Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ggz voor ouderen
Toegankelijkheid

Zijn vraag en aanbod voldoende op elkaar afgestemd?

Wachttijd tot eerste gesprek is gemiddeld twee weken

Ouderen moesten in 2006 na aanmelding gemiddeld twee weken wachten op het eerste gesprek met een hulpverlener (GGZ Nederland, 2009b). Vervolgens moesten ze gemiddeld drie weken wachten op de indicatiestelling. Na de indicatiestelling was de gemiddelde wachttijd tot het eerste behandelcontact drie weken. Dit ligt binnen de vastgestelde Treeknormen voor de geaccepteerde omvang van de wachttijd (NZa, 2008).

Weinig bekend over daadwerkelijke hulp

Er is weinig bekend over de daadwerkelijke hulp die ouderen met een psychische stoornis ontvangen. Over hulp aan ouderen met depressie is wel iets bekend. Ouderen (55 tot 85 jaar) met een klinische depressie krijgen vaker hulp dan ouderen met een subklinische depressie. Beide groepen krijgen vaker benzodiazepines dan antidepressiva (Beekman et al., 1997).

Verborgen behoefte aan hulp

Verder zijn er geen landelijke gegevens over ouderen die behoefte hebben aan psychische hulp, maar dit niet krijgen. Wel is hiernaar onderzoek gedaan bij huisartspatiënten in West-Friesland. Dit onderzoek betrof een groep kwetsbare ouderen (ouderen met meervoudige problemen) met een onvervulde hulpbehoefte. De kwetsbare ouderen bleken vooral behoefte te hebben aan hulp bij geheugenproblemen (11%; zie tabel 1). Slechts 17% van deze groep ontvangt hiervoor echter daadwerkelijk hulp. Van de kwetsbare ouderen die behoefte hebben aan hulp voor depressieklachten (4%) ontvangt de helft hiervoor daadwerkelijk hulp. Daarnaast bleek dat de behoefte aan psychische hulp vaker onvervuld blijft dan de behoefte aan somatische of praktische hulp. Somatische hulp is bijvoorbeeld medicatie; praktische hulp is bijvoorbeeld hulp in de huishouding. Mogelijk is er te weinig psychische hulp beschikbaar voor ouderen (Van der Ploeg, 2009). De ouderen die geen hulp krijgen voor depressieklachten bezochten volgens ditzelfde onderzoek vaker de huisarts dan de ouderen die hiervoor wel hulp ontvangen. Een onvervulde hulpbehoefte lijkt dus te leiden tot een groter gebruik van de somatische gezondheidszorg.

Tabel 1: Percentage kwetsbare ouderen (n=217) met een behoefte aan hulp voor psychische problemen en het percentage dat hiervoor geen hulp ontvangt. Bron: Van der Ploeg, 2009.

Type problemen waarvoor behoefte aan hulp is

% met behoefte aan hulp

% geen hulp

% wel hulp

Geheugenproblemen

11

17

83

Depressieklachten

4

50

50

Gedragsproblemen

1

0

100

Zelfverwonding

1

50

50

Psychotische symptomen

1

50

50

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Beekman ATF, Deeg DJH, Tilburg TG van, Schoevers RA, Smit JH, Hooijer C, et al.Depressie bij ouderen in de Nederlandse bevolking: een onderzoek naar de prevalentie en risicofactoren. Psychiatrie 1997; 39: 294-8.
  • GGZ Nederland.Zorg op waarde geschat. Sectorrapport GGZ 2009. Amersfoort, 2009b.
  • NZa, Nederlandse Zorgautoriteit.Ziekenhuiszorg 2008. Een analyse van de marktontwikkelingen in het B-segment 2008. Utrecht: NZa, 2008.
  • Ploeg ES van der.Zorg voor kwetsbare ouderen: behoefte, gebruik en passendheid. Academisch Proefschrift. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam, 2009.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.