Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ambulancezorg
Terreinbeschrijving en organisatie

Wat is ambulancezorg?

Ambulancezorg belangrijke schakel in spoedeisende medische hulpverlening

Ambulancezorg is de zorg die beroepsmatig wordt verleend om een patiënt binnen het kader van zijn aandoening of letsel hulp te verlenen en waar nodig adequaat te vervoeren dan wel de patiënt te verwijzen naar een andere zorgverlener. Hoofddoel van de ambulancezorg is het behalen van individuele gezondheidswinst op basis van de zorgbehoefte van de patiënt (AZN, 2010).

Een melding van een acute aandoening of letsel komt binnen op de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) en wordt aangenomen door een verpleegkundige centralist. De centralist bepaalt met welke mate van spoed ambulancezorg wordt ingezet. Ter plaatse bepaalt het ambulanceteam of volstaan kan worden met het verlenen van zorg ter plaatse, de patiënt verwezen moet worden, een derde ingeschakeld moet worden (bijvoorbeeld huisarts of crisisdienst), of dat de patiënt vervoerd moet worden naar – bijvoorbeeld- de afdeling Spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

Onderscheid tussen spoedeisend vervoer en planbaar vervoer

Er wordt onderscheid gemaakt tussen spoedeisend vervoer en planbaar vervoer. De spoedeisende zorg valt uiteen in A1- en A2-inzetten. Bij een A1-inzet bestaat gevaar voor het leven of blijvende invaliditeit bij een patiënt, of dit gevaar kan pas na beoordeling door het ambulanceteam ter plaatse worden uitgesloten. De ambulance dient zo spoedig mogelijk en binnen uiterlijk vijftien minuten na melding ter plaatse te zijn. De ambulance voert dan licht- en geluidssignalen. Bij een A2-inzet bestaat geen direct levensgevaar, maar er is mogelijk wel sprake van (ernstige) gezondheidsschade, waardoor snelle hulp wenselijk is. De ambulance wordt dan geacht uiterlijk binnen dertig minuten ter plaatse te zijn. Planbaar of besteld vervoer, of B-inzetten, bestaat uit het interklinische vervoer van (ernstig) zieke patiënten of vervoer van patiënten van hun huis naar het ziekenhuis voor therapie of diagnostiek. B-inzetten zijn in tegenstelling tot A1- en A2-inzetten te plannen. In beide gevallen gaat het om reguliere ambulancezorg.

Laatste tijd meer variëteit aan ambulances

In sommige regio’s worden sinds enige tijd fiets-, motor- en solo-ambulance ingezet. Solo-ambulances zijn kleinere ambulance-auto’s. Hierbij is geen patiëntenvervoer mogelijk. Deze variaties aan ambulances worden bemenst door verpleegkundigen.

GHOR bij incidenten met meer dan vijf slachtoffers

De reguliere ambulancezorg, zoals hierboven beschreven, heeft betrekking op incidenten met minder dan vijf slachtoffers. Bij grotere incidenten, wordt de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) ingeschakeld. Hierbij is sprake van opschaling en wordt ook brandweer en/of politie betrokken. In dit geval liggen de coördinatie en eindverantwoordelijkheid in handen van de lokale overheid.

15-minutennorm voor het bepalen van aantal standplaatsen en ambulances

Bij een A1-inzet is het streven dat de ambulance binnen 15 minuten na aanname van de melding door een MKA-centralist ter plaatse arriveert. Het is een norm die onder andere wordt gebruikt om te bepalen hoeveel standplaatsen en ambulances in Nederland nodig zijn om aan de vraag naar ambulancezorg te voldoen. Deze norm wordt gehanteerd in het Landelijk Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid, een planningsinstrument dat een minimumniveau van standplaatsen en ambulances beschrijft (Kommer & Zwakhals, 2008). De norm van 15 minuten heeft nog een ander gebruik gekregen. Als prestatienorm in de zorg is algemeen aanvaard dat 95% van de A1-inzetten binnen vijftien minuten responstijd wordt gerealiseerd.

Geen wetenschappelijke basis voor 15-minutennorm

In de medische wereld is het algemeen geaccepteerd dat spoedige hulpverlening van groot belang is bij levensbedreigende situaties of wanneer onherstelbare gezondheidsschade dreigt. Voorbeelden waarbij snelheid van belang is, zijn ernstige bloedingen, hartstilstand en aandoeningen waarbij de ademhaling en/of circulatie gestoord is. Voor de norm van 15 minuten voor de responstijd in de ambulancezorg bestaat echter geen wetenschappelijke onderbouwing. Evenmin is er een eenduidig verband tussen responstijd en overlevingskansen van patiënten. Dat bleek uit een systematisch onderzoek van buitenlandse literatuur naar de relatie tussen responstijd en overleving (Malschaert et al., 2008). Hoewel in de meeste afzonderlijke studies een associatie tussen responstijd en overleving wordt vastgesteld, wordt in sommige (kwalitatief goede) studies geen associatie gevonden. Malschaert et al. stellen dat responstijd slechts één van de determinanten van overleving is, en dat naar andere determinanten, zoals de kwaliteit van de geleverde zorg, nader onderzoek verricht zou moeten worden. Daarbij is het wenselijk ook andere uitkomsten dan sterfte te meten (bijvoorbeeld pijn, kwaliteit van leven en lichamelijk functioneren). In westerse landen worden verschillen normen voor de responstijd gehanteerd, variërend van negen tot twintig minuten. Sommige landen hanteren geen norm.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
In 1996 in gang gezet project dat streeft naar verbetering en integratie van de Spoedeisende Medische Hulpverlening (SMH) en de Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen (GHR). Er is sprake van geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (oftewel opschaling) op het moment dat het Coördinatieteam Plaats Incident (CTPI) wordt ingeschakeld. Bij een incident wordt naast de ambulancezorg dan ook de brandweer en/of de politie betrokken. Voor novemeber 2011 de afkorting van Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.
MKA
Meldkamer Ambulancezorg

Definities

A1-inzet
Spoedeisende rit in opdracht van de centralist van de MKA in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt en in het geval dat dit gevaar pas na beoordeling door de ambulancebemanning ter plaatse kan worden uitgesloten.
A2-inzet
Rit in opdracht van de centralist van de MKA naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn.
B-inzet
Rit in opdracht van de centralist van de MKA naar aanleiding van een zorgvraag zonder A1- of A2-urgentie, waarbij een tijdstip is afgesproken voor het halen of brengen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.