Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ambulancezorg
Vraag en gebruik

Door wie en waarvoor wordt ambulancezorg vooral gebruikt?

Behandelde patiënten relatief oud

De patiënten die behandeld worden door het ambulanceteam, zijn relatief oud (zie tabel 1). Het aandeel pasgeborenen en kinderen waarvoor de ambulance wordt ingezet, is gering. Bedacht moet worden dat ook besteld vervoer hier is meegeteld.

Cardiologische ziektebeelden komen het vaakst voor

De meest voorkomende werkdiagnosen die gesteld worden door het ambulancepersoneel, zijn diagnosen op het gebied van de cardiologie (zie tabel 2). Ook ziektebeelden die toegewezen worden aan het specialisme interne geneeskunde en traumatologie/heelkunde komen veel voor. De meeste gezondheidsproblemen zijn door het ambulancepersoneel echter ingedeeld in de groep ‘overig’.

Sinds 2008 wordt een beperkt aantal medische gegevens van behandelde patiënten, waaronder de werkdiagnose, landelijk uniform geregistreerd. Voor die tijd werden enkele zorginhoudelijke gegevens van de ambulance-inzet vastgelegd op het zogenaamde 'rittenformulier', maar verwerking daarvan tot landelijke cijfers, was nauwelijks tot niet mogelijk.

In 2009 voor eerst enig zicht op de handelingen uitgevoerd door ambulancepersoneel

In 2009 is in 20 van de 25 RAV-regio’s een beperkt aantal handelingen geregistreerd die zijn verricht door het ambulanceteam. Het ging met name om voorbehouden handelingen. Dat zijn handelingen die alleen zelfstandig door artsen of verloskundigen mogen worden uitgevoerd. In de ambulancezorg worden deze uitgevoerd door verpleegkundigen, formeel in opdracht van de medisch manager ambulancezorg. De mate van volledigheid van deze registratie is niet bekend. De volgende handelingen zijn geregistreerd (AZN, 2010):

  • Luchtwegen: er zijn 198.806 handelingen uitgevoerd met betrekking tot de ademhaling. In 3% ging het om voorbehouden handelingen. Dat waren vooral endotracheale intubaties. Daarbij wordt de luchtweg vrijgemaakt en gehouden door het inbrengen van een tube in de luchtpijp, zodat de patiënt beademd kan worden.
  • Circulatie: er zijn 200.000 intraveneuze infusen aangebracht.
  • Reanimaties: er zijn 6.652 reanimaties verricht. Een reanimatie is het geheel van inspanningen dat gericht is op het herstel van de circulatie en ademhaling.
  • Overige cardiologische handelingen: er zijn 500 overige voorbehouden cardiologische handelingen uitgevoerd, waarvan 48% een cardioversie en 52% een transcutane pacebehandelingen (beide handelingen hebben als doel een snelle, langzame of onregelmatige hartslag om te zetten in een normale hartslag).
  • Gynaecologie: ambulanceteams zijn actief geweest bij 700 bevallingen. De geboden zorg varieerde daarbij van uitsluitend vervoer van de vrouw naar het ziekenhuis tot daadwerkelijke assistentie bij de bevalling.

Tabel 1: Leeftijdsverdeling van patiënten die in 2009 door het ambulanceteam zijn behandeld (eerste hulp ter plaatse of vervoer); zowel spoedeisende ambulancezorg (A1- en A2-inzetten) als besteld vervoer (B-inzetten) (AZN, 2010).

Leeftijdsklasse

Patiënten behandeld door het ambulanceteam

Bevolking in Nederland

Percentage

Pasgeborenen (<30 dagen)

<1

<1

Kinderen (1 maand-16 jaar)

5

23

Volwassenen (16-74 jaar)

60

70

Ouderen (75 jaar en ouder)

34

7

Tabel 2: Werkdiagnosen gemaakt door het ambulancepersoneel in 2009, ondergebracht binnen zes specialismena; zowel spoedeisende ambulancezorg (A1- en A2-inzetten) als besteld vervoer (B-inzetten) (AZN, 2010).

Specialisme

Percentage

Voorbeelden van frequent geziene problemen

Cardiologie

20

pijn op de borst, reanimatie, hartritmestoornis

Interne geneeskunde

18

pijn in de buik, vergiftiging, uitdroging, diabetes, allergie, complicaties bij kanker

Traumatologie/heelkunde

13

verwonding, verbranding, fracturen

Neurologie

9

epilepsie, beroerte, hersenvliesontsteking, aandoeningen van ruggenmerg, duizeligheid, rugpijn

Longziekten

6

respiratoire insufficiëntie, COPD, longontsteking, longbloeding, longembolie, inademing van schadelijke stoffen of rook

Gynaecologie

1

complicaties tijdens zwangerschap of tijdens of vlak na de bevalling

Overig

33

andere werkdiagnosen, niet mogelijk om een diagnose te stellen, overleden patiënten

a Geregistreerd in 18 van de 25 RAV-regio’s

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • AZN, Ambulancezorg Nederland.Ambulances in-zicht 2009. Zwolle, 2010.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

RAV
Regionale ambulancevoorziening
Samenwerkingsverband tussen ambulancediensten en de Meldkamer Ambulancezorg (MKA).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.