Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie
Doel en organisatie

Wat is het wettelijk kader en het beleidskader van preventie?

Wettelijk kader Landelijk preventiebeleid Lokaal preventiebeleid

Wettelijk kader

Preventie bij wet geregeld

De Wet publieke gezondheid (Wpg) en de Wet op het bevolkingsonderzoek (Wbo) vormen het belangrijkste wettelijke kader om de gezondheid van de bevolking te beschermen of te bevorderen. Publieke gezondheidszorg is op grond van de Wpg een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en de landelijke overheid. Zij vervullen daarin zowel eigen als complementaire taken. De Wpg omschrijft publieke gezondheidszorg als “gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten”. De Wbo regelt de preventieve of vroegtijdige opsporing van kanker en onbehandelbare aandoeningen. De wet is ingesteld om mensen te beschermen tegen onnodige of te belastende screening. Vroegtijdige opsporing via een bevolkingsonderzoek moet aan een aantal criteria voldoen. Eén daarvan is dat het nut groter is dan de risico's. Zie ook: urlRIVM Centrum voor Bevolkingsonderzoek.

Ministerie van VWS bestuurlijk verantwoordelijk voor preventie

De landelijke overheid heeft vanuit de grondwet de taak (artikel 22) om maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid. De minister van VWS is verantwoordelijk voor het formuleren van beleidsdoelen en het inzetten van instrumenten en actoren om deze te bereiken. Ook is de minister verantwoordelijk voor een doelgerichte, effectieve en doelmatige uitvoering van taken (Tweede Kamer, 2003).

Ook andere ministeries verantwoordelijk voor preventie

Naast het ministerie van VWS spelen andere ministeries een rol bij preventie. Zo speelt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een belangrijke rol bij het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de werkende bevolking. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) is mede verantwoordelijk voor de preventie van milieugerelateerde gezondheidsproblemen en de verkeersveiligheid. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI) is mede verantwoordelijk voor de voedselveiligheid.

Preventiecyclus is basis voor Nederlandse gezondheidsbeleid

De basis voor het Nederlandse gezondheidsbeleid is de preventiecyclus. Dit is een vierjarige beleidscyclus die is vastgelegd in de Wpg. De preventiecyclus houdt kort samengevat het volgende in:

  • Het RIVM brengt elke vier jaar de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) uit. Deze verkenning geeft een beeld van de volksgezondheidstoestand in Nederland, onder andere op basis van epidemiologische gegevens.
  • Aan de hand van dat beeld stelt de minister van VWS een landelijke nota gezondheidsbeleid vast, met de landelijke prioriteiten op het gebied van de publieke gezondheidszorg. In 2011 is de nieuwste landelijke nota gezondheidsbeleid gepubliceerd.
  • De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de vormgeving van het gezondheidsbeleid en publiceert de Staat van de Gezondheidszorg. Zie ook: urlBeleidscyclus Handreiking Gezonde Gemeente.

Gemeenten hebben bestuurlijke taken voor publieke gezondheidszorg

Vanuit de Wpg zijn gemeenten bestuurlijk verantwoordelijk voor de volgende taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg:

  • algemene bevorderingstaken (artikel 2), zoals de afstemming van de publieke gezondheidszorg met de curatieve gezondheidszorg, epidemiologie, gezondheidsbevordering en medische milieukunde;
  • jeugdgezondheidszorg tot 19 jaar (artikel 5);
  • ouderengezondheidszorg vanaf 65 jaar (artikel 5a);
  • infectieziektebestrijding (artikel 6).

De beleidsvrijheid die de gemeente hierbij heeft, verschilt per taak. Op het gebied van jeugdgezondheidszorg (basistakenpakket) en infectieziektebestrijding zijn de taken van de gemeente duidelijk omschreven en laat de Wpg weinig ruimte voor eigen beleid. Bij de invulling van gezondheidsbevordering en de ouderengezondheidszorg hebben gemeenten echter veel ruimte voor eigen keuzes. Zie ook: urlHandreiking Gezonde Gemeente.

