Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ouderen: Functioneren en kwaliteit van leven

Lichamelijk functioneren

Huidige situatie Trends

Huidige situatie

Een derde van de ouderen heeft één of meer lichamelijke beperkingen

In 2008 gaf 34% van de ouderen aan (met of zonder gebruik van hulpmiddel) één of meer beperkingen in horen, zien, mobiliteit of ADL te ervaren. Dit gold voor 26% van de mannen en 46% van de vrouwen. Met uitzondering van beperkingen in horen geldt dat een groter percentage vrouwen dan mannen een lichamelijke beperking ervaarde (zie figuur 1). Het grootste verschil tussen mannen en vrouwen deed zich voor bij beperkingen in mobiliteit. Van de mannen ervaarde bijna 14% beperkingen in mobiliteit en van de vrouwen ruim 32%.

Het aandeel ouderen met een beperking neemt toe naarmate men ouder wordt (zie figuur 2). Van de 80-plussers zijn er meer ouderen met één of meer beperkingen dan zonder beperkingen (zie Interne link naar documentHoeveel mensen hebben beperkingen?)

Veel beperkingen bij ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen

Ouderen die in een verzorgings- of verpleeghuis verblijven, behoren tot de niet-zelfstandig wonende ouderen. De omvang van deze groep is vooral bij de hogere leeftijdsklassen niet te verwaarlozen, zie Interne link naar documentVergrijzing: woonvorm. Specifieke studies bij de groep van geïnstitutionaliseerde ouderen laten zien dat de prevalentie van lichamelijke beperkingen hoog is, zie tabel 1. Naar verwachting is de gezondheidssituatie van personen in verpleeghuizen slechter dan die van verzorgingshuizen. Het grootste deel van de ouderen die in instellingen verblijven, is meervoudig beperkt en hulpbehoevend (Van Herten et al., 2002a).

Meer beperkingen onder laagopgeleiden

Het aandeel ouderen met een beperking verschilt ook per opleidingsniveau. Voor vrijwel elke lichamelijke beperking geldt dat het percentage ouderen met een beperking afneemt naarmate het opleidingsniveau stijgt (zie figuur 3). Beperkingen in horen vormen hierop een uitzondering.

Tabel 1: Lichamelijke beperkingen (% ernstige beperking in horen, zien, mobiliteit en/of ADL) van personen verblijvend in instellingen naar geslacht en leeftijdsklasse (data afkomstig uit Van Herten et al., 2002a).

<75

75-79

80-84

85-89

>89

Verpleeghuizen a

mannen

72,9

66,4

74,2

75,0

80,6

vrouwen

72,4

78,2

75,3

86,3

89,4

Verzorgingshuizen b

mannen

55,8

55,0

52,6

53,6

64,4

vrouwen

59,0

60,8

64,2

71,8

80,4

a Gemiddelde van gegevens OII-’96 en OII-’00 (bewoners van verpleeghuizen).

b Gemiddelde van gegevens over OII-'96 en OII-’00 (bewoners van bejaardenoorden).

Voor meer informatie over dit onderwerp, zie:

Icoon interne verwijzing naar onderwerpGezondheid en ziekte: Lichamelijk functioneren

Figuur 1: De prevalentie (percentage) van lichamelijke beperkingen naar geslacht in 2008 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Ouderen_beperkingen_geslacht

Figuur 2: De prevalentie (percentage) van lichamelijke beperkingen naar leeftijd in 2008 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Ouderen_beperkingen_leeftijd

Figuur 3: De prevalentie (percentage) van lichamelijke beperkingen naar geslacht in 2008 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

ouderen_beperkingen_opl

Geen relatieve stijging lichamelijke beperkingen, wel absolute stijging

Voor de meeste lichamelijke beperkingen geldt dat het aandeel ouderen met een lichamelijke beperking gelijk is gebleven in de periode 1990-2007 (zie figuur 4). In combinatie met een toenemende levensverwachting leidt een dergelijke stabiele prevalentie wel tot een toename in het absolute aantal ouderen met een beperking (Van Gool et al., 2011).

Percentage ouderen met beperkingen in het horen stabiel

Het percentage ouderen met beperkingen in het gehoorvermogen is stabiel gebleven over de periode 1997-2007 (zie figuur 5).

Percentage mensen met beperkingen in het zien neemt toe

Het percentage mensen met beperkingen in het gezichtsvermogen neemt sinds 2001 bij vrouwen boven de 65 iets toe (zie figuur 5). Bij mannen is dit percentage constant gebleven.

Mobiliteitsbeperkingen kennen schommelend verloop onder vrouwen

Bij beperkingen in de mobiliteit is er in de periode 1997-2007 sprake van een schommelend verloop onder vrouwen (zie figuur 5). Tot 2001 was er sprake van een daling in mobiliteitsbeperkingen onder vrouwen; daarna nemen deze weer toe, met een piek in 2004. Na 2004 nemen mobiliteitsbeperkingen weer af.

ADL-beperkingen stabiel

Het voorkomen van beperkingen bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL) is voor de bevolking van 65 jaar en ouder vrijwel stabiel gebleven in de periode 1997-2007 (zie figuur 5).

Figuur 4: Gestandaardiseerde trend in enigerlei beperking onder mannen en vrouwen, naar leeftijd, 1997-2007 op basis van 3-jaars voortschrijdend gemiddelde (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

trend beperkingen man+vrouw

Figuur 5: Gestandaardiseerde trends in beperkingen, onder mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder, gebaseerd op het 3-jaarlijks voortschrijdend gemiddelde in de periode 1997-2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

trend 65+

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Herten LM van, Oudshoorn K, Perenboom RJM, Mulder YM, Hoeymans N.Gezondheidstoestand van bewoners van instellingen. TNO-Rapport PG/VGZ/2002.041. Leiden: TNO, 2002a.
  • Van Gool CH, Picavet HSJ, Deeg DJH, Klerk Mde, Nusselder W, Boxtel Mvan, Wong A.Trends in activity limitations: The Duth older population between 1990 and 2007. 2011: Ingediend

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ADL
Activiteiten van het dagelijks leven
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (Statistics Netherlands Permanent Survey of Living Conditions)
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.