U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Zorg›Sectoroverstijgend›Acute zorg›Acute zorg samengevat
Er bestaan verschillende definities van acute zorg of spoedzorg. In het Nationaal Kompas Volksgezondheid wordt acute zorg gedefinieerd als alle zorg die niet kan wachten tot de eerstvolgende mogelijkheid op werkdagen om de huisarts of hulpverlener te raadplegen. De acute zorg wordt een keten als er meerdere zorgverleners bij een zorgvraag zijn betrokken. Bij een consult op de huisartsenpost kan de huisarts een patiënt doorverwijzen naar een afdeling spoedeisende hulp (SEH) voor verdere diagnostiek en behandeling door een specialist. In de ambulancezorg worden patiënten na stabilisatie en behandeling ter plekke vaak vervoerd naar een SEH. Daar vindt verdere behandeling plaats en volgt eventueel een ziekenhuisopname.
In het Nationaal Kompas wordt bij de uitwerking van acute zorg alleen ingegaan op de basisdiensten huisartsenpost, afdeling spoedeisende hulp, ambulancezorg en mobiel medisch team. In 2010 zijn er 128 huisartsenposten. Ongeveer 80% van de huisartsen is hierbij aangesloten. Er zijn rond de 110 SEH’s en 25 Regionale Ambulance Voorzieningen met 203 ambulancestandplaatsen met een paraatheid van 24 uur en 10 standplaatsen die een deel van de dag operationeel zijn. Elf ziekenhuizen zijn als traumacentrum aangewezen, waarvan er vier over een traumahelikopter beschikken.
In de acute zorg zijn verschillende ontwikkelingen gaande. Huisartsenposten gaan steeds vaker samenwerken met SEH‘s. Hierbij vestigen huisartsenposten zich op het terrein van een nabijgelegen ziekenhuis of zelfs in het ziekenhuis. Door deze samenwerking tracht men een doelmatiger gebruik van de acute zorg te realiseren: huisartsenzorg voor de minder ernstige acute zorgvragen en SEH-zorg voor de ernstige gevallen. De samenwerking beoogt ook de kwaliteit van de acute zorgketen te verbeteren. Voor SEH’s is vanaf 2009 een proces op gang gekomen met als doel een basiskwaliteit te garanderen. Tevens kunnen SEH’s zich gaan profileren, waarbij zij voor één of meer omschreven patiëntencategorieën aanvullende gespecialiseerde spoedeisende zorg bieden. In de ambulancezorg zijn de afgelopen decennia veel kleine ambulancediensten opgegaan in een regionale ambulancevoorziening. Recentelijk zijn er ontwikkelingen van het samengaan van regionale meldkamers.
In totaal zijn er vanwege acute gezondheidsproblemen tussen de 6,9 en 7,2 miljoen contacten met huisartsenposten, SEH’s en ambulancevoorzieningen. In 2008 hadden huisartsenposten in totaal 4,3 miljoen patiëntcontacten, SEH’s behandelden tussen de 1,9 miljoen 2,2 miljoen patiënten, in 2009 waren er bijna 694.000 spoedeisende inzetten ambulancezorg en 6.000 inzetten van een Mobiel Medisch Team (MMT). Van de patiënten die contact hebben met een aanbieder van acute zorg, heeft 16,9% in de week van dat contact, twee maal of vaker contact. De combinatie die het vaakst voorkomt, is een consult op de huisartsenpost en een behandeling op de SEH.
De patiënten die contact hebben met de huisartsenpost zijn relatief vaak kinderen en jongeren. Op de SEH is er een gelijke verdeling van de patiënten over de leeftijdsklassen. Ambulances worden vaker ingezet voor ouderen. Veelvoorkomende redenen voor contact met zowel huisartsenpost, SEH als ambulancevoorziening zijn acute lichamelijke letsels (klachten van het bewegingsapparaat en huid/subcutis) en klachten van het spijsverteringsstelsel. Verschillen tussen de drie typen aanbieders van acute zorg zijn dat op de HAP de nadruk ligt op algemene klachten en klachten van de luchtwegen, op de SEH op klachten van het bewegingsapparaat en hartvaatstelsel, en dat de inzet van de ambulance vaak gevraagd wordt voor klachten van het hartvaatstelsel en neurologische problemen.
Van de gezondheidsproblemen waarvoor mensen contact opnemen met de huisartsenpost, wordt 2-8% als levensbedreigend of spoedeisend beoordeeld door de medewerker van de huisartsenpost (huisarts of assistente). Het merendeel van de problemen is niet dringend. Van de patiënten op de SEH wordt het gezondheidsprobleem in 11% van de gevallen als levensbedreigend of spoedeisend beoordeeld. Ook hier is het merendeel van de problemen niet dringend. Van de spoedeisende inzetten ambulancezorg, wordt 65,5% als A1-inzet uitgegeven en 34,5% als A2-inzet. Bij een A1-inzet is mogelijk sprake van een levensbedreigende situatie of er is kans op blijvende invaliditeit. Bij een A2-inzet is er mogelijk sprake van (ernstige) gezondheidsschade, maar is er geen direct levensgevaar.