De Wmo en Zvw betreffen ook de publieke gezondheidszorg

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) raken de publieke gezondheidszorg nauw. Vanuit beide wettelijke kaders worden preventieve of gezondheidsbevorderende activiteiten uitgevoerd. Veel gemeenten combineren de nota lokaal gezondheidsbeleid met de lokale Wmo-plannen (zie Wmo-beleidsbrief). De Wmo probeert vanuit de gemeente een actieve deelname van burgers aan de maatschappij te bevorderen. Dit kan onder andere helpen om depressie- of eenzaamheidsklachten van burgers te voorkomen. Via het lokale Wmo-loket kunnen bijvoorbeeld ouderen met dergelijke klachten worden opgespoord en doorverwezen voor preventieve hulp. De Zvw wordt uitgevoerd door zorgverzekeraars en is gericht op curatieve zorg. Een voorbeeld van samenwerking tussen Zvw en de Wpg is de afstemming van het lokale zorg- en preventieaanbod op de gezondheidsproblemen in een wijk. Een wijkscan van de gezondheidsproblemen vanuit de regionale GGD vergemakkelijkt die afstemming.

Gezondheidsbescherming specifieke leefstijlthema’s vastgelegd in diverse wetten

Voor specifieke leefstijlthema’s of doelgroepen bestaan er diverse wetten, zoals de Warenwet, de Tabakswet, de Drank- en horecawet en de Arbowet. Zie voor de volledige tekst van de wetten: urlOverheid.nl.


Landelijk preventiebeleid

Volksgezondheidsbeleid in begroting en beleidsnota's VWS

De hoofdlijnen van het landelijke volksgezondheidsbeleid presenteert VWS jaarlijks in de Beleidsagenda en in haar begroting. Afzonderlijke beleidsnota's en beleidsbrieven gaan in op specifieke onderdelen van het gezondheidsbeleid. Dit gebeurt onder andere in de landelijke preventienota ‘Gezondheid dichtbij’ uit 2011 (VWS, 2011). Deze preventienota beschrijft het voorgenomen beleid voor de periode 2011-2015. Drie thema’s staan hierin centraal: zelf beslissen over leefstijl, vertrouwen in gezondheidsbescherming en zorg en sport in de buurt. Daarnaast blijven de vijf beleidsspeerpunten van de preventienota uit 2006 (VWS, 2006l) van kracht: drie leefstijlfactoren (roken, overgewicht en schadelijk alcoholgebruik) en twee ziektes (diabetes en depressie).

Nadruk op zelf beslissen over leefstijl

In de preventienota ‘Gezondheid dichtbij’ (VWS, 2011) ligt de nadruk op het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. Uitgangspunt van het beleid is dat gezond leven een keuze is en dat de verantwoordelijkheid hiervoor allereerst bij de burger zelf ligt. Kiezen voor gezond leven is echter niet eenvoudig. Mensen kunnen meer tot gezonde keuze worden verleid door de samenleving zo in te richten dat het makkelijker wordt een gezonde keuze te maken. De overheid en landelijke en lokale partijen moeten hier gezamenlijk aan bijdragen. De aandacht van de overheid gaat specifiek uit naar gezondheidsvaardigheden, naar leefstijl van de jeugd en de rol van ouders en professionals hierbij, en naar betrouwbare en toegankelijke informatie voor de burgers.

Vertrouwen in gezondheidsbescherming

Naast de eigen verantwoordelijkheid voor een gezonde leefstijl benadrukt VWS ook het belang van gezondheidsbescherming. Burgers moeten er op kunnen vertrouwen dat de overheid hen beschermt tegen collectieve risicofactoren die ze niet zelf kunnen beïnvloeden. Dit gebeurt in de vorm van heldere wet- en regelgeving en toezicht op de naleving hiervan. Het gaat bijvoorbeeld om crisisbeheersing bij milieuproblemen, preventie van infectieziekten, vaccinatiebeleid (zie: urlRijksvaccinatieprogramma), preventie van antimicrobiële resistentie, product- en voedselveiligheid en veiligheid van genees- en hulpmiddelen. Bescherming tegen schadelijke invloeden uit de leefomgeving (luchtverontreiniging en geluidsoverlast) gebeurt op lokaal niveau via de GGD.

