U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Zorg›Geestelijke gezondheidszorg›Ggz voor ouderen›Ggz voor ouderen samengevat
De geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor ouderen biedt zorg aan ouderen met psychische problemen en psychische stoornissen. Ouderen met psychische problemen komen vaak in de eerste instantie bij de huisarts, meestal met lichamelijke problemen. De eerstelijnspsycholoog speelt geen grote rol bij ouderen. Zorg in de gespecialiseerde ggz bestaat vaak uit een combinatie van psychofarmaca en psychotherapeutische gedragsinterventies. Daarnaast biedt de ggz algemene, ondersteunende interventies zoals psycho-educatie, lotgenotencontact en aandacht voor werk en vrijetijdsbesteding.
Ook verpleeghuizen bieden vrijwel altijd psychosociale en psychologische interventies. Van de verzorgingshuizen doet minder dan de helft dit. Ggz-instellingen bieden verschillende vormen van dienstverlening aan in verpleeg- en verzorgingshuizen. Meestal bestaat dit uit consultatie en deskundigheidsbevordering aan het personeel.
De huisarts registreert bij 18% van zijn oudere patiënten psychische problemen. Ouderen met psychische problemen worden vooral voor andere klachten behandeld bij de huisarts, zoals klachten aan het bewegingsapparaat. Het aantal ouderen dat gebruik maakt van de tweedelijns ggz is gestegen in de periode tussen 1990 en 2004. In 2006 maakten bijna 80.000 ouderen hiervan gebruik.
Vijf procent van de oudere huisartspatiënten met psychische problemen wordt doorverwezen naar ggz-gerelateerde zorg. Van de ouderen die naar de eerstelijns ggz worden doorverwezen, is het aandeel van ouderen met alcoholmisbruik relatief groot.
Oudere huisartspatiënten met psychische problemen zijn overwegend vrouwen, in de leeftijd van 65-84 jaar, en woonachtig in een grote stad. Psychische problemen bij ouderen in de eerstelijn zijn voornamelijk depressie- of angstgerelateerde klachten en dementie. Ook in de ggz-instellingen zijn meer oudere vrouwen dan mannen in behandeling. De meest voorkomende problemen bij circuit ouderen zijn geheugen- en oriëntatieklachten en stemmingsklachten. In de derdelijn, verpleeghuizen, komen vooral depressieklachten veel voor. Onder ouderen met dementie in een verpleeghuis komen depressie en angst extra veel voor.