiszorg. Van alle wachtenden op verpleging en verzorging maakte 65% gebruik van overbruggingszorg (meestal thuiszorg). Een mogelijk tekort aan verplegenden en verzorgenden in de thuiszorg kan binnen enkele jaren tot knelpunten in deze sector leiden. Onduidelijk is welke invloed de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning hierop zal hebben.

Een vijfde van de totale zorgkosten gaat naar verpleging en verzorging

In 2003 is ruim 20% van de totale kosten van de Nederlandse gezondheidszorg aan verpleging en verzorging besteed. Dit komt neer op 12,3 miljard euro. Hiervan zijn psychische stoornissen de grootste kostenpost. Van de totale AWBZ-uitgaven gaat het merendeel naar verpleging en verzorging.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.