Wpg bepaalt de taken van de jeugdgezondheidszorg
De Wet publieke gezondheid (Wpg) geeft aan welke taken de JGZ heeft op het terrein van de publieke gezondheid voor 0-19-jarigen. Deze staan omschreven in het Basistakenpakket JGZ. Daarnaast is op 1 juli 2010 een wetsartikel in werking getreden dat de jeugdgezondheidszorg verplicht om gegevens digitaal op te slaan bij de uitvoering van haar taken.
Zorgorganisaties en GGD'en voeren de JGZ uit
De jeugdgezondheidszorg wordt uitgevoerd door negentig -organisaties. Dit zijn (thuis)zorgorganisaties en GGD'en of een geheel nieuwe organisatie. In veel gemeenten voeren (thuis)zorgorganisaties de zorg uit voor kinderen van nul tot vier jaar. JGZ-afdelingen van de GGD’en zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de zorg op school voor de kinderen ouder dan vier jaar. In een aantal regio's is de GGD verantwoordelijk voor de zorg voor 0-4-jarigen, waardoor er één organisatie is die de jeugdgezondheidszorg integraal aanbiedt.
Er werken ongeveer 6.000 professionals (jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, (dokters)assistenten) in de uitvoering. In 2010 voeren 50 zorgorganisaties de JGZ voor 0-4-jarigen uit. In 2011 zijn er in totaal 28 GGD'en, zie ook GGD-regio's in 2011.
Gemeenten voeren regie
Sinds 1 januari 2003 zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor de regie op de jeugdgezondheidszorg van de 0-19-jarigen. Het doel hiervan is het waarborgen van de continuïteit van de zorg voor kinderen en jongeren van 0 tot 19 jaar. De regierol van gemeenten bestaat uit het vaststellen en scheppen van de bestuurlijk-organisatorische, financiële, personele en beleidsmatige randvoorwaarden voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. Om de bestuurlijke regie te versterken is een handreiking voor de publieke gezondheidszorg en in het bijzonder de jeugdgezondheidszorg ontwikkeld voor lokale bestuurders (). Gemeenten zijn ook bestuurlijk verantwoordelijk voor de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG), het Digitaal Dossier JGZ en de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) (zie hierna) (). De ontwikkeling van de Centra voor Jeugd en Gezin en de invoering van het Digitaal Dossier bevorderen de integratie van de JGZ.
Richtlijnen ter bevordering van uniforme uitvoering van de JGZ
Voor de uitvoering van de activiteiten wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van JGZ Richtlijnen, die door de Richtlijnadviescommissie JGZ zijn goedgekeurd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van standpunten en landelijk geaccepteerde programma's of protocollen. Het gebruik van richtlijnen moet bevorderen dat de JGZ-activiteiten uniform en kwalitatief goed worden uitgevoerd (). Aan de implementatie ervan wordt veel aandacht besteed (, ). Wat voorlichting en advies (één van de kernactiviteiten) betreft, geldt dat deze worden afgestemd op het individuele kind en diens ouders, maar ook zoveel mogelijk worden gegeven op basis van protocollen of richtlijnen (bijvoorbeeld de richtlijn Wiegendood en de voorlichting over voeding of veiligheid). Er is extra aandacht voor vroegtijdige signalering van actuele problemen op het gebied van leefstijl en veilige omgeving. Het gaat hier om overgewicht, diabetes, kindermishandeling, psychosociale problemen, depressie, alcohol en roken. Voor bijvoorbeeld overgewicht is er de richtlijn Signaleringsprotocol en Overbruggingsplan voor JGZ-medewerkers en er is een richtlijn Secundaire preventie kindermishandeling.
Richtlijnen om samenwerking te bevorderen
Er zijn ook richtlijnen en standpunten die meer gericht zijn op samenwerking met andere professionals in de zorg voor jeugd, zoals de (concept)richtlijn Overdracht gegevens van kraamzorg, verloskunde en verloskundig actieve huisarts naar de JGZ, het Standpunt JGZ in het Zorg- en Adviesteam en het standpunt Samenwerking JGZ met het Bureau Jeugdzorg (; ; ). Waar relevant kunnen de bestaande JGZ-richtlijnen uitgebreid worden voor multidisciplinaire samenwerking, waardoor er één evidence-based werkwijze ontstaat. Voor interventies die ingezet worden bij (dreigende) problemen, put de jeugdgezondheidszorg zo veel mogelijk uit de Databank Effectieve Jeugdinterventies (www.jeugdinterventies.nl).
Toezicht met behulp van indicatoren
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ziet toe op de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg door de zorgprofessionals. De inspectie maakt daarbij gebruik van een set indicatoren jeugdgezondheidszorg zoals , bereik van de jgz, mate van screening en verwijzing (). In de nieuwste basisset indicatoren zit de indicator overgewicht bij kinderen van 3,9 jaar. De overige indicatoren jeugdgezondheidszorg zijn opgenomen in het thematisch toezicht JGZ (TT JGZ) dat in 2011 wordt uitgevoerd. Om de indicatoren op juiste en uniforme wijze te kunnen aanleveren heeft het RIVM/Centrum Jeugdgezondheid, in nauw overleg met de IGZ registratieprotocollen opgesteld. Daarnaast ziet de IGZ toe op de wijze waarop de gemeenten uitvoering geven aan hun invulling van het maatwerkdeel van het basistakenpakket.
