U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Zorg›Geestelijke gezondheidszorg›Verslavingszorg›Verslavingszorg samengevat
De verslavingszorg biedt hulp aan mensen die problemen ervaren met het gebruik van ‘middelen’. Dat zijn meestal drugs en alcohol of gokspelen. Hulp aan verslaafden aan tabak en geneesmiddelen valt onder de algemene gezondheidszorg. De verslavingszorg biedt ambulante, semimurale en intramurale hulp. Ambulante zorg helpt onder andere bij afkicken, de intramurale zorg richt zich onder andere op crisisopvang en voorbereiding op terugkeer naar de maatschappij. De verslavingsreclassering is ook een vorm van verslavingszorg en begeleidt verslaafden die in aanraking zijn gekomen met Justitie. De verslavingsreclassering werkt in opdracht van Justitie. Ze houdt onder andere toezicht op cliënten die een meldplicht hebben, rapporteert over de achtergrond van cliënten, adviseert de rechtbank en voert gedragstrainingen uit.
Een aantal instellingen voor ambulante verslavingszorg is tussen 2000 en 2006 onderdeel geworden van een geïntegreerde ggz-instelling voor verslavingszorg. Deze zijn op hun beurt vaak weer gefuseerd met algemene ggz-instellingen. Daardoor is het aantal verslavingsinstellingen verminderd. De formele capaciteit is echter toegenomen tussen 2000 en 2006: van 1.589 naar 1.950. Ook het aantal cliënten in de verslavingsreclassering is toegenomen. De meeste cliënten komen bij de verslavingszorg terecht via hun directe omgeving, de huisarts of een ggz-instelling. Een belangrijke taak van de verslavingsreclassering is het verwijzen van cliënten naar zorginstellingen, meestal naar de ambulante verslavingszorg. Het aantal verwijzingen vanuit de verslavingsreclassering is toegenomen in de periode tussen 2002 en 2008, met name naar ambulante zorg.
Vier van de vijf cliënten ontvangt een ambulante behandeling. De helft van de ambulante behandelingen duurt korter dan drie maanden. Het aantal deeltijdbehandelingen in de verslavingszorg is toegenomen tussen 2000 en 2006, van 66.000 naar 88.000. Het aantal cliënten in de verslavingsreclassering is toegenomen van 12.000 in 2002 naar ruim 18.000 in 2008. De meesten hebben alcoholgebruik als primair probleem. Meer dan de helft van de cliënten in 2002-2006 was afwisselend vrijwillige cliënt van de verslavingszorg en gedwongen cliënt van de verslavingsreclassering. De cliënten hebben naast verslavingsproblematiek vaak ook een psychische stoornis en soms ook een verstandelijke beperking.
Verslavingszorg is voor een groot deel ‘onderhoudszorg’: Slechts 20% van de cliënten in de verslavingszorg is nieuw; 80% is al bekend bij de verslavingszorg. Het grootste deel is man (77%), met een leeftijd tussen de 25 en 54 jaar. De verhouding tussen cliënten met alcohol- en drugsproblemen in de verslavingszorg is gelijk: 47% heeft primair alcoholprobleem, 47% primair een drugsprobleem. 4% komt met een primair probleem gokken.