Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Informele zorg
Aanbod

Informele zorg: Hoe groot is het aanbod en neemt het toe of af?

Aantal informele zorgverleners Samenstelling groep informele zorgverleners Belasting informele zorgverleners

Aantal informele zorgverleners

Enkele miljoenen mensen actief in de informele zorg

Schattingen van het aantal mantelzorgers in Nederland lopen uiteen afhankelijk van de gekozen definitie van informele zorg. Indien een ruime omschrijving wordt gehanteerd waren er 3,7 miljoen zorgverleners in 2001 (Schellingerhout, 2003a). Mensen helpen chronisch zieken, tijdelijk zieken, terminaal zieken en/of personen in andere hulpsituaties. De aantallen liggen veel lager bij een selectie op duur en intensiteit van de geboden hulp: 750.000 mensen gaven in 2001 meer dan drie maanden en meer dan acht uur per week hulp. Het aantal mantelzorgers dat voor chronisch zieken zorgt, ligt in hetzelfde jaar op iets minder dan 1 miljoen. Dit komt overeen met eerdere schattingen (Timmermans et al., 2001). Bij informele zorg gaat het niet alleen om hulp aan huisgenoten, de zorg gaat ook uit naar uitwonende ouders of vrienden. Iets meer dan de helft biedt hulp aan één hulpbehoevende, iets minder dan de helft verzorgt twee of meer personen. Gemiddeld leveren zij bijna achttien uur per week gedurende acht maanden hulp.

Stabiel aanbod informele zorg

In de jaren tachtig dacht men dat het aanbod van informele zorg zou dalen (Timmermans et al., 2001). Deze verwachtingen werden gevoed door pessimisme over de afnemende bereidheid van mensen om hulp te verlenen. Ook zouden een aantal maatschappelijke veranderingen, zoals een stijgende arbeidsparticipatie van vrouwen, tot een daling van het aanbod leiden. Over de periode 1980 tot nu zijn alleen gebrekkige trendcijfers beschikbaar: het aanbod van buren- bejaarden of gehandicaptenhulp (als vorm van vrijwilligerswerk). Het aanbod van dit type hulp schommelt tussen de 9% en 13% en is dus over het algemeen stabiel (figuur 1).

Aanbod informele zorg door subgroepen minder stabiel

Dezelfde stabiele trend is ook beschreven door anderen (De Klerk & De Boer, 2005). Deze cijfers voor de bevolking als geheel gaan echter niet altijd op voor subgroepen. Zo is het aandeel 65-plussers dat informele zorg biedt gestegen van 10% in 1991 naar 13% in 2003 en het aandeel jongeren (18-34-jarigen) dat hulp geeft is gedaald van 9% naar 8%. Dit laatste kan echter niet toegeschreven worden aan een toegenomen arbeidsparticipatie. Wel heeft het geleid tot een veranderde samenstelling van de groep helpers: onder hen is het aandeel (deeltijd)werkenden gestegen van 37% naar 50%. Dit betekent dat ondanks de toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen informele zorg dus nog steeds wordt verleend. Vanuit de vraagkant was een sterke stijging van de informele zorg te verwachten als gevolg van een vergrijzende bevolking, afname van professionele hulp en opkomst van de-institutionalisering. Tegelijkertijd laten de cijfers een constant aanbod zien, wat kan duiden op een toenemende intensiteit van de geboden zorg: de mensen die zorg bieden, geven meer (mensen) hulp. Dit zou er toe kunnen leiden dat individuele helpers zwaarder belast zijn dan vroeger. Men kan dan ook niet veronderstellen dat er nog wel rek in de informele zorg zit.

Figuur 1: Aanbod van informele zorg door 18-plussers, 1980-2004 (in %) (Bronnen: LSO’80 en ‘86, DLO’92; POLS, gezondheid en welzijn ‘97-’99, CV’04 (SCP bewerking))

Informele zorg aanbod 2004

Naar boven


Samenstelling groep informele zorgverleners

Veel informele zorgverleners ouder dan 45 jaar

Leeftijd speelt geen rol bij het geven van informele zorg aan gezinsleden (figuur 2). Bij hulp aan uitwonenden ligt dit anders. Mensen tussen de 45 en 65 jaar bieden opvallend vaak hulp aan ouders, familie, kennissen, buren of anderen (De Boer & De Klerk, 2005). Het is logisch dat leeftijd sterk samenhangt met de samenstelling van iemands netwerk. Zo bieden vijftigers vaak hulp aan hun oude, hulpbehoevende ouders (Timmermans & Woittiez, 2004a). Jonge mensen hebben vaak nog geen zieke ouders of leeftijdsgenoten aan wie ze hulp kunnen bieden en grootouders staan veelal te ver af om regelmatig hulp te bieden. Bij oude mensen geldt vaak dat hun ouders al zijn overleden; als zij informele zorg geven dan gaat het veelalom hulp aan hun zieke partner.

