Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie van depressie
Doel en organisatie

Wat wordt er met preventie van depressie beoogd?

Preventie gericht op voorkomen depressieve stoornis

Het doel van preventie van depressie is te voorkomen dat iemand een depressieve stoornis ontwikkelt. Depressie is een ernstige psychische stoornis die veel voorkomt in de bevolking: jaarlijks lijden naar schatting ongeveer 737.000 mensen aan depressie. De belangrijkste symptomen zijn een aanhoudende neerslachtige stemming en een ernstig verlies van interesse in bijna alle dagelijkse activiteiten. De maatschappelijke gevolgen van depressie zijn groot: depressie staat op nummer vier in de top-10 van ziekten met de hoogste ziektelast (zie: Ziektelast in DALY's) (Slobbe et al., 2006). Op bevolkingsniveau is het doel van depressiepreventie om de ziektelast verder terug te dringen dan met alleen behandeling van depressie mogelijk is. Onder de meest optimale omstandigheden kan behandeling de ziektelast van depressie op bevolkingsniveau met maximaal 40% verminderen (Meijer et al., 2006).

Zie ook:

Preventie van depressie richt zich op verschillende doelgroepen

Preventie van depressie richt zich op verschillende doelgroepen. Afhankelijk van de doelgroep is er sprake van universele, selectieve of geïndiceerde preventie. Deze indeling is gebruikelijk in de ggz (zie: Wat is preventie?).

  • Universele preventie richt zich op de bevolking in het algemeen.
  • Selectieve preventie richt zich op bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op depressie.
  • Geïndiceerde preventie richt zich op mensen met beginnende klachten van depressiviteit. Die klachten zijn (nog) niet zo ernstig dat ze voldoen aan de criteria voor een depressieve stoornis volgens de DSM-IV of de ICD.

Depressiepreventie kan zich ook richten op mensen die al eerder een depressieve stoornis hebben gehad. In dat geval gaat het om terugvalpreventie. Het doel daarvan is te voorkomen dat deze mensen opnieuw een depressie ontwikkelen. Terugvalpreventie blijft hier verder buiten beschouwing, omdat het opgevat kan worden als onderdeel van de behandeling van een chronische depressie (Meijer et al., 2006).

Universele preventie heeft attitudeverandering tot doel

Universele preventie van depressie richt zich op gehele bevolkingsgroepen, ongeacht hun risicostatus. Deze vorm van preventie bestaat vaak uit psycho-educatie. Met psycho-educatie wordt de bevolking geïnformeerd over wat depressie is, wat mensen er zelf aan kunnen doen, en bij wie ze terecht kunnen voor verdere hulp wanneer dat nodig is. Doel daarvan is om via kennisoverdracht tot een attitudeverandering te komen: mogelijk voelen mensen zich minder geremd door schaamte om beginnende depressiviteitsklachten kenbaar te maken en er hulp voor te zoeken. Daarmee kan psycho-educatie de stap naar een meer gerichte vorm van preventie vergemakkelijken. Voorbeelden zijn mediacampagnes of voorlichtingsactiviteiten op kleinere schaal (Meijer et al., 2006).

Universele preventie richt zich ook op gedragsverandering

Universele preventie kan naast kennisoverdracht en attitudeverandering ook gedragsverandering tot doel hebben. Dan gaat het om interventies die zich richten op het bevorderen van de psychische gezondheid, bijvoorbeeld via het versterken van iemands sociale competentie of probleemoplossend vermogen. Dergelijke interventies worden onder andere ingezet op scholen, als onderdeel van schoolprogramma’s. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld leren om hun sociale vaardigheden te versterken en minder speelbal te zijn van groepsdruk (Meijer et al., 2006).

Kinderen van ouders met een psychische stoornis belangrijke doelgroep

Selectieve preventie richt zich op specifieke bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op een depressie. In deze groepen komen meestal meerdere risicofactoren gelijktijdig voor. Een belangrijke doelgroep voor selectieve preventie van depressie zijn kinderen van ouders met een psychische stoornis. Zij hebben een genetisch bepaald verhoogd risico, maar zijn ook extra kwetsbaar door de problemen die een psychisch ongezonde ouder met zich meebrengt. Ook ouderen in verzorgingstehuizen zijn een belangrijke doelgroep. Zij hebben een verhoogd risico op depressie omdat bij hen meerdere risicofactoren samenkomen, zoals chronische ziekte, verlies van partner, zingevingsproblemen, minder sociale contacten en sociale steun en eenzaamheid. Mensen met een lichamelijke aandoening hebben ongeveer anderhalf keer zoveel kans op een psychische stoornis dan mensen zonder lichamelijke aandoening. Ook ouderen die zorgen voor een zieke partner hebben een verhoogde kans op depressie. Het risico is extra groot wanneer mensen uit de genoemde doelgroepen daarnaast ook depressiviteitsklachten hebben (Meijer et al., 2006).

Selectieve en geïndiceerde preventie gericht op veranderen negatieve gedachten

Selectieve en geïndiceerde preventie van depressie is gericht op het herkennen, onderzoeken en veranderen van negatieve gedachten. Mensen zijn namelijk kwetsbaarder voor een depressie wanneer zij meer geneigd zijn negatief te denken over zichzelf, de wereld om hen heen en de toekomst. Deze aanpak is een verkorte vorm van cognitieve gedragstherapie of interpersoonlijke therapie. De preventieve variant bestaat doorgaans uit acht tot twaalf gestructureerde sessies. Selectieve en geïndiceerde preventie kan - afhankelijk van de doelgroep - worden aangeboden via een groepscursus, lotgenotencontact of een zelfhulpcursus. In toenemende mate wordt het internet gebruikt als medium om preventieve interventies aan te bieden (Meijer et al., 2006).

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.