U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Zorg›Ambulancezorg›Wat is er bekend over wachttijden?
Ambulancezorg begint op het moment dat de centralist de telefoon opneemt en een melding aanneemt. De centralist beoordeelt vervolgens de melding en indiceert of er ambulancezorg nodig is en met welke urgentie. De tijd die verstrijkt tussen de aanvang van de melding op de meldkamer en het arriveren van het ambulancteam ter plaatse van het incident is de responstijd. De responstijd kan men de 'wachttijd' van de ambulancezorg noemen.
Er is geen wettelijke norm voor wachttijden in de ambulancezorg. Wel zijn er normen die worden gehanteerd voor de spreiding van standplaatsen en de beschikbaarheid van ambulances. Ook zijn er normen die worden gehanteerd in het beoordelen van de prestaties van de RAV-en. Hierbij wordt er van uitgegaan dat 95% van de spoedeisende inzetten binnen 15 minuten (A1-urgentie) of 30 minuten (A2-urgentie) wordt gerealiseerd.
In 2010 is 92,3% van het totaal aantal spoedritten in Nederland binnen 15 minuten na melding ter plaatse. De gemiddelde responstijd bij A1-inzetten was in 2010 9 minuten en 40 seconden, een verbetering ten opzichte van 2009. In de periode 2007-2009 is de gemiddelde responstijd voor A1-inzetten met 0,9% per jaar afgenomen. In 2010 is van de A2-inzetten in 95,5% van de gevallen de ambulance binnen 30 minuten na melding bij de patiënt aangekomen. Bij A2-inzetten was de gemiddelde responstijd in 2009 15 minuten en 51 seconden. Ook hier is er een verbetering ten opzichte van 2009. Sinds 2007 is deze responstijd voor A2-inzetten met gemiddeld 0,7% per jaar toegenomen.
Lange responstijden kunnen optreden door een combinatie van factoren als onvoldoende beschikbaarheid door gelijktijdigheid van meldingen of verkeersproblemen door opstoppingen of extreme weersomstandigheden zoals gladheid of storm.
Zie ook: