Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ggz voor ouderen
Vraag en gebruik

Door wie wordt de ggz voor ouderen vooral bezocht?

Eerstelijns-ggz Tweedelijns-ggz Verpleeg- en verzorgingshuizen

Eerstelijns-ggz

Ouderen in huisartspraktijk met psychische problemen zijn vooral vrouwen

Oudere huisartspatiënten met één of meer psychische problemen zijn overwegend vrouwen, in de leeftijd van 65-84 jaar, en woonachtig in een grote stad (tabel 1). Dat geldt ook voor oudere patiënten met depressie of angst. Patiënten met dementie en schizofrenie zijn ouder, overwegend in de leeftijd van 75 jaar en ouder. Oudere huisartspatiënten met alcoholmisbruik zijn meestal mannen (Ten Have et al., 2007a).

Huisarts stelt bij 18% van de ouderen psychische diagnose vast

Bij 17,8% van de ouderen die zijn ingeschreven bij de huisarts, wordt een psychische diagnose vastgesteld (Ten Have et al., 2007a). Van deze groep heeft het grootste deel depressiegerelateerde of angstgerelateerde klachten (respectievelijk 22,5% en 20,8%). Bij ruim 6% van de ouderen met psychische klachten komt dementie voor.

Weinig ouderen naar eerstelijnspsycholoog

Van de cliënten die de eerstelijnspsycholoog bezoeken, is 3% ouder dan 65 jaar (Ten Have et al., 2007b). Hiervan is het merendeel hoog opgeleid, vrouw en tussen de 65 en 74 jaar oud. De eerstelijnspsycholoog behandelt oudere patiënten (65 jaar en ouder) vooral voor aanpassings- of verwerkingsproblemen, interpersoonlijke problemen of depressies.

Tabel 2: Meest voorkomende diagnoses bij ouderen (65+) met psychische problemen ingeschreven bij de huisarts (Bron: Ten Have et al., 2007a).

Problematiek

% ouderen

Dementie

6,2

Schizofrenie

1,2

Depressie

18

Depressief gevoel

5,1

Totaal depressie en depressief gevoel

22,5

Angststoornis/angsttoestand

4,5

Angstig/gespannen gevoel

16,9

Totaal angststoornis/angstig

20,8

Alcoholmisbruik

1,1

Tabel 1: Sociaaldemografische kenmerken van oudere huisartspatiënten (65+) (Bron: Ten Have et al., 2007a).

% ouderen met psy- chische proble-matiek

% ouderen per diagnosegroep

dementie

schizo-frenie

depres- sie

angst

alcohol-misbruik

Geslacht

man

30,2

37,2

22,6

28,3

26,6

68,2

vrouw

69,8

62,8

77,4

71,7

73,4

31,8

Leeftijd

65-74 jaar

43,3

10,2

37,7

45,3

51,8

70,5

75-84 jaar

40,0

50,7

41,5

41,5

35,8

20,5

85+

16,7

39,1

20,8

13,2

12,4

9,0

Urbanisatiegraad

zeer hoog

17,0

16,1

34,0

17,1

17,0

20,5

hoog

27,8

27,4

17,0

29,8

28,4

29,5

midden

18,8

15,3

9,4

17,6

18,8

25,0

laag

17,2

16,4

11,3

16,9

18,6

4,5

zeer laag

19,2

24,8

28,3

18,7

17,2

20,5

Naar boven


Tweedelijns-ggz

Tweedelijns-ggz behandelt meer vrouwen dan mannen

Het circuit ouderen in ggz-instellingen behandelt voornamelijk ouderen van 65 jaar en ouder. De ondergrens voor behandeling bij het circuit ouderen is bij een aantal ggz-instellingen 60 jaar in plaats van 65 jaar. Het circuit ouderen behandelt ook de begeleidende verzorgers, bijvoorbeeld mantelzorgers (GGZ Nederland, 2007). Er zijn meer vrouwen dan mannen in behandeling: tweederde deel van de cliënten is vrouw. Van de 65-plussers komt de groep 65-79 jaar het meest in behandeling (tabel 3).

Vooral vrouwen en oudere ouderen gebruiken ggz voor ouderen

Vooral vrouwen en oudere ouderen maken gebruik van de ggz voor ouderen. Aangezien vrouwen ouder worden dan mannen, zullen zij ook meer ingrijpende levensgebeurtenissen (zoals het verlies van een naaste, verhuizing naar verpleeg- of verzorgingshuis, ontstaan van een chronische lichamelijke aandoening) meemaken, waardoor zij meer met psychische klachten te maken kunnen krijgen (De Boer, 2006.). Ook komt dementie meer voor naarmate de leeftijd vordert, waardoor oudere ouderen meer hulp nodig hebben in verband met deze diagnose.

