Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ambulancezorg
Vraag en gebruik

Waaruit bestaan de verwijzingen naar en vanuit de ambulancezorg?

Bijna helft van de spoedinzetten via 112

Bijna de helft van alle spoedinzetten (A1- of A2-urgentie) wordt uitgegeven na een melding via 112 (zie tabel 1, bron Meetweken spoedzorg). Ook de huisarts en de huisartsenpost geven veel aanvragen voor spoedeisende ambulancezorg. Het aandeel aanvragen door patiënt of omstander is bij A1-urgentie bijna twee maal zo groot als bij een A2-urgentie (AZN, 2010, bewerkt door het RIVM). Bij A2-urgentie is het aandeel aanvragen door huisarts of HAP ruim twee maal zo hoog als bij A1-urgentie.

Bij tweederde van de spoedinzetten wordt de patiënt vervoerd naar het ziekenhuis

Uit de meetweken spoedzorg (zie Bronbeschrijving meetweken spoedzorg) blijkt dat patiënten in 67% van spoedeisende inzetten ambulancezorg (A1- en A2-inzetten) vervoerd worden naar het ziekenhuis en in 29% van deze inzetten niet vervoerd worden. In die laatste gevallen werd de patiënt niet aangetroffen (loze rit) of kon volstaan worden met het geven van eerste hulp ter plaatse. De overige 4% zijn inzetten die in (kleine) andere categorieën zijn ondergebracht (Lever et al., 2009, Van Veenendaal et al., 2009a,Van Veenendaal et al., 2009b, Bos et al., 2009b). Het sectorrapport van de ambulancesector geeft deze cijfers voor alle soorten inzetten, niet alleen spoedvervoer maar ook besteld vervoer (AZN, 2010). In die rapportage is vermeld dat in 77% van de inzetten de patiënt naar een ziekenhuis (of andere instelling) vervoerd werd, dat in 18% volstaan kon worden met het geven van eerste hulp, en dat in 5% de patiënt niet werd aangetroffen (loze rit). Het verschil tussen de cijfers van de meetweken en de ambulancesector zal onder andere te maken met het al dan niet meetellen van het besteld vervoer.

Tabel 1: Percentage spoedinzetten per aanvrager van spoedeisend ambulancevervoer (A1 en A2) in 2009. Gecombineerde gegevens uit vier regio’s, verzameld in het kader van de meetweken spoedzorg (Lever et al., 2009, Van Veenendaal et al., 2009a, Van Veenendaal et al., 2009b, Bos et al., 2009b). De percentages zijn inclusief de aanvragen waarvoor geen vervoer nodig was.

Aanvrager

Percentage van alle spoedinzetten

Patiënt, gezinslid, familie, andere omstander

48,6

Huisarts / huisartsenpost

37,8

Politie / brandweer

2,3

Overige aanvragers (andere zorgverleners / instellingen)

11,3

a Gebaseerd op 5.164 inzetten

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • AZN, Ambulancezorg Nederland.Ambulances in-zicht 2009. Zwolle, 2010.
  • Bos N, Lever TM, Stel HF, Schrijvers AJP.Het gebruik van spoedzorg; Regio Utrecht 2009. Utrecht: UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, 2009b.
  • Lever TM, van Veenendaal LJ, van Stel HF, Schrijvers AJP.Het gebruik van spoedzorg in de regio Gooi en Vechtstreek 2009. Utrecht: UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde 2009.
  • Van Veenendaal LJ, de Jongh MAC, van Stel HF, Schrijvers AJP.Het gebruik van spoedzorg; In de regio Brabant 2009. Utrecht: UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde en Traumacentrum Brabant. 2009a.
  • Veenendaal LJ van, Lever TM, Stel HF van, Schrijvers AJP.Het gebruik van spoedzorg in de regio Rijnmond 2009. Utrecht: UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, 2009b.

Begrippen en afkortingen

Definities

A1-inzet
Spoedeisende rit in opdracht van de centralist van de MKA in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt en in het geval dat dit gevaar pas na beoordeling door de ambulancebemanning ter plaatse kan worden uitgesloten.
A2-inzet
Rit in opdracht van de centralist van de MKA naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.