Toegankelijke zorg in de buurt stimuleert gezond en zelfstandig leven

Toegankelijke voorzieningen voor preventie, basiszorg en sport in de buurt zijn een derde aandachtsgebied van VWS voor preventie. Dit aandachtsgebied is primair een taak van de lokale overheid. Het gaat hierbij onder andere om een goede samenwerking tussen preventie en zorg, preventie in de zorgsector, ggz dicht bij huis, integrale zorg voor chronisch zieken en Ehealth. Ook zet VWS in op vroegsignalering van gezondheidsrisico’s in de wijk of buurt, zoals bevolkingsonderzoek, health checks, suïciderisico’s en risico’s door negatieve ervaringen uit de kindertijd. VWS benadrukt het belang van voorzieningen die ouderen stimuleren tot een gezond en zelfstandig leven. Preventie kan zich daarbij met name richten op het tijdig opsporen van gezondheidsproblemen, ondervoeding en eenzaamheid, en het bevorderen van sociale steun, mantelzorg, beweegmogelijkheden in de buurt en veilige mobiliteitsvoorzieningen.

Integraal gezondheidsbeleid pakt risicofactoren in samenhang aan

Een aanbeveling uit de preventienota ‘Gezondheid dichtbij’ (VWS, 2011) is om factoren die van invloed zijn op gezondheid in samenhang aan te pakken, oftewel een integrale benadering te hanteren. Dit kan zowel landelijk als lokaal. Bij landelijk beleid is hierbij de inzet van sectoren binnen én buiten het volksgezondheidsdomein van belang, zoals ruimtelijke ordening, veiligheid, onderwijs en arbeid. Voorbeelden van samenwerking tussen VWS en andere ministeries zijn: het alcoholpreventiebeleid, het Convenant Gezond Gewicht, de Nationale aanpak milieu en gezondheid en het Experiment Gezonde Wijk. Een ander voorbeeld betreft het actieplan Sociale zekerheid en zorg. Dit is een gezamenlijk traject van de ministeries van SZW en VWS om (langdurig) ziekteverzuim te voorkomen. Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpIntegraal gezondheidsbeleid.

Naar boven


Lokaal preventiebeleid

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor lokaal beleid

Lokaal beleid is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeenten kunnen hiervoor landelijke speerpunten als uitgangspunt nemen, maar zijn dit niet verplicht. Ze werken net als de landelijke overheid in een beleidscyclus van vier jaar (zie urlHandreiking Gezonde Gemeente). Lokaal beleid wordt verwoord in een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Bij lokaal beleid is het – net als bij landelijk beleid – van belang om factoren die van invloed zijn op gezondheid in samenhang aan te pakken (zie ook: Integraal gezondheidsbeleid). Zo hangen bijvoorbeeld gezondheidsachterstanden nauw samen met een laag inkomen, werkloosheid, laag opleidingsniveau, ongunstige woon- en werkomstandigheden en een ongezonde leefstijl. Bij ouderen zijn voorzieningen voor wonen, welzijn, vervoer en (preventieve) zorg nodig voor een gezond en zelfstandig leven ondanks beperkingen (VWS, 2011). Een samenhangende aanpak resulteert vaak in een mix van maatregelen in verschillende settings (zie ook: Inhoudelijke samenhang tussen gezondheidsbevorderende interventies en Wat is de effectiviteit van preventie?). In de prakijkt werkt de beleidssector volksgezondheid vooral samen met sociale beleidssectoren (jeugd, onderwijs en sport). Dit gebeurt vooralsnog minder met fysieke beleidssectoren (ruimte, wonen en milieu).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Bilthoven. Email: info@rivm.nl, URL: http://www.rivm.nl
SZW
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/szw
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
Wpg
Wet publieke gezondheid
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.