Vrouwen geven vaker zorg dan mannen

Vrouwen geven vaker hulp dan mannen (Timmermans et al., 2001, De Klerk & De Boer, 2005). Dit verschil komt andere doordat mannen minder vaak een hulpbehoevende kennen en zij minder vaak (aan)geleerd hebben te zorgen. Deelname aan de arbeidsmarkt heeft nauwelijks invloed op de kans dat iemand hulp geeft (Timmermans et al., 2001). Wel heeft vergeleken met 15 jaar geleden een groter deel van de helpers een betaalde baan (De Klerk & De Boer, 2005). Dit betekent dat allerlei verlofregelingen om arbeid en zorg te kunnen combineren steeds crucialer worden en er ook steeds meer een beroep zal worden gedaan op dergelijke regelingen. Informele zorgverleners wonen vaak dicht bij hun hulpbehoevende in de buurt. De helft woont op de afstand van minder dan een kwartier en slechts een kwart reist langer dan een half uur (Schellingerhout et al., 2005).

Figuur 2: Aanbod van informele zorg naar leeftijd, 30-plussers, 2003 (in %). (Bron: AVO'03)

Inf zorg aanbod lft 2003

Naar boven


Belasting informele zorgverleners

Geven van zorg vaak zware belasting

Door extramuralisering in de zorg en tekorten in de thuiszorg blijven er meer mensen met een ernstige hulpbehoefte thuis wonen. De informele helpers worden daardoor vaker dan voorheen geconfronteerd met 'zwaardere' gevallen (De Boer, 2003b; tabel 1). Het geven van informele zorg heeft vooral een immateriële prijs. Helpers kunnen de situatie van degene voor wie zij zorgen maar moeilijk loslaten en hebben het gevoel dat zij vrije tijd tekort komen. Tegenover deze "kosten" staat ook een beloning: mensen vinden het prettig om, als het nodig is, iets voor een ander te kunnen doen (Timmermans et al., 2001).

In 2001 waren tussen de 150.000 en 200.000 volwassen informele helpers zeer zwaar of zelfs overbelast (ofwel 7%) (Timmermans, 2003). De belasting loopt hoog op als mensen veel uren hulp geven en/of hun partner of kind moeten verzorgen. Ondersteuning kan helpen tegen overbelasting. Momenteel ontvangt een minderheid ondersteuning: 38% krijgt informatie, advies of emotionele steun, 17% heeft een oppas en 10% meldt dat de hulpbehoevende de dagopvang of activiteitencentrum bezoekt. Vooral degenen die een hoge belasting ervaren of veel uren hulp bieden maken veel gebruik van ondersteuning.

Tabel 1: Voorkomen van enkele (tijds)problemen bij informele helpers, 2001 (in %) (Bron: Timmermans, 2003)

%

De situatie liet mij nooit los

51

Nooit vrij van verantwoordelijkheden

45

Niet toekomen aan activiteiten in de vrije tijd zoals hobby’s

43

Regelmatig een tekort aan vrije tijd

36

De hulp kwam te veel op mijn schouders neer

18

Mijn zelfstandigheid kwam in de knel

14

Door betrokkenheid conflicten thuis en/of op het werk

9

Ziek of overspannen door te veel verplichtingen

9

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Boer A de, Klerk M de.Handen uit de mouwen. In: Hier en daar opklaringen (nieuwjaarsuitgave 2005). Den Haag: SCP, 2005.
  • Boer AH de.Relatie tussen mantelzorg en thuiszorg. In: Timmermans JM (red.). Mantelzorg; over de hulp van en aan mantelzorgers. Den Haag: SCP, 2003b.
  • Klerk M de, Boer A de.Veranderingen in de informele zorg, 1991-2003. In: Boer AH de (red.). Kijk op informele zorg. Den Haag: SCP, 2005.
  • Schellingerhout R, Boer A de, Timmermans J.De mobiliteit van de mantelzorger. In: Boer A de (red). Kijk op informele zorg. Den Haag: SCP, 2005.
  • Schellingerhout R.De mantelzorger. In: Timmermans J (red.). Mantelzorg. Over de hulp van en aan mantelzorgers. Den Haag: SCP, 2003a.
  • Timmermans J, Woittiez I.Verpleging en verzorging verklaard. Den Haag: SCP, 2004a.
  • Timmermans JM (red.), Boer AH de, Campen C van, Klerk MMY de, Wit JSJ de, Woittiez IB.Vrij om te helpen; verkenning betaald langdurig zorgverlof. Den Haag: SCP, 2001.
  • Timmermans JM (red.).Mantelzorg. Over de hulp van en aan mantelzorgers. Den Haag: SCP, 2003.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.