Relatie tussen jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg
Door middel van een stelselherziening wil het kabinet de effectiviteit van de jeugdzorg te verbeteren (). Het gaat hierbij om:
- het inrichten van één financieringssysteem voor het huidige preventieve beleid, de huidige vrijwillige provinciale jeugdzorg, de jeugd LVG (licht verstandelijk gehandicapten) en jeugd-ggz;
- het gefaseerd overhevelen van alle taken op het gebied van jeugdzorg (jeugd-ggz, provinciale en gesloten jeugdzorg, jeugdreclassering, jeugdbescherming en de jeugd LVG) naar de gemeenten;
- het inrichten van de Centra voor Jeugd en Gezin als front-office voor alle jeugdzorg van de gemeente.
Centra voor Jeugd en Gezin voor geïntegreerd aanbod
Gemeenten zijn verplicht om eind 2011 een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) te hebben. Een CJG is een herkenbaar, fysiek, laagdrempelig inlooppunt waar ouders, jeugdigen en professionals terecht kunnen met hun vragen op het gebied van opgroeien en opvoeden. In een CJG zijn volgens de Wet op de jeugdzorg in ieder geval aanwezig:
- Jeugdgezondheidszorg voor 0-19-jarigen voor de uitvoering van het
- Vijf -functies: Informatie en advies; Signalering; Toeleiding naar hulp; Licht pedagogische hulp; Coördinatie van zorg (onder andere maatschappelijk werk).
- Schakel met Bureau Jeugdzorg.
- Schakel met onderwijs (Zorg- en Adviesteams (ZAT)).
Doel is om een geïntegreerd aanbod tot stand te brengen op het gebied van jeugdgezondheidszorg en opvoedingsondersteuning dat tevens geschakeld is met de jeugdzorg en de zorg in en om het onderwijs (). De gemeente voert de regie op het Centrum voor Jeugd en Gezin en kan er op basis van de lokale situatie andere functies aan toevoegen (bijvoorbeeld eerstelijnszorg: huisarts, verloskundige, kraamzorg of voorzieningen voor kinderopvang) ().
Zie ook:
Stand van zaken rond de invoering van de Centra voor Jeugd en Gezin in gemeenten.
Digitalisering van de papieren dossiers
Een belangrijke ontwikkeling in de JGZ is de digitalisering van de papieren dossiers in de jeugdgezondheidszorg. Het Digitaal Dossier JGZ (DD JGZ) bevat dezelfde gegevens als het papieren dossier over de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Voor de uitwisseling van gegevens is de Basisdataset JGZ (BDS) ontwikkeld. Dit is de landelijke registratieset voor de jeugdgezondheidszorg en de (inhoudelijke) basis voor de verschillende digitale JGZ-dossiers. De BDS is geen protocol, maar geeft aan welke kindgegevens worden geregistreerd voor zowel de individuele begeleiding van de kinderen als voor beleid, onderzoek en epidemiologie. In de Wet publieke gezondheid is de standaard voor de overdracht en uitwisseling van JGZ-gegevens in een algemene maatregel van bestuur opgenomen. Ook is er een digitaliseringplicht opgenomen in de Wpg. Dit is een kwaliteitsmaatregel waardoor de overdracht van de dossiers binnen de JGZ makkelijker plaats kan vinden. Deze digitaliseringplicht staat los van het invoeren van het DD JGZ (zie ook www.ddjgz.nl).
Verwijsindex risicojongeren
De landelijke Verwijsindex risicojongeren (VIR) is een digitaal systeem dat risicosignalen van hulpverleners over jongeren (tot 23 jaar) in een vroeg stadium bij elkaar brengt. Een hulpverlener meldt een jongere aan als er sprake is van een dreigende verstoring in diens ontwikkeling. De melding bevat alleen gegevens over naam, adres en woonplaats en geen inhoudelijke informatie. Wanneer de verwijsindex twee of meer meldingen over één jongere ontvangt, gaat er een signaal naar de meldende instanties zodat zij contact met elkaar kunnen opnemen om de hulpverlening af te stemmen (zie ook www.verwijsindex.nl).
De VIR zorgt ervoor dat er over de gemeentegrenzen heen gekeken kan worden. Als een jongere in de ene gemeente woont, in een andere gemeente naar school gaat en in een derde gemeente uitgaat, dan brengt de landelijke verwijsindex signalen van instanties uit de verschillende gemeenten bij elkaar. Hiermee wordt voorkomen dat probleemjongeren buiten beeld blijven. Ook maakt de Verwijsindex het mogelijk om jongeren in geval van verhuizing te volgen.
Triage om meer aandacht te kunnen besteden aan risicokinderen
Triage is het maken van een voorselectie door JGZ-functionarissen van kinderen naar hun zorgbehoefte, zodat kwetsbare kinderen passende en tijdige zorg op maat krijgen en er voor alle kinderen een basispakket aan zorg gewaarborgd is. Hulpverlening Gelderland Midden (HGM) heeft een triagemethodiek ontwikkeld. Op verschillende plaatsen in het land wordt gewerkt volgens de triagemethodiek. Doktersassistenten of jeugdverpleegkundigen screenen alle kinderen op de reguliere contactmomenten. De jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen hebben hierdoor meer tijd voor risicokinderen (in de ruimste zin van het woord). Triage werkt volgens een protocol met als doel vanuit vragenlijsten risicokinderen of problemen te signaleren. Hierdoor wordt het mogelijk om alle kinderen van een leeftijdscohort tijdens de wettelijk vastgestelde contactmomenten te blijven zien en toch meer aandacht te geven aan kinderen die dat nodig (zie website Hulpverlening Gelderland Midden). Het ZonMw-programma 'Vernieuwing Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg' richt zich op vernieuwingen in de uitvoering (organisatie, bedrijfsvoering) van de JGZ. In 2010 zijn tien projecten gehonoreerd, waaronder het TNO-pilot-onderzoek 'Evaluatie van triagewerkwijze in de JGZ'.