Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Verslavingszorg
Vraag en gebruik

Verslavingszorg: Door wie wordt de verslavingszorg vooral bezocht?

Verslavingszorg Verslavingsreclassering

Verslavingszorg

Verslavingszorg heeft vooral cliënten met alcohol- en drugsproblemen

De verhouding tussen mensen met alcoholproblemen en mensen met drugsproblemen en overige problemen is ongeveer gelijk. 47% van de hulpvragers/cliënten komt met primaire alcoholproblemen naar de verslavingszorg, terwijl 46% met drugsgerelateerde problemen zich meldt (tabel 1). 4% van de hulpvragers komt met een probleem primair gerelateerd aan overmatig gokken. Ten slotte komt 3% van de hulpvragers met problemen gerelateerd aan medicijnverslaving, boulemie/anorexia, internetverslaving/gamen en dergelijke. Het percentage cliënten met opiaatverslaving is gedaald ten opzichte van 2007; het aantal mensen met cannabisproblemen is juist gestegen.

Tabel 1. Personen in de verslavingszorg naar primaire problematiek (Bron: IVZ, 2010).

Primaire problematiek

% personen in verslavingzorg in 2008

% verandering t.o.v. 2007

Alcohol

47

0

Opiaten

18

-8

Cocaïne

14

-3

Amfetamine

2

-2

Cannabis

12

5

Gokken

4

-5

Overig

3

-4

Totaal

100

-2

Verslavingszorg wordt vooral bezocht door reeds bekende cliënten

Het percentage reeds bekende cliënten blijft met 80% in 2008 onverminderd hoog. De overige 20% zijn nieuwe cliënten (tabel 2). Deze verhouding schommelt licht, maar is tussen 2000 en 2008 weinig veranderd. Verslavingszorg blijft daarmee een groot deel “onderhoudszorg”. 60% is al meer dan drie jaar met de verslavingszorg in contact.

Tabel 2. Percentage nieuwe cliënten in de verslavingszorg (Bron: IVZ, 2010).

Primaire probleem

% nieuwe clïenten in 2008

Alcohol

22

Opiaten

4

Cocaïne

16

Amfetamine

22

Cannabis

33

Gokken

29

Overig

32

Totaal

20

Cliënten verslavingszorg zijn grotendeels mannen

Het aandeel vrouwen stijgt over de jaren heen naar 23%, maar blijft nog steeds veel lager dan het aantal mannen dat hulp zoekt (77%). Met name bij alcohol is de groep vrouwen wat groter (26%) dan bij drugs (18-24%). De gemiddelde leeftijd van cliënten in de verslavingszorg is 41 jaar (IVZ, 2010). Het grootste deel (76%) van de cliënten is tussen de 25 en 54 jaar. Cliënten met alcoholproblemen zijn met een gemiddelde van 45 jaar het oudst, cliënten met amfetamine- en cannabisverslaving het jongst, gemiddeld 29 jaar (zie tabel 3).

Tabel 3. Gemiddelde leeftijd naar primaire problematiek in 2008 (Bron: IVZ, 2010).

Primaire probleem

Gemiddelde leeftijd

Alcohol

45

Opiaten

44

Cocaïne

36

Amfetamine

29

Cannabis

29

Gokken

39

Overig

39

Meeste cliënten in verslavingszorg zijn autochtoon

Het grootste deel van de cliënten in de verslavingszorg is autochtoon (82%; zie tabel 4). Van de allochtonen zijn de meeste cliënten van niet-westerse afkomst. De meest voorkomende problemen onder de niet-westerse allochtonen zijn gok-, cocaïne- en opiatenverslaving. Amfetamine- en alcoholverslaving komen vooral voor onder de autochtone cliënten.

Tabel 4. Culturele herkomst van cliënten in de verslavingszorg (Bron: IVZ, 2010).

Primaire probleem

% Autochtoon

% Westers allochtoon

% Niet-westers allochtoon

Alcohol

89

1

10

Opiaten

73

4

23

Cocaïne

73

2

25

Amfetamine

96

1

3

Cannabis

81

2

17

Gokken

73

1

26

Overig

89

1

10

Totaal a

82

2

16

a Deze cijfers zijn afkomstig van Ladis. Ze wijken iets af van de CBS-cijfers (resp. 80%, 9% en 11%).

Naar boven


Verslavingsreclassering

Kenmerken cliënten verslavingsreclassering

De verslavingsreclassering heeft steeds meer cliënten. Sinds 2002 is het aantal toegenomen van ruim 12.000 naar ruim 18.000 in 2008. Naast de verslavingsreclassering hebben overigens ook het Leger des Heils en Reclassering Nederland verslaafden in hun bestand. Vrijwel alle cliënten zijn man, met een gemiddelde leeftijd is 37,6 jaar (tabel 5). Bijna driekwart heeft Nederland als geboorteland. Een groot deel (ruim 70%) heeft geen vaste werkkring, de helft is alleenstaand of heeft geen stabiele leefsituatie. Vier procent heeft de lagere school niet afgemaakt en bijna de helft heeft geen diploma van enige vorm van middelbaar onderwijs.

Type problematiek in verslavingsreclassering

De meesten hebben alcoholgebruik als primair probleem (tabel 1). Het aandeel alcoholgebruikers neemt de laatste jaren toe. Van de drugsgebruikers hebben de meesten problemen met cocaïne/crack. Dit aandeel daalde de laatste tijd. Opiaten vormen in 14% van de gevallen het primaire probleem. Het aandeel opiaatgebruikers is duidelijk dalende. Het aandeel cliënten met primaire cannabisproblemen is relatief laag, maar neemt wel toe. Meer dan de helft van de cliënten in 2002 tot en met 2006 was afwisselend vrijwillige cliënt van de verslavingszorg en gedwongen cliënt van de verslavingsreclassering. De cliënten hebben naast langdurige verslavingsproblematiek vaak ook psychiatrische problematiek en soms ook een lichte verstandelijke handicap (Kaal et al., 2009). Daarnaast kampen ze in veel gevallen met andere problemen zoals schulden, scholing, werk, relaties of dakloosheid.

Naar boven

Tabel 5: Kenmerken van cliënten in de verslavingsreclassering van 2002 c -2008 (Bron: www.svg.nl).

2002

2003

2004

2005a

2006

2007

2008a

Totaal aantal cliënten

12.399

14.579

14.875

15.574

16.385

17.103

18.039

Gemiddelde leeftijd (jaar)

35

35,3

35,6

36,1

36,5

37,6

37,6

% man

92

92

92

92

91

92

92

Type problematiek (primair probleem, in %)

alcoholgebruik

38

40

43

46

47

47

cocaïne/crack

26

27

25

24

24

23

opiaatgebruik

25

21

18

16

15

14

cannabisgebruik

6

6

7

8

8

9

% cliënten met afwisselend vrijwillige zorg en reclassering

63

58

57

56

58

a Cijfers van een grotere instelling voor verslavingszorg ontbreken in 2005; dummy-cijfers geïmputeerd.

b Informatie over type problematiek is niet beschikbaar.

c Sinds 2002 is informatie beschikbaar uit het Cliënt Volg Systeem.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • IVZ, Stichting Informatievoorziening Zorg.Tabellenboek. Kerncijfers verslavingzorg 2008. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem. Houten: IVZ, 2010.
  • Kaal H, Ooyen-Houben M van, Ganpat S, Wits E.Een complex probleem. Den Haag: WODC, 2009; Cahier 2009-11.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.