U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Thema's›Gezondheidsachterstanden›Technische toelichting sociaaleconomische gezondheidsverschillen
Deze technische toelichting over sociaaleconomische gezondheidsachterstanden gaat in op de opbouw van documenten over sociaaleconomische gezondheidsachterstanden en op berekeningen achter de gepresenteerde cijfers over sociaaleconomische gezondheidsachterstanden.
Binnen het thema Gezondheidsachterstanden in het Kompas worden verschillen naar sociaaleconomische status (SES) veelal op een vaste manier gepresenteerd:
Naar boven
De sociaaleconomische gezondheidsverschillen worden weergegeven van het meest recent beschikbare jaar voor de totale bevolking, voor mannen en vrouwen apart en voor verschillende leeftijdsgroepen. Wat leeftijdsgroepen betreft, wordt indien mogelijk een indeling gemaakt in 25 to 35 jaar, 35 tot 50 jaar, 50 tot 65 jaar en 65+.
De totale bevolking betreft de bevolking van 25 jaar en ouder omdat vanaf deze leeftijd de meeste personen hun opleiding hebben afgerond en daardoor het hoogst behaalde opleiding betrouwbaar kan worden gemeten (zie ook: Wat is sociaaleconomische status?).
Per opleidingsniveau wordt de prevalentie van de gezondheidsindicator (bijvoorbeeld een ziekte of een determinant) in één figuur weergegeven. Deze figuur geeft meteen zicht op de omvang van de absolute verschillen in gezondheid (uitgedrukt in percentages) tussen mensen met een bepaald opleidingsniveau. Meer informatie over de indeling van opleidingsniveaus staat bij: Beschrijving opleidingscategorieën. Om de gepresenteerde cijfers representatief te laten zijn voor de totale bevolking is een correctie toegepast door middel van een wegingsfactor. Deze wegingsfactor is gebaseerd op de kenmerken geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, stedelijkheid, provincie, huishoudgrootte en enquêtemaand.
De sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn weergegeven in een samenvattende maat, de relative index of inequality (RII). De RII is een odds ratio (OR) die de verhouding van de laagste versus de hoogste opgeleide groep laat zien, maar deze index verschilt van de odds ratio in het feit dat rekening wordt gehouden met de verdeling van de populatie over de opleidingsgroepen. Alle gepresenteerde RII’s zijn gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht. De RII geeft dus aan of de verschillen na correctie voor leeftijd en geslacht blijven bestaan. Bij zorggebruik is daarnaast ook rekening gehouden met ervaren gezondheid. Omdat de cijfers gebaseerd zijn op gegevens van een steekproef uit de Nederlandse bevolking is de RII een schatting. Daarom wordt bij de RII ook het 95% betrouwbaarheidsinterval weergegeven. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval geeft de range aan waarin waarschijnlijk (voor 95% zeker) de werkelijke RII zich bevindt. Deze range wordt tevens gebruikt voor de bepaling van statistische significantie. Indien het getal ‘1’ niet in dit interval voorkomt, dan is de RII statistisch significant verschillend van 1, oftewel, dan is er zeer waarschijnlijk sprake van een verschil. Als in de tekst gesproken wordt over een verschil, dan kan dit worden opgevat als een statistisch significant verschil tussen de hoogst- en laagstopgeleiden.
Voor veel onderwerpen wordt een trend in sociaaleconomische gezondheidsverschillen weergegeven vanaf 1990 tot het meest recent beschikbare jaar. Voor de verschillende opleidingsniveaus wordt de prevalentie van de gezondheidsindicator over een aantal opeenvolgende jaren weergegeven in een figuur (uitgedrukt in percentages). Deze trends over de tijd zijn berekend via een drie-jaars voortschrijdend gemiddelde. Hierbij worden mogelijke uitschieters wat afgezwakt (‘smoothing’). Voor alle jaren worden de cijfers gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht van de Nederlandse bevolking in 2000 zodat de verschillen over de jaren heen niet veroorzaakt kunnen worden door mogelijke veroudering van de populatie. Dit betekent eveneens dat de cijfers die weergegeven zijn in de trendfiguren, iets kunnen afwijken van de cijfers van het meest recente jaar. Het weergeven van de trends per opleidingsniveau geeft inzicht in twee vraagstukken:
In hoeverre is de prevalentie van een gezondheidsindicator per opleidingsgroep veranderd in de tijd? Voor het weergeven van trends in prevalentie wordt per groep een samenvattende maat weergegeven die aangeeft of de trend significant is (deze informatie is opgenomen in de tabellen in de achtergronddocumentatie). Dit is de ‘odds ratio-trend’ aangegeven met ORtrend. De ORtrend geeft het effect van de tijd (per jaar) op de gezondheidsindicator weer. Met behulp van het 95%-betrouwbaarheidsinterval kan worden geconstateerd of er sprake is van statistische significantie.
In hoeverre zijn prevalentieverschillen van een gezondheidsindicator tussen de laagst en hoogst opgeleide groep veranderd in de tijd? Voor het weergeven van trends in prevalentieverschillen wordt de trend in de RII (uitgedrukt als RIItrend) als samenvattende maat berekend en weergegeven. Het bijbehorende 95%-betrouwbaarheidsinterval laat zien of er sprake is van statistische significantie.