Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Verloskundige zorg
Vraag en gebruik

Hoe groot is de vraag naar en het gebruik van verloskundige zorg en neemt deze toe of af?

Vraag naar verloskundige zorg Gebruik van verloskundige zorg

Vraag naar verloskundige zorg

Aantal geboorten neemt de laatste jaren iets af

Na een sterke stijging van het aantal geboorten in de tweede helft van de jaren negentig, is het aantal geboorten sinds 2000 weer gedaald. In 2006 waren er in totaal 182.448 geboorten, 21.000 minder dan in 2000. Naar verwachting zal de komende jaren het aantal geboorten verder dalen (Garssen & van Duin, 2006).

Zie ook Icoon interne verwijzing naar onderwerpBevolking: geboorte.


Gebruik van verloskundige zorg

Zorgverlener tijdens zwangerschap en bevalling meestal bekend

Van ongeveer 94% van alle pasgeborenen die in 2005 zijn aangegeven bij de burgerlijke stand, is bekend welke zorgverlener verantwoordelijk was voor de verloskundige zorgverlening (PRN, 2008). Deze gegevens zijn afkomstig uit de perinatale registratie, waarin verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen, gynaecologen en kinderartsen verschillende gegevens registreren rondom de zwangerschap, geboorte en de eerste vier weken na de geboorte. Uit deze registratie is onder meer informatie te halen over de zorgverlening, verwijspatronen en plaats van baring (zie PRN).

In 2005 nam het merendeel van de verloskundige praktijken (96%) en alle gynaecologen deel aan deze registratie. Ongeveer 68% van de kinderartsen participeert. Gegevens over zwangerschappen en bevallingen in de eerste lijn onder begeleiding van een huisarts ontbreken echter.

Begeleiding zwangerschap merendeel bij verloskundige

Aan het begin van de zwangerschap was 79,5% van alle geregistreerde vrouwen onder controle bij de eerstelijnszorg (vooral verloskundige) en iets meer dan 20% bij een gynaecoloog. Van de zwangeren waarbij de zwangerschapscontroles waren begonnen bij de verloskundige, werd 38% tijdens de zwangerschap verwezen naar de gynaecoloog (PRN, 2008). Onbekend is hoeveel vrouwen eerstelijns zorg kregen en/of verwezen werden door huisartsen.

Start van de baring in de eerste lijn, bevallingen in de tweede lijn

In 2005 begon iets meer dan de helft van de vrouwen (51,5%) aan de baring onder begeleiding van een eerstelijns verloskundige. Een deel van hen werd tijdens de baring verwezen. Uiteindelijk beviel 23,2% van de vrouwen thuis en 11% poliklinisch onder begeleiding van een eerstelijns verloskundige. Dit percentage is sinds 2000 ongeveer gelijk gebleven. Iets meer dan 65% van de vrouwen beviel bij een gynaecoloog (PRN, 2008). De plaats van de baring van vrouwen die in de eerstelijn worden begeleid door huisartsen, is onbekend.

Meer kinderen per keizersnede geboren

In de periode 1993-2002 is het percentage geboorten per keizersnede gestegen van 8,1 naar 13,6%. Een deel van de stijging is te verklaren door veranderd beleid bij stuitligging. Uit een grootschalig onderzoek bleek dat een (geplande) keizersnede bij een voldragen kind in stuitligging de kans op gezondheidsschade en sterfte bij het kind verkleint. In dit onderzoek was de perinatale sterfte bij een geplande keizersnede 0,3% versus 1,3% bij een geplande vaginale baring (Hannah et al., 2000).

In de eerste twee maanden na de publicatie steeg het percentage keizersneden bij stuitligging in Nederland van 50% naar 80%. Sindsdien is dit percentage stabiel (Rietberg et al., 2005, Kwee et al., 2007). Ook meerlingen en kinderen die tussen 28 en 32 weken zwangerschapsduur geboren worden komen vaker per keizersnede ter wereld dan gemiddeld (respectievelijk 39% en 47%) (Kwee et al., 2007).

Meer dan 40.000 ziekenhuisopnamen van pasgeborenen

In de periode 2001-2004 vonden jaarlijks gemiddeld 40.757 ziekenhuisopnamen plaats van pasgeborenen vanwege perinatale aandoeningen zoals korte zwangerschapsduur, infectie van de pasgeborene of zuurstoftekort bij de geboorte. Dit komt overeen met 19,7 opnamen per 100 nul-jarigen per jaar (Bron: LMR).

Klein deel van de pasgeborenen opgenomen op NICU

In 2005 werden 4.208 pasgeborenen opgenomen op de NICU’s van Nederland (PRN, 2008). Dit is 2,2% van alle 187.910 levendgeborenen in dat jaar (bron: CBS StatLine). Ongeveer 38% van hen was geboren na een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken. Bijna eenderde van de kinderen was op tijd geboren (tussen 37 en 42 weken zwangerschapsduur) (PRN, 2008).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Garssen J, Duin C van. Bevolkingsprognose 2006–2050: belangrijkste uitkomsten. CBS Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2006. Voorburg/Heerlen: CBS,2006: 85-92.
  • Hannah ME, Hannah WJ, Hewson SA, Hodnett ED, Saigal S, Willan AR.Planned caesarean section versus planned vaginal birth for breech presentation at term: a randomised multicentre trial. Term Breech Trial Collaborative Group. Lancet, 2000; 356(9239): 1375-83.
  • Kwee A, Elferink-Stinkens PM, Reuwer PJ, Bruinse HW.Trends in obstetric interventions in the Dutch obstetrical care system in the period 1993-2002. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol, 2007; 132(1): 70-5.
  • PRN, Stichting Perinatale Registratie Nederland. Perinatale Zorg in Nederland 2005. Utrecht: PRN,2008.
  • Rietberg CC, Elferink-Stinkens PM, Visser GH.The effect of the Term Breech Trial on medical intervention behaviour and neonatal outcome in The Netherlands: an analysis of 35,453 term breech infants. BJOG, 2005; 112(2): 205-9.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NICU
Neonatale intensive care unit
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.