Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ambulancezorg
Kort en bondig

Ambulancezorg belangrijke schakel in spoedeisende medische hulpverlening

Spoedeisende ambulancezorg begint bij een melding van een acute aandoening of letsel aan een Meldkamer Ambulancezorg (MKA) en eindigt na hulpverlening aan de patiënt. Indien nodig gaat deze hulpverlening gepaard met vervoer van de patiënt en overdracht aan een andere zorgverlener, meestal een ziekenhuis. Daarmee is de ambulancezorg een belangrijke schakel in de keten van spoedeisende medische hulpverlening. Naast deze acute spoedeisende hulp verzorgt de ambulancezorg planbaar (besteld) patiëntenvervoer. Veelal betreft dit vervoer van patiënten van en naar ziekenhuizen. Bij grotere incidenten wordt de hulpverlening opgeschaald en spreken we van geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR).

Aanbod is regionaal georganiseerd

In Nederland is de organisatie van de ambulancezorg onderverdeeld in 25 regio's waarin een Regionale AmbulanceVoorziening (RAV) verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ambulancezorg. De RAV is een zorginstelling die bestaat uit een regionaal samenwerkingsverband tussen de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) en de ambulancedienst(en). In 2010 was in 23 regio's een RAV volledig operationeel. In twee regio's was dit nog niet het geval. Binnen een RAV wordt de ambulancezorg aangeboden vanaf een standplaats of uitrukpunt. Op een standplaats of uitrukpunt zijn één of meer ambulances gestationeerd. In 2010 waren er 215 ambulancestandplaatsen en in 2010 waren in totaal 697 ambulances operationeel.

Streefnormen voor responstijd verschillen

Er zijn streefnormen opgesteld voor de tijd waarbinnen de ambulance ter plaatse moet zijn na ontvangst van een melding (responstijd). Bij een melding waarbij gevaar bestaat voor leven of blijvende invaliditeit (A1-urgentie) is de streefnorm dat de ambulance binnen vijftien minuten ter plaatse is. Als er geen direct levensgevaar is maar snelle hulp wel wenselijk, is dit dertig minuten (A2-urgentie). Planbaar vervoer (B-urgentie) wordt op afspraak uitgevoerd, hiervoor bestaan geen streefnormen. Algemeen wordt aangenomen dat een korte responstijd bijdraagt aan de overlevingskansen van de patiënten. Maar voor de responstijd van vijftien minuten bij spoedeisende ambulancezorg bestaat geen wetenschappelijke basis. De responstijd is één van de determinanten die van invloed zijn op de overleving van de patiënten. Er zijn ook andere factoren, zoals de ernst van het incident en de gezondheidstoestand van de patiënt.

Bijna heel Nederland bereikbaar binnen 15-minutennorm

De spreiding van standplaatsen in Nederland in 2010 is zo dat 98% van de inwoners van Nederland binnen twaalf minuten rijden vanaf een standplaats kan worden bereikt. Regionaal kunnen andere dekkingspercentages optreden. Het landelijk dekkingspercentage wijkt af van het uitgangspunt van het Landelijk Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2008. Dit referentiekader beschrijft de minimum vereisten voor de spreiding en beschikbaarheid van ambulancezorg in Nederland. Het is er op gericht dat voor elke RAV minstens 97% van de bevolking binnen vijftien minuten na melding bij de Meldkamer Ambulancezorg bereikt kan worden. Hierbij wordt uitgegaan van drie minuten voor het aannemen en uitgeven van de melding en het uitrukken van de ambulance, en twaalf minuten voor het rijden van de ambulance.

Tweederde van de inzetten is spoedeisend

In 2010 was 67% van de ambulance-inzetten een spoedeisende inzet (A1- of A2-urgentie), de overige zijn planbare inzetten (B-vervoer). Het aandeel van A1-inzetten binnen het spoedeisend vervoer in 2010 was 65,3%. Dit aandeel neemt licht af omdat het aantal A2-inzetten sneller toeneemt dan het aantal A1-inzetten. De spoedeisende inzetten betreffen veelal cardiologische ziektebeelden en ziektebeelden die passen bij interne geneeskunde en traumatologie/heelkunde.

Drukste dagen voor de ambulancezorg zijn feestdagen

Traditioneel is 1 januari de drukste dag van het jaar voor de ambulancezorg. Vrijwel in alle regio's zijn er op die dag 10 tot 60% meer A1-inzetten dan op een gemiddelde dag. De op één na drukste dag in 2010 was Koninginnedag. De rustigste dagen in de ambulancezorg zijn tijdens de zomervakantie. Dit geldt niet voor alle regio's: regio´s met veel zomertoerisme, zoals Zeeland en Friesland, hebben dan juist meer vraag naar ambulancezorg. De vrijdag is de drukste dag van de week voor de ambulancezorg. Ook wordt er dan meer gebruik gemaakt van besteld vervoer.

Ruim negen op de tien A1-inzetten binnen 15 minuten

In 2010 was bij 92,3% van de A1-inzetten de ambulance binnen 15 minuten na melding ter plaatse van het incident. De gemiddelde responstijd bij A1-inzetten was 9 minuten en 40 seconden, een lichte verbetering ten opzichte van 2009. In de periode 2007-2009 is de gemiddelde responstijd voor A1-inzetten met 2% per jaar afgenomen. Landelijk gezien is in 2010 in 95,5% van de A2-inzetten de ambulance binnen 30 minuten na melding bij de patiënt aangekomen. Bij A2-inzetten was de gemiddelde responstijd 15 minuten en 51 seconden. Ook hier is er een verbetering ten opzichte van 2009. Lange responstijden kunnen optreden door een combinatie van factoren als onvoldoende beschikbaarheid door gelijktijdigheid van meldingen, verkeersproblemen door opstoppingen, of extreme weersomstandigheden zoals gladheid of storm.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.