Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ambulancezorg
Terreinbeschrijving en organisatie

Hoe is de ambulancezorg georganiseerd?

Organisatie Spreiding en capaciteit

Organisatie

Aanbod is regionaal georganiseerd

In Nederland is de organisatie van de ambulancezorg onderverdeeld in 25 regio's waarin een Regionale AmbulanceVoorziening (RAV) verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ambulancezorg. De regioindeling sluit aan bij die van de veiligheidsregio's. In de praktijk wordt vaak uitgegaan van 24 RAV-regio's omdat de regio's Zaanstreek/Waterland en Amsterdam/Amstelland één organisatie vormen. De RAV is een zorginstelling die bestaat uit een regionaal samenwerkingsverband tussen de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) en de ambulancedienst(en). De RAV is de rechtspersoon waaraan de vergunning voor de uitvoering van ambulancezorg is verleend.

In 22 van de 24 regio's is een RAV operationeel

In 2010 was in 22 van de 24 RAV-regio's een RAV operationeel. In de meeste gevallen is dit een zogenaamde 'fusie'-RAV waarin de meldkamer en ambulancediensten daadwerkelijk één organisatie vormen. In een aantal gevallen is er sprake van een samenwerkingsverband en bestaat de RAV uit meerdere rechtspersonen. Ook kan het dan voorkomen dat de MKA geen onderdeel van de RAV is. In twee regio's is de ambulancezorg nog niet georganiseerd in een RAV.

Zie ook: atlasRAV-vorming in 2010

Melkamer Ambulancezorg beoordeelt zorgbehoefte en coördineert zorg

De Meldkamer Ambulancezorg is verantwoordelijk voor het proces van indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorgcoördinatie. Een melding voor medische hulp, spoedeisend of planbaar, komt binnen bij de meldkamer. De meldkamercentralist, een verpleegkundige, beoordeelt een melding op inhoudelijke zorgbehoefte. Indien nodig geeft de centralist een ritopdracht aan een ambulanceteam. Een spoedeisende inzet leidt direct tot een ritopdracht, planbaar ('besteld') vervoer kan worden geroosterd in het dienstschema van de RAV. Een ambulanceteam bestaat uit een ambulanceverpleegkundige en een -chauffeur. Teams zijn onderdeel van ambulancediensten (vervoerders), deze verzorgen de zorgverlening en het vervoer. De ambulancezorg biedt werk aan ruim 5.000 personen, bijna 90% hiervan is ambulanceverpleegkundige of -chauffeur of verpleegkundige centralist

Schaalvergroting in de ambulancezorg

In juni 1997 presenteerden de ministers van VWS en van BZK hun beleidsnota 'Met zorg verbonden' (VWS & BZK, 1997) waarin onder andere als een van de pijlers van het toekomstige beleid de schaalvergroting van de ambulancezorg werd genoemd. Aan dit voornemen lijkt te zijn voldaan: veel kleine, veelal particuliere, ambulancediensten zijn de afgelopen jaren opgegaan in grotere diensten.

Zie ook: Hoe groot is het aanbod en neemt het toe of af?

Steeds vaker verschillende meldkamers op één plek

Een groot aantal MKA's zijn gevestigd bij meldkamers van politie en/of brandweer. We spreken dan van colocatie. Colocatie wordt mede ingegeven door de rol die ambulancezorg speelt bij de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen (GHOR). Dan is een goede afstemming tussen ‘rood’ (brandweer), ‘wit’ (ambulance) en ‘blauw’ (politie) van groot belang. Doordat de verschillende meldkamers vanuit dezelfde locatie opereren, zouden ze in geval van grootschalige ongelukken en rampen efficiënter en sneller kunnen handelen. Daarnaast is er een ontwikkeling waarbij meldkamers samengaan in een grotere meldkamer. Zo zijn de meldkamers van de drie noordelijke regio's in 2011 samengegaan in de Meldkamer Noord, in de Meldkamer Oost Nederland zijn twee oostelijke meldkamers samengegaan.

