Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Infectieziektebestrijding

Hoe vindt infectieziektebestrijding plaats?

Infectieziekten worden ingedeeld in drie typen

Infectieziekten worden ingedeeld in de groepen A, B1, B2 en C naar gelang de ernst van de ziekte en het soort bestrijdingsmaatregelen die hierbij wettelijk genomen mogen worden:

  • Ziekten in groep A moeten direct door de arts die de ziekte vermoedt of vaststelt en door het hoofd van het laboratorium, gemeld worden aan de directeur van de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD-directeur) van de gemeente waar de arts zijn praktijk heeft. Voorbeelden hiervan zijn polio en SARS. Bij deze groep ziekten mag de patiënt in geval van nood gedwongen opgenomen worden tot isolatie en zodig onderzocht. Contacten kunnen in geval van nood gedwongen in quarantaine worden geplaatst, in afwachting van het ontwikkelen van de ziekteverschijnselen. Ook kan een verbod op beroepsuitoefening worden geadviseerd. Deze maatregelen zijn vrijwel nooit nodig. Een GGD moet deze maatregel door een rechter laten toetsen om deze te mogen toepassen.
  • Ziekten in Groep B1 moeten binnen 24 uur door de arts die de ziekte vaststelt en het hoofd van het laboratorium, gemeld worden aan de GGD-directeur van de gemeente waar de arts zijn praktijk heeft. Voorbeelden hiervan zijn humane infecties met het aviair influenzavirus, difterie, rabiës en virale hemorragische koorts. Bij deze ziekten zijn de maatrgelen bij ziekten uit groep A mogelijk, behalve quarantaine.
  • Ziekten in groep B2 en C moeten door de arts die de ziekte vaststelt en het hoofd van het laboratorium, worden gemeld aan de GGD-directeur van de gemeente waar de arts die het onderzoek heeft aangevraagd zijn praktijk heeft. Voorbeelden hiervan zijn kinkhoest, hepatitis A, B en acute hepatitis C, malaria en Q-koorts. Bij de ziekten uit groep B2 mag alleen een verbod op beroepsuitoefening worden gehanteerd. Bij groep C kunnen alleen maatregelen op vrijwillige basis worden genomen.

Zie ook:

Sinds 2008 moeten ook alle risicovolle situaties gemeld worden

Sinds het najaar van 2008 is het niet alleen verplicht om bovenstaande, bekende, ziekten te melden. Ook situaties waarin een ongewoon aantal patiënten met een infectieziekte, die niet in de wet vermeld staat, moeten worden gemeld. Alle ziekten dienen zowel door de arts als het hoofd van het laboratorium gemeld te worden, met vermelding van de persoonsgegevens van de patiënt. Hierdoor kan een adequate bron- en contactopsporing plaatsvinden (VWS, 2008j). Dit is bij de ziekten in groep C ook nodig voor de inzet van collectieve of individuele maatregelen, maar gebeurt alleen op vrijwillige basis.

Meldingsplicht voor hoofden van instellingen

Hoofden van instellingen waar personen (één of meerdere dagdelen per etmaal) verblijven die kwetsbaar zijn voor infectieziekten, dienen een ongewoon groot mensen met maag- en darmaandoeningen, geelzucht en huidaandoeningen te melden bij de GGD. De GGD onderzoekt dan of er sprake is van een uitbraak in de instelling en geeft zonodig adviezen over de bestrijding ervan.

Optreden naar aanleiding van een meldingsplichtige infectieziekte

Als er sprake is van een infectieziekte of ziektebeeld die onmiddellijk optreden vereist, zal de GGD in actie komen. De GGD zal de betreffende patiënt zonodig overnemen van de behandelend arts, ter observatie. In geval van nood kan de burgmeester worden geadviseerd om een maatregel tot isolatie op te leggen. In dat geval wordt de patiënt onder bewaking gesteld en kan er gedwongen medisch onderzoek worden opgelegd om verdere verspreiding van de infectieziekte tegen te gaan.

Nieuwe eisen gesteld aan gemeenten met grote havens en luchthavens

Gemeenten waar de ‘plaatsen van binnenkomst’ (grote havens en luchthavens) zijn gelegen, dienen meer voorbereidingen te treffen om infectieziekten aan boord van schepen en luchthavens snel te traceren, en zo mogeljik te bestrijden. In de Wpg is daarom een apart hoofdstuk opgenomen met extra bevoegdheden voor de burgemeesters van deze gemeenten. Hierbij kan gedacht worden aan beslissingen over toelating of onttrekking van schepen aan het vrije verkeer, bevoegdheden om informatie te verlangen over de gezondheidstoestand aan boord van een schip of vliegtuig en bevoegdheden om medewerking te verlenen richting (lucht)haven en vervoersexploitanten. Om deze bevoegdheden te kunnen uitoefenen, zal op de betreffende (lucht)havens een noodplan aanwezig moeten zijn over hoe te handelen in geval van een uitbraak van infectieziekten. Dit plan wordt door de (lucht)havenautoriteiten in overleg met de GGD opgesteld (VWS, 2008j). De gemeenten kunnen een beroep doen op financiële ondersteuning door het Rijk voor maatregelen die de minister van VWS aan de gemeente oplegt. Dit geldt ook voor luchthaven- en havenexploitanten en vervoersexploitanten. Zie ook: Hoe is de financiering van de openbare gezondheidszorg georganiseerd?

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Dossier Bepalingen over de zorg voor de publieke gezondheid. Wet publieke gezondheid. Toelichting VWS bespreking Wpg Eerste Kamer met vragen en antwoorden. VWS, 2008j.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.