Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Disease management: zorg voor mensen met een chronische ziekte

Hoe is disease management georganiseerd?

Integrale bekostiging Zorggroepen

Integrale bekostiging

Nieuwe bekostiging moet disease management stimuleren

Disease management kwam in Nederland onvoldoende van de grond (Baan et al., 2003). Dit kwam vooral door de versnipperde manier waarop de verschillende onderdelen van de zorg bekostigd worden. Daarnaast is het lastig financiering te vinden voor de onderdelen die niet tot de directe zorgverlening behoren, zoals afstemming en ICT. Om aan dit knelpunt tegemoet te komen heeft de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) een nieuwe bekostigingssystematiek ingevoerd, namelijk integrale bekostiging van de chronische zorg.

Integrale bekostiging voor heel disease managementprogramma

Integrale bekostiging biedt de mogelijkheid om alle zorg binnen een disease managementprogramma én de activiteiten die nodig zijn om de samenwerking en afstemming tussen zorgverleners te bevorderen als één product betaald te krijgen. De verzekeraars sluiten voor dit gehele pakket aan zorg een contract met een zogenaamde zorggroep (zie hierna). Deze contracten worden keten-diagnosebehandelingcombinatie (keten-dbc) genoemd. In de periode 2007-2009 was integrale bekostiging alleen mogelijk binnen kleinschalige projecten en alleen op experimentele basis. Per 1 januari 2010 is integrale bekostiging voor de diabeteszorg, vasculair risicomanagement (VRM) en per 1 juni 2010 ook voor COPD-zorg.

Aantal effecten van integrale bekostiging bekend

In de periode 2007-2009 is geëxperimenteerd met integrale bekostiging van de diabeteszorg in tien zorggroepen. Uit een evaluatie van de integrale bekostiging zijn een aantal effecten naar voren gekomen. Daarnaast blijven er belangrijke vragen over waar nog geen antwoord op is te geven (Struijs et al., 2009). Een van de effecten van de integrale bekostiging heeft betrekking op het werkproces. Er worden betere afspraken gemaakt over de registratie en rapportage van zorggegevens. Hierdoor hebben de zorggroepen een beter inzicht in de kwaliteit van de geleverde zorg en kunnen ze de zorgverleners beter voorzien van spiegelinformatie. Een ander effect van de invoering van integrale bekostiging is dat de keuzevrijheid van de patiënt beperkt kan worden. De patiënt kan zijn diabeteszorg alleen krijgen bij zorgverleners die hiervoor gecontracteerd zijn door de zorggroep. Indien een zorggroep bijvoorbeeld maar een beperkt aantal diëtisten in een regio contracteert, kan het zo zijn dat patiënten niet meer naar de ‘eigen' diëtiste kunnen omdat deze diëtiste niet door de zorggroep is gecontracteerd.

Vanwege de korte tijdsduur van de evaluatie kan over het effect op de kwaliteit van zorg en op de macrokosten geen antwoord worden gegeven. Het RIVM is momenteel bezig met een vervolgevaluatie waarin het effect van drie jaar integraal bekostigen van de diabeteszorg op de kwaliteit van de geleverde zorg wordt gemeten. Deze vervolgevaluatie najaar 2011 afgerond zijn.


Zorggroepen

Zorggroep is hoofdaannemer

Met de komst van de integrale bekostiging is een nieuwe partij geïntroduceerd in het zorgsysteem: de zorggroep. De zorggroep fungeert als ´hoofdaannemer´ en zorgt ervoor dat de zorg geleverd wordt en sluit met de verzekeraar een contract voor het gehele pakket aan zorgactiviteiten (een keten-dbc contract). Op deze manier kan de zorggroep invloed uitoefenen op de kwaliteit en doelmatigheid. De zorggroep stemt met alle zorgverleners af welke zorg zij verlenen maar bijvoorbeeld ook wanneer zij patiënten moeten doorverwijzen, welke gegevens zij moeten registreren, welke bij- en nascholing zij moeten volgen, etcetera. Welke zorg er in het disease management programma moet worden geleverd, staat beschreven in een zorgstandaard (ZonMw, 2009). Een zorgstandaard beschrijft de zorginhoudelijke eisen en is vastgesteld door alle relevante beroepsgroepen en patiëntenverenigingen.

Bijna honderd zorggroepen in Nederland

Er zijn in totaal 97 zorggroepen opgericht (Van Til et al., 2010). De huisartsen zijn de belangrijkste spelers in de zorggroep. Naar schatting participeert 78% van alle huisartsen in een zorggroep, gemiddeld 76 per zorggroep. Deze zorggroepen zijn verspreid over heel Nederland, zie Geografische spreiding van zorggroepen in Nederland.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.