In nieuwe wet worden vergunningen uitgegeven door de minister van VWS

In de nieuwe Wet ambulancezorg (WAZ), die naar verwachting in 2012 ingaat, verschuift een deel van de huidige rol van de gemeentelijke en provinciale overheden naar het ministerie van VWS en de verzekeraars. De minister bepaalt dan de kaders voor spreiding en beschikbaarheid en stelt het beschikbare macrobudget vast. Vergunningen voor het verlenen van ambulancezorg worden éénmalig afgegeven, door de minister van VWS. Bij de start van de vergunningverlening kan alleen de bestaande vergunninghouder in de regio een aanvraag indienen voor een vergunning. Elke veiligheidsregio werkt met één ambulancedienst. Zo ontstaat meer helderheid voor alle partijen die met ambulancezorg te maken hebben. Zorgverzekeraars krijgen een centrale rol in de nieuwe wet. Samen met het bestuur van GHOR Nederland adviseren zij het ministerie van VWS bij het verstrekken van vergunningen aan ambulancediensten. Het ministerie laat dit advies zwaar wegen. Verder moeten zorgverzekeraars onderhandelen met ambulancediensten over de kosten van de dienstverlening. Doel van de wet is verhoging van kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van de ambulancezorg en een betere afstemming met het openbaar bestuur.

Zie ook: website van de rijksoverheid over ambulancezorg

Wet Ambulancezorg hangt samen met Wet op Veiligheidsregio's

De Wet ambulancezorg hangt samen met de nieuwe Wet op de Veiligheidsregio's (WVR). De samenhang bestaat uit de wettelijke verankering van de positie van de Meldkamer Ambulancezorg. De meldkamer valt onder de publieke verantwoordelijkheid en wordt ingesteld en in stand gehouden door het bestuur van de veiligheidsregio. De uitvoering van de MKA, en daarmee de verantwoordelijkheid voor de feitelijke inzet, valt onder de verantwoordelijkheid van de RAV.

AZN behartigt belangen ambulancezorg

De sectororganisatie Ambulancezorg Nederland (AZN) behartigt de belangen van de ambulancesector. Bij de organisatie AZN zijn Meldkamers Ambulancezorg en Regionale ambulancevoorzieningen aangesloten. Het bestuur van AZN maakt namens zijn leden landelijk geldende afspraken met onder meer de ministeries van VWS en Binnenlandse Zaken, de zorgverzekeraars, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), provincies en landelijke organisaties van huisartsen, ziekenhuizen en patiënten over de kwaliteit en randvoorwaarden van ambulancezorg. AZN heeft daarnaast een convenant met Stichting Opleidingen Scholing Ambulancehulpverlening (SOSA) afgesloten voor het verzorgen van alle opleidingen voor ambulancehulpverleners. Voor onderzoek en beleidsondersteuning maakt AZN gebruik van de diensten van het Nederlands Ambulance Instituut (NAI).


Spreiding en capaciteit

Landelijk Referentiekader biedt kader voor spreiding en beschikbaarheid

In 2008 is voor de tweede keer het Landelijk Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg vastgesteld (Kommer & Zwakhals, 2008). De eerste keer was in het jaar 2004. Dit kader beschrijft een minimum niveau voor de spreiding en beschikbaarheid van ambulancezorg in Nederland. Het is erop gericht dat voor elke RAV minstens 97% van de bevolking binnen vijftien minuten na spoedeisende melding bij de Meldkamer Ambulancezorg bereikt kan worden. Dit dekkingspercentage zegt alleen iets over de spreiding van standplaatsen. Het referentiekader geeft ook aan hoeveel ambulances nodig zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal en de gelijktijdigheid van meldingen. Uitgangspunt is dat in 95% van de gevallen een ambulance beschikbaar moet zijn voor inzet.

Zie ook: Hoe groot is het aanbod en neemt het toe of af?

Spreiding en capaciteit belangrijk voor korte responstijd

Een goede spreiding van standplaatsen en uitrukposten over de regio is een voorwaarde voor een korte responstijd. Een standplaats is een locatie waarvandaan de ambulance vertrekt en waar voorzieningen zijn voor ambulancepersoneel en -materiaal. Een standplaats kan 24 uur per etmaal operationeel zijn, of een gedeelte van deze periode. In het laatste geval spreken we van een uitrukpost. Verder is het van belang dat er voldoende ambulancecapaciteit beschikbaar is om aan de vraag te kunnen voldoen. De spreiding en paraatheid bepalen samen de beschikbaarheid van ambulancezorg in een regio.

