Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Acute zorg
Vraag en gebruik

Wat is er bekend over het gebruik van acute zorg?

Hierna wordt inzicht gegeven in het zorggebruik van de vier basisdiensten in de acute zorg op grond van de gegevens die momenteel beschikbaar zijn. De vier basisdiensten betreffen huisartsenposten, afdelingen spoedeisende hulp, ambulancezorg en mobiele medische teams. Gebruik van acute zorg verleend door andere typen zorgaanbieders, zoals verloskundigen, GGZ-instellingen (crisisdienst), thuiszorgorganisaties en tandartspraktijken, laten we vooralsnog buiten beschouwing.


Steeds meer informatie beschikbaar over gebruik acute zorg

De acute zorg was lange tijd een sector waarover relatief weinig informatie over het zorggebruik bekend was. Mogelijk had dat te maken met de spoedeisendheid van gezondheidsproblemen die zich daar voordoen, waardoor onderzoek en registratie erbij inschoot. De laatste jaren lijkt daar verandering in te zijn gekomen. Met name naar het zorggebruik op huisartsenposten is veel onderzoek gedaan. Een reeks van onderzoeken genaamd ‘meetweken spoedzorg’, uitgevoerd door het Julius Centrum vanaf 2004, heeft veel nieuwe informatie opgeleverd over het gebruik van acute zorg op huisartsenposten, afdelingen Spoedeisende hulp, ambulancediensten en andere zorginstellingen (zie bronbeschrijving meetweken). Daarnaast hebben de jaarlijkse sectorrapportages van Ambulancezorg Nederland (AZN), waarvan de eerste betrekking had op 2006, een impuls aan de kennis gegeven. Toch zijn er beperkingen. Kennis over zorggebruik op SEH’s is vrijwel exclusief afkomstig van de meetweek. Openbare informatie over ambulancezorg is beperkt, evenals de zorg verleend door mobiel medische teams (MMT).

Beperkte kennis over zorggebruik door hele acute zorgketen

Veel onderzoeken beperken zich tot het beschrijven van het zorggebruik binnen één type organisatie, terwijl we idealiter het zorggebruik van patiënten door de hele acute zorgketen zouden willen laten zien. Daartoe zouden patiënten door de keten gevolgd moeten worden, zodat inzicht ontstaat in patiëntenstromen van de thuissituatie of ongevalsplaats naar HAP, ambulance of SEH, en de daaropvolgende transities naar een of meerdere volgende zorginstellingen (andere acute zorginstelling, opname in ziekenhuis, ontslag naar huis, terugverwijzing naar huisartspraktijk). Dergelijk onderzoek is lastig en registraties in de verschillende onderdelen van de keten zijn zelden koppelbaar.

Er is wel iets bekend over patronen van acuut zorggebruik omdat in enkele afzonderlijke onderzoeken bij één type zorgaanbieder is nagegaan waar patiënten vandaan kwamen en waarnaar ze werden verwezen. Voor Noord-Brabant zijn meetweekgegevens die gedurende een periode van een maand zijn verzameld, reeds geanalyseerd op patiëntniveau. Voor de nabije toekomst heeft het Julius Centrum plannen om voor meerdere regio’s de contactgegevens die in de meetweek zijn verzameld, op patiëntniveau aan elkaar te koppelen. Het NIVEL zal LINH uitbreiden tot een landelijk informatienetwerk eerstelijn (LINEL) waarbij de gegevens van huisartsenposten met die van huisartsenpraktijken zullen worden gecombineerd, zodat individuele patiënten gevolgd kunnen worden van bijvoorbeeld HAP naar huisartsenpraktijk overdag en weer terug (Meuwissen et al., december 2008).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Meuwissen L, Hoeymans N, Verheij RA, Schellevis FG, De Bakker DH.Naar een Landelijk Informatie Netwerk Eerste Lijn (LINEL). Utrecht: NIVEL december 2.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

HAP
Huisartsenpost
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.