Zie ook: Interne link naar documentdementie, Interne link naar documentdepressie en Interne link naar documentangststoornissen

Geheugen- en oriëntatieklachten belangrijkste reden voor aanmelding

De meest voorkomende reden voor aanmelding bij het circuit ouderen zijn geheugen- en/of oriëntatieklachten (38%), gevolgd door stemmingsklachten (32%) (zie tabel 4). De meest voorkomende psychische diagnose die gesteld wordt bij cliënten die in behandeling zijn, is een cognitieve/organische stoornis. Deze diagnose wordt gesteld bij 37% van de ouderen. Ook een stemmingsstoornis komt regelmatig voor als diagnose: bij 26% van de ouderen.

Tabel 3: Aantal ouderen in behandeling, naar leeftijd en geslacht in 2007 (Bron: GGZ Nederland, 2009b).

Noot: Vanwege de overgang naar het DBC Informatiesysteem (DIS) heeft er in 2007 een alternatieve dataverzameling plaatsgevonden waarbij niet uitgesloten kan worden dat de cijfers afwijkend zijn ten opzichte van eerdere jaren.

Leeftijd

Aantallen

%

man

vrouw

totaal

man

vrouw

65-79

13.327

22.736

36.063

37

63

80+

8.896

20.902

29.798

30

70

Totaal

22.223

43.638

65.861

34

66

Tabel 4: Aanmeldklachten circuit ouderen in 2007 (%) (Bron: GGZ Nederland, 2009b).

Aanmeldklachten

% ouderen

Stemmingsklachten

32

Angst / spanning, fobische klachten, dwangklachten

9

Gedragsklachten

6

Klachten rond relatie partner/gezin/familie

4

Klachten rond verslavinga

3

Psychotische klachten

5

Klachten rond een traumatische gebeurtenis

1

Klachten rond het lichaam

3

Geheugen-/oriëntatieklachten en cognitieve klachten

38

Klachten rond werk/studie

0

Identiteitsklachten

0

Klachten rond het leggen van contacten

0

School- en leerklachten en concentratieklachten

0

Totaal

100

a Dit betreft alleen de verslavingsklachten in het circuit ouderen, het circuit verslavingszorg is hier niet meegeteld.

Naar boven


Verpleeg- en verzorgingshuizen

Psychische problematiek komt veel voor in verpleeghuizen

Psychische problematiek komt in verpleeghuizen veel voor, met name depressiviteit. Op somatische afdelingen is de prevalentie van een klinische depressie 8%, van een subklinische depressie 14%. Daarnaast heeft 24% van de bewoners depressieklachten die samen niet voldoen aan de criteria voor een klinische of subklinische depressie (Jongenelis et al., 2004). Angstklachten komen voor bij 10% van de bewoners; 7% heeft een angststoornis (Smalbrugge et al., 2006). Ongeveer 5% van de verpleeghuisbewoners heeft zowel een depressie als een angststoornis. Bij verpleeghuisbewoners met dementie heeft ongeveer 20% een depressieve stemming en bij 21% is er sprake van angstklachten (Zuidema et al., 2007). Dit geeft aan dat ouderen met psychische stoornissen en klachten niet alleen bij ggz-instellingen, maar ook in verpleeghuizen behandeld moeten worden.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Boer AH de (red.).Rapportage ouderen 2006. Den Haag: SCP, 2006.
  • GGZ Nederland.Wachtlijsten in ggz-instellingen op januari 2007. Amersfoort: GGZ Nederland, 2007.
  • GGZ Nederland.Zorg op waarde geschat. Sectorrapport GGZ 2009. Amersfoort, 2009b.
  • Have M ten, Depla M, Pot AM.Deelstudie 3b: welke rol speelt de huisarts voor ouderen met psychische problemen? In: Pot, A.M., Depla, M., ten Have, m. Monitor Geestelijke Gezondheidszorg Ouderen. Rapportage 2006. Utrecht: Trimbos-instituut, 2007a.
  • Have M ten, Depla M, Pot AM.Deelstudie 3b: welke rol speelt de eerstelijnspsycholoog voor ouderen met psychische problemen? In: Pot, A.M., Depla, M., ten Have, m. Monitor Geestelijke Gezondheidszorg Ouderen. Rapportage 2006. Utrecht: Trimbos, 2007b.
  • Jongenelis K, Pot AM, Eissess AM, Beekman AT, Kluiter H, Ribbe MW.Prevalence and risk indicators of depression in elderly nursing home patients: the AGED study. Journal of affective disorders, 2004; 83(2-3): 135-142.
  • Smalbrugge M, Jongenelis L, Pot AM, Eefsting JA, Ribbe MW, Beekman AT.Incedence and outcome of depressive symptoms in nursing home patients in the Netherlands. American journal of geriatric psychiatry, 2006; 14(12): 1069-1076.
  • Zuidema SU, Derksen E, Verhey FRJ, Koopmans RTCM.Prevalence of neuropsychiatric symptoms in a large sample of Dutch nursing home patients with dementia. International journal of geriatric psychiatry, 2007; (22): 632-638.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ggz
Geestelijke gezondheidszorg
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.