Bijna 99% van Nederlanders binnen 15 minuten bereikbaar

Op grond van de spreiding van standplaatsen waar het Landelijke Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg van uitgaat, kan 98,9% van de Nederlanders binnen de 15-minutennorm bereikt worden (Kommer & Zwakhals, 2008). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) een ritopdracht verstrekt aan de dichtstbijzijnde standplaats, ongeacht de regiogrenzen. Tevens wordt hierbij er van uitgegaan dat het aannemen en verwerken van de melding en het uitgeven van de ritopdracht binnen drie minuten gebeurt. In het referentiekader uit 2004 werd hiervoor uitgegaan van twee minuten. Een ander verschil tussen 2004 en 2008 is in de behaalde dekkingsgraad van de spreiding. Deze is toegenomen van een 95% landelijke dekking in 2004 naar een 97% dekking per RAV in het nieuwe referentiekader. Door deze verschillen ten opzichte van 2004 is het aantal standplaatsen met elf toegenomen en het aantal ambulances met 47 uitgebreid.

Zie verder: Hoe groot is het aanbod en neemt het toe of af?

Werkelijke spreiding geeft iets lagere dekkingsgraad

De werkelijke spreiding wijkt iets af van die waar het landelijke referentiekader van uitgaat. Op grond van de werkelijke spreiding eind 2011 wordt bijna 98% van de Nederlanders binnen twaalf minuten rijtijd bereikt. De belangrijkste verklaring voor dit verschil is het feit dat in eind 2010 nog niet alle extra middelen die uit het Landelijk Referentiekader uit 2008 beschikbaar kwamen, ingezet konden worden voor uitbreiding van de spreiding en beschikbaarheid.

Samenwerking en first responders voor korte responstijd

Naast een goede spreiding van standplaatsen en uitrukposten kan een korte responstijd ook gerealiseerd worden door een goede samenwerking tussen ambulancediensten, huisartsenposten en first responders. Een first responder is een hulpverlener die, in afwachting van de ambulance, als eerste acute hulp verleent aan een patiënt die zich in een levensbedreigende situatie bevindt. De inzet van een first responder vindt plaats als aanvulling op de ambulancezorg en is altijd georganiseerd vanuit de RAV.

Vorm van paraatheid afhankelijk van de vraag

Ambulancepersoneel draait drie soorten diensten: parate diensten, aanwezigheidsdiensten (slaapdiensten) en beschikbaarheidsdiensten (piketdiensten). Bij parate dienst is het ambulancepersoneel direct inzetbaar. Meestal gebeurt de inzet vanaf de standplaats. Aanwezigheidsdiensten worden 's nachts verricht. Bij aanwezigheidsdiensten is het personeel op de standplaats/uitrukpost aanwezig en verricht op afroep arbeid; het personeel slaapt op de post en maakt zich na melding paraat. Bij beschikbaarheidsdiensten is het ambulancepersoneel niet op de post aanwezig, maar op afroep beschikbaar; in het algemeen is het personeel thuis, de ambulance is in dat geval gestationeerd bij de chauffeur.

Meer aanwezigheids- en beschikbaarheidsdiensten bij kleiner aantal verwachte ritten

Het aandeel aanwezigheids- en beschikbaarheidsdiensten neemt toe naarmate het verwachte aantal ritten in een periode kleiner is. De kleinste diensten op het platteland werken 's avonds en 's nachts nagenoeg volledig met aanwezigheids- of beschikbaarheidsdiensten. Bij de grootste standplaatsen in grote steden kan men altijd volledig met parate diensten werken omdat de rittenvraag daar ook 's avonds en 's nachts hoog genoeg is.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/bzk
GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
In 1996 in gang gezet project dat streeft naar verbetering en integratie van de Spoedeisende Medische Hulpverlening (SMH) en de Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen (GHR). Er is sprake van geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (oftewel opschaling) op het moment dat het Coördinatieteam Plaats Incident (CTPI) wordt ingeschakeld. Bij een incident wordt naast de ambulancezorg dan ook de brandweer en/of de politie betrokken. Voor novemeber 2011 de afkorting van Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.
MKA
Meldkamer Ambulancezorg
RAV
Regionale ambulancevoorziening
Samenwerkingsverband tussen ambulancediensten en de Meldkamer Ambulancezorg (MKA).
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws

Definities

Responstijd
De responstijd is de tijdsduur vanaf het begin van de aanname (= het opnemen van de telefoon) door de centralist van de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) tot het moment waarop de ambulance arriveert op de door de centralist van de MKA aangegeven plaats zo dicht mogelijk bij de patiënt en waar de ambulance nog kan komen. De responstijd is opgebouwd uit: tijdsduur aanname en uitgifte, uitruktijd en aanrijdtijd.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.