U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Zorg›Genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen›Medische hulpmiddelen›Ondersteunende hulpmiddelen›Aan welke ondersteunende hulpmiddelen wordt het geld besteed?
In bijna alle categorieën van hulpmiddelen is sprake van kostengroei sinds 2001. Ook de kosten per verzekerde zijn gestegen. Wel is er in 2005 een lichte afname van de kosten te zien ten opzichte van 2004 (1,7%). De kosten van de hulpmiddelen die in 2005 ten laste van de Regeling hulpmiddelen (zie ook wet- en regelgeving) zijn verstrekt bedragen 793 miljoen euro (De Wit, 2006). Voor zowel ziekenfonds- als particulier verzekerden hebben zorgverzekeraars 1.186 miljoen euro aan hulpmiddelen uitgekeerd (Vektis, 2006). Dit is een stijging van 5,3% ten opzichte van 2004.
De gemiddelde groei over de afgelopen jaren was bij ziekenfondsverzekerden het grootst voor diabeteshulpmiddelen, auditieve hulpmiddelen en hulpmiddelen voor bloed en lymfe. Verklarende factoren zijn technologische vernieuwing, vergrijzing, toename van de incidentie van bepaalde aandoeningen, of verruiming van bepaalde aanspraken.
Zie voor meer informatie ook trends in incidentie van diabetes en gehoorstoornissen.
Verzorgingsmiddelen, orthesen en schoenvoorzieningen, gebitsprothesen en hulpmiddelen voor diabetespatiënten vormden de afgelopen jaren belangrijke kostenposten (zie tabel 1). Bij verzorgingshulpmiddelen gaat het vooral om incontinentiematerialen en voorzieningen voor stomapatiënten.
Zie voor meer informatie over het gebruik van hulpmiddelen Hoe groot is het gebruik en neemt het toe of af? en Wie maken vooral gebruik van hulpmiddelen?
Tabel 1: Totale kosten 2001-2005, per hulpmiddelencategorie (x 1 miljoen euro) en de gemiddelde jaarlijkse groei (gjg). Raming voor totale ziekenfondspopulatie (De Wit, 2006).
2001
2002
2003
2004
20051
gjg
Verzorgingsmiddelen
170,7
187,1
196,6
213,1
223,6
7,0%
Gebitsprothesen
73,6
81,6
98,5
88,8
90,5
5,3%
Orthesen en schoenvoorzieningen
84,1
93,4
98,3
105,7
109,3
6,8%
Auditieve hulpmiddelen
52,2
60,5
64,2
77,1
76,7
10,1%
Visuele hulpmiddelen
11,7
11,8
12,2
9,8
-4,4%
Diabeteshulpmiddelen
59,3
68,2
74,5
87,2
88
10,3%
Inrichtingselementen van woningen
36,4
42,5
45
46,3
35,2
-0,9%
Transportondersteuners van bloed en lymfe
22,3
26,1
31,6
36,2
33
10,4%
Hulpmiddelen bij ademhalingsproblemen
26,2
27,1
28,6
34,2
30,3
3,7%
Prothesen
18,3
20,2
21,9
24,3
24,4
7,5%
Hulpmiddelen voor communicatie, informatie en signalering
13,4
14,8
22,7
14,5
1,9%
Hulpmiddelen voor de mobiliteit van personen
14,6
15,4
10,4
-3,1%
Hulpmiddelen voor het toedienen van voeding
7,7
6,9
7,8
8,4
8
1,1%
Hulpmiddelen in verband met behandeling
27
30,7
32,5
33,9
5,9%
Overige hulpmiddelen
4,6
4,7
4,4
4,1
-2,8%
Hulpmiddel niet gespecificeerd
3,6
1,6
1,7
-18%