Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ggz voor volwassenen
Toegankelijkheid

Zijn vraag en aanbod voldoende op elkaar afgestemd?

Bijna 57.000 volwassenen op wachtlijst

Op 31 december 2007 was het aantal wachtenden bijna 57.000 volwassenen (zie tabel 1). Het grootste deel van de cliënten wordt geholpen binnen de Treeknorm (een norm voor een geaccepteerde omvang van de wachttijd).

Tabel 1: Aantal wachtenden op 31 december 2007 (naar leeftijd, niet naar circuit) en percentage wachtenden die binnen de Treeknorm geholpen zijn. Bron: GGZ Nederland, 2009b).

Aantal wachtenden

% geholpen binnen Treeknorm

Aanmelding

21.100

78

Beoordeling

22.400

72

Behandeling

13.400

77

Totaal

56.900

Gemiddeld drie weken wachttijd na aanmelding

Volwassenen moesten in 2007 na aanmelding gemiddeld drie weken wachten op het eerste gesprek met een hulpverlener (GGZ Nederland, 2009a). Vervolgens moesten ze gemiddeld vier weken wachten op de indicatiestelling. Na de indicatiestelling was de gemiddelde wachttijd tot het eerste behandelcontact vijf weken.

Daadwerkelijke hulp

Van de mensen met een psychische stoornis krijgt een groot deel hulp vanuit de eerstelijn (zie tabel 2). Dit geldt voor meer dan de helft van de mensen met een stemmingsstoornis en voor de helft van de mensen met een eetstoornis. Opvallend is dat slechts 18% van de mensen met alcoholmisbruik of –afhankelijkheid enige vorm van hulp krijgt. Ter vergelijking: bij mensen met een stemmingsstoornis is dit 64% en bij mensen met een angststoornis 41%.

Tabel 2: Percentage volwassenen (18 t/m 64 jaar) met een psychische stoornis dat op jaarbasis hiervoor hulp krijgt (Bron: Hilderink & van 't Land, 2009).

Eerstelijn

Ggz

Informele zorg

Enigerlei zorg

Stemmingsstoornis

53,9

36,1

20,1

63,8

Angststoornis

31,9

20

13

40,5

Alcoholmisbruik of afhankelijkheid

12,3

9,9

4,5

17,5

Drugsmisbruik of afhankelijkheid

30

33,5

13,5

37,1

Eetstoornissen

50

46,6

24

64

Schizofrenie

35,7

47,1

20

46,7

Alle onderzochte stoornissen samen

27,2

16,3

10,4

33,9

Verborgen behoefte aan hulp

Twee derde van de mensen in Nederland met een psychische stoornis krijgt hiervoor geen hulp (Van 't Land et al., 2008a). Bijna de helft van de mensen (43%) met een psychische stoornis die daarvoor geen zorg ontvangt, zegt geen behoefte aan zorg te hebben. 17% zegt wel hieraan behoefte te hebben. Het percentage volwassenen dat geen hulp krijgt voor hun psychische stoornis, maar wél zegt hieraan behoefte te hebben is het hoogst bij mensen met een stemmingsstoornis (28%, zie tabel 3). Bij mensen met alcoholmisbruik of –afhankelijkheid is dit percentage het laagst (8%). Groepen mensen die naar verhouding een grotere zorgbehoefte hebben zijn vrouwen, mensen met ernstigere symptomen, mensen in stedelijke gebieden, alleenwonenden en alleenstaande ouders en werklozen en arbeidsongeschikten (Van 't Land et al., 2008a). In deze groepen komen naar verhouding ook vaker psychische stoornissen voor.

Tabel 3: Percentage volwassenen met een psychische stoornis dat geen hulp hiervoor krijgt, maar wél zegt hieraan behoefte te hebben (Bron: Hilderink & van 't Land, 2009).

% mannen

% vrouwen

% totaal

Stemmingsstoornis

19,4

33,5

28,2

Angststoornis

16,5

24,2

21,6

Alcoholmisbruik of -afhankelijkheid

5,4

21,3

8,1

Drugsmisbruik of -afhankelijkheid

14,8

21,1

17

Schizofrenie

21,3

22,1

21,7

Aantal stoornissen

1

6,9

16,4

11

2 of meer

18,9

34,7

28,6

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • GGZ Nederland. Website (geraadpleegd op 15-12-2009) 2009a.
  • GGZ Nederland.Zorg op waarde geschat. Sectorrapport GGZ 2009. Amersfoort, 2009b.
  • Hilderink I, Land H van 't.GGZ in tabellen 2008. Utrecht: Trimbos-instituut, 2009.
  • Land H van 't, Grolleman J, Mutsaers K, Smits C.Trendrapportage GGZ 2008. Deel 2: Toegang en zorggebruik. Basisanalyse. Utrecht: Trimbos-instituut, 2008a.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.