Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ggz voor kinderen en jongeren
Vraag en gebruik

Hoe groot is het gebruik en neemt het toe of af?

Veel kinderen en jongeren met problemen komen niet bij de ggz

Van de kinderen met klinisch relevante emotionele en gedragsproblemen heeft 16% in het voorafgaande jaar gebruik gemaakt van ggz-voorzieningen (Zwaanswijk, 2005). Bij jongeren is dit percentage lager, namelijk 8%. De ernst van de problemen en de mate van gezinsstress (zoals het leven in een eenoudergezin en wijzigingen in gezinssamenstelling) waren bij jongeren het sterkst gerelateerd aan gebruik van de ggz. 18% van de jongeren die behoefte hadden aan hulp, wordt verwezen naar de ggz. Bijna 4% van de jongeren geeft aan dat hun behoefte aan gespecialiseerde hulp niet vervuld is. Ongeveer 3% van de jongeren (11-18 jaar) in de algemene bevolking wordt verwezen naar de ggz. Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpautisme, Icoon interne verwijzing naar onderwerpgedragsstoornissen, Icoon interne verwijzing naar onderwerpADHD.

Bijna 240.000 kinderen en jongeren in behandeling

In 2007 waren in het circuit jeugd ruim 238.000 kinderen en jongeren in behandeling. Het aantal cliënten is tussen 2005 en 2007 met 23% toegenomen. Een deel van de cliënten heeft al eerder een behandeling gehad in de ggz. In 2006 was het voor 21% van de inschrijvingen de tweede keer en voor 11% de derde keer of vaker (GGZ Nederland, 2009b). Het aantal cliënten in ambulante behandeling is veruit het grootst. Het aantal cliënten in gemengd residentiële behandeling (dat wil zeggen deels klinisch, deels ambulant) is tussen 2006 en 2007 het meest toegenomen (zie tabel 1). Een derde deel van de cliënten (36%) blijft maximaal drie maanden in behandeling, een even groot deel (35%) drie maanden tot een jaar en 29% blijft een jaar of langer in behandeling.

Tabel 1: Aantal cliënten bij circuit jeugd in 2005-2007 (Bron: GGZ Nederland, 2009b).

2005

2006

2007

% groei '06-'07

Type zorg a

Residentieel

4.007

4.662

5.984

28%

Gemengd residentieel

1.504

1.956

2.702

38%

Deeltijd

1.591

2.074

1.677

-19%

Ambulant

173.057

185.681

227.756

23%

Totaal

180.160

194.373

238.120

23%

a Residentieel: 50% of meer van de verrichtingen betreft opnamen (klinisch) of beschermd wonen; gemengd residentieel: opname of verblijf is minder dan 50%; deeltijd: dagbehandeling in een klinische omgeving, zonder opname of verblijf; ambulant: uitsluitend ambulante verrichtingen.

Aantal ambulante contacten neemt toe sinds 2001

Cliënten in het circuit jeugd worden vooral ambulant geholpen. Het aantal ambulante contacten is sinds 2001 meer dan verdubbeld, van 491.000 naar ruim een miljoen contacten in 2006 (Hilderink & van 't Land, 2009). Dit heeft vermoedelijk ook administratieve oorzaken. Vanaf 2004 zijn telefonische contacten meegeteld in de registratie van ambulante contacten. In 2006 waren er 523.000 verpleegdagen en 254.000 deeltijdbehandelingen. Ook deze zijn sinds 2001 toegenomen.

Feitelijk aantal bedden lager dan formele capaciteit

In 2009 was het feitelijke aantal bedden ruim 8,5% lager dan formeel zou mogen; in 2006 was dit verschil 10%. Het aantal formeel beschikbare bedden in de kinder- en jeugdpsychiatrie is sinds 1993 geleidelijk toegenomen van 1.230 in 2000 naar 1.906 in 2007 (Hilderink & van 't Land, 2008).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • GGZ Nederland.Zorg op waarde geschat. Sectorrapport GGZ 2009. Amersfoort, 2009b.
  • Hilderink I, Land H van 't.GGZ in tabellen 2008. Utrecht: Trimbos instituut, 2008.
  • Hilderink I, Land H van 't.GGZ in tabellen 2008. Utrecht: Trimbos-instituut, 2009.
  • Zwaanswijk M.Pathways to care: Help-seeking for child and adolescent mental health problems. Utrecht: Universiteit Utrecht, 2005.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.