Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Verloskundige zorg

Verloskundige zorg: Zijn er verschillen naar etniciteit?

Latere aanmelding in prenatale zorg

Nederlandse zwangeren en zwangeren uit andere westerse landen komen over het algemeen vóór de achttiende zwangerschapsweek voor de eerste keer op zwangerschapscontrole. Bij 24 weken heeft 2% van hen zich nog niet gemeld. Dit percentage ligt hoger bij Surinaamse en Turkse (5%), Marokkaanse (7,1%) en Antilliaanse (8,5%) vrouwen. Ghanese vrouwen melden zich gemiddeld het laatst. Dit blijkt uit een onderzoek dat in Amsterdam is gedaan naar het moment van de eerste zwangerschapscontrole (Anderliesten et al., 2007).

Bij de niet-Nederlands sprekende etnische groepen bleek de late start van prenatale zorg deels samen te hangen met factoren zoals leeftijd (jonger dan 20 jaar), slechte taalbeheersing, lage opleiding (minder dan vijf jaar onderwijs), hoog kindertal, ongeplande zwangerschap en niet blij zijn met de zwangerschap. Deze factoren kunnen echter niet volledig verklaren waarom Nederlandssprekende vrouwen van Antilliaanse en Surinaamse afkomst zich zo laat melden bij de prenatale zorg (Anderliesten et al., 2007).

Deze resultaten zijn vergelijkbaar met die uit Rotterdam waar Surinaamse en Antilliaanse vrouwen zich relatief laat melden (Generation R, 2006).

Minder kraamzorg door onbekendheid

Allochtone vrouwen zijn vaak onbekend met het nut van kraamzorg. De aanwezigheid van (voldoende) mantelzorg en de inbreuk op privacy, cultuur en gewoontes zijn veelgenoemde argumenten om geen kraamzorg aan te vragen (Fakiri et al., 1998).

Begin 2002 is een groep Turkse en Marokkaanse vrouwen gevraagd of zij bekend waren met kraamzorg, of deze voor hen toegankelijk was en of deze aansloot bij hun behoefte. Zij bleken vaak onbekend te zijn met het systeem van kraamzorg, met name over de signalerende en voorlichtende rol van een kraamverzorgende. Onder druk van anderen vroegen allochtone vrouwen wel kraamzorg aan, maar voor een minimaal aantal uren. Dit gold zowel voor relatieve nieuwkomers in Nederland als voor vrouwen uit de tweede generatie (Korfker et al., 2002).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Anderliesten ME, Vrijkotte TG, Wal MF van der, Bonsel GJ.Late start of antenatal care among ethnic minorities in a large cohort of pregnant women. BJOG, 2007; 114(10): 1232-9.
  • Erasmus Medisch Centrum.Generation R Jaarverslag 2005. Rotterdam: Erasmus Medisch Centrum, 2006.
  • Fakiri F, Glasgow I, Weide MG, Foets M.Verschillen in gezondheid en zorg: Turkse en Marokkaanse vrouwen over kraamzorg. Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde, 1998; 76(1): 13.
  • Korfker DG, Herschderfer KC, Boer JB de, Buitendijk SE.Kraamzorg in Nederland: een landelijk onderzoek. Eindrapportage "Kraamzorg voor Allochtonen; een onderzoek naar kraamzorg bij Turkse en Marokkaanse vrouwen". Leiden: TNO, 2002.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.