Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Geestelijke gezondheidszorg
Vraag en gebruik

Geestelijke gezondheidszorg: Wat is het gebruik?

Eerstelijns-ggz is bedoeld voor mensen met lichte klachten

Mensen met lichte psychische klachten komen bij de huisarts, het algemeen maatschappelijk werk en de eerstelijnspsycholoog terecht (Van 't Land et al., 2008a). De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt voor mensen met psychische problemen. Volgens het stepped care-principe zou de huisarts patiënten waar mogelijk moeten doorverwijzen binnen de eerstelijns-ggz zoals een algemeen maatschappelijk werker of een eerstelijnspsycholoog. Mensen met ernstige klachten kan de huisarts doorverwijzen naar de gespecialiseerde tweedelijns-ggz. Dit principe is bedoeld om de verwijsstroom van de eerstelijn naar de tweedelijns-ggz te beperken. Het stepped-care principe heeft zich echter nog niet vertaald in een afname van het aantal doorverwijzingen van de huisarts naar de gespecialiseerde ggz (Van 't Land et al., 2008). Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpEerstelijnspsychologen.

Steeds meer cliënten maken gebruik van tweedelijns-ggz

Er is al jaren sprake van een stijgende hulpvraag binnen de tweedelijns-ggz (Van 't Land et al., 2008). In 2001 maakten 535.000 cliënten gebruik van de tweedelijns-ggz, in 2007 is dit aantal gestegen tot 845.000 (GGZ Nederland, 2010a). Dit is exclusief verslavings- en forensische zorg. De omvang van de wachtlijsten in de tweedelijns-ggz neemt gestaag toe; het aantal cliënten dat op een behandeling wacht, is de afgelopen jaren toegenomen met 6%. Deze groei loopt in de pas met de toename van het aantal nieuwe cliënten in de ggz in de afgelopen jaren (6%) (Van 't Land et al., 2008). Ruim 360.000 clienten (43%) beëindigen hun behandeling binnen drie maanden. Veruit het grootste deel van de cliënten ontvangt een ambulante behandeling (GGZ Nederland, 2010a).

Aantal ambulante contacten neemt toe

Het aantal ambulante contacten is meer dan verdubbeld tussen 2000 en 2007 (zie tabel 1). Een plotselinge stijging is zichtbaar in 2004. Vermoedelijk heeft dit administratieve oorzaken: vanaf 2004 zijn ook telefonische contacten meegeteld in de registratie. Ook kan de toename een gevolg zijn van de extramuralisering van de zorg. Veel van de beschikbare groeiruimte gaat naar de extramurale zorg, waardoor het aantal ambulante contacten toeneemt. Het aantal verpleegdagen in ggz-instellingen is sinds 2000 redelijk stabiel (zie tabel 1). Het aantal deeltijdbehandelingen is tot 2003 geleidelijk toegenomen, maar daalt vanaf 2003 licht.

Tabel 1: Productie van ggz-instellingen 2000-2006, x 1.000. (Bron: Hilderink & van 't Land, 2009).

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

Verpleegdagen

7.490

7.280

7.303

7.603

7.723

7.815

7.921

8.104

Deeltijdbehandelingen

1.189

1.296

1.365

1.511

1.559

1.517

1.498

-

Ambulant

4.668

4.539

5.022

5.471

8.484

9.384

10.932

11.515

Aantal bezette bedden vrij constant gebleven

Het aantal bezette bedden van ggz-instellingen is met gemiddeld rond de 22.000 bedden per jaar vrij constant gebleven tussen 2000 en 2006. In 2006 waren er bij het circuit volwassenen en ouderen 18.079 bedden bezet (Van Hoof et al., 2008). Grofweg iets minder dan twee derde van de plaatsen voor opname en verblijf in de ggz bestaat uit verblijfs- en woonvoorzieningen. Zie ook:

Nederland heeft relatief veel psychiatrische opnameplaatsen

Internationale cijfers suggereren dat Nederland met de ontwikkeling van opname- en verblijfsvoorzieningen een speciale positie inneemt. Volgens de gegevens van de WHO European Health for All Database telde Nederland in 2003 per 100.000 inwoners het hoogste aantal psychiatrische opname- en verblijfplaatsen van alle Europese landen, namelijk 186 (Van Hoof et al., 2008). Bovendien is die capaciteit in de afgelopen twintig jaar het minst gedaald van alle Europese landen. De toegankelijkheid van de zorg in Nederland voor mensen met stemmings- of angststoornissen is beter dan in de ons omringende landen en de Verenigde Staten, Canada/Ontario en Puerto Rico.

Voor informatie over de zorgvraag en ziekenhuisopnamen als gevolg van drugsgebruik zie: Interne link naar documentafhankelijkheid van drugs of andere middelen.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • GGZ Nederland Het GGZ werkveld. Website geraadpleegd op 1 maart 2010. Amersfoort,2010a.
  • Hilderink I, Land H van 't.GGZ in tabellen 2008. Utrecht: Trimbos-instituut, 2009.
  • Hoof F van, Fotiadis L, Vijselaar J, Hasker J.Trendrapportage GGZ 2008. Deel 1: Organisatie, structuur en financiering. Basisanalyse. Utrecht: Trimbos-instituut, 2008.
  • Land H van 't, Grolleman J, Mutsaers K, Smits C.Trendrapportage GGZ 2008. Deel 2: Toegang en zorggebruik. Basisanalyse. Utrecht: Trimbos-instituut, 2008a.
  • Land van 't, Grollemand J, Mutsaers K, Smits C.Trendrapportage GGZ 2008 Deel 2 Toegang en zorggebruik. Utrecht: Trimbos-intituut, 2008.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ggz
Geestelijke gezondheidszorg
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.