Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie van influenza
Doel en organisatie

Influenza: Organisatie en preventieve maatregelen bij een grieppandemie

Grieppandemie Organisatie Preventieve maatregelen

Grieppandemie

Een grieppandemie is een wereldwijde uitbraak

Een grieppandemie is een vrijwel gelijktijdige uitbraak van griep op verschillende continenten in de wereld. Een grieppandemie wordt veroorzaakt door een griepvirus waarvoor niemand of zeer weinig mensen voldoende afweer hebben. Dit is anders dan bij de jaarlijkse griepuitbraken (seizoensgriep). Hoewel het seizoensgriepvirus van jaar tot jaar iets verandert, hebben mensen bij eerdere contacten met het griepvirus, als gevolg van infectie of vaccinatie, gedeeltelijke bescherming opgebouwd. De seizoensgriep kan bij risicogroepen (jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde afweer) ernstig verlopen. Bij een pandemie kan dit ook het geval zijn, maar kunnen ook personen uit andere bevolkingsgroepen een verhoogd risico op een ernstig beloop hebben. In de vorige eeuw zijn er drie van deze pandemieën geweest.

Griepvirus komt ook voor bij dieren

Het griepvirus komt niet alleen bij mensen voor, maar ook bij dieren (veterinair griepvirus). Door intensief contact met besmette dieren (vee en pluimvee) kunnen mensen besmet raken met een veterinair griepvirus waar nog door niemand afweer tegen is opgebouwd. Als dit griepvirus rechtstreeks mensen infecteert, leidt dat nog niet direct tot een pandemie. Dit kan wel gebeuren indien het griepvirus zich heeft aangepast en de eigenschappen krijgt om mens-op-mensbesmetting te veroorzaken. De mogelijkheid bestaat ook dat het griepvirus zich mengt met een humaan griepvirus. Hierdoor kan een nieuw virus ontstaan dat van mens op mens overgedragen wordt. Dit kan een pandemie tot gevolg hebben (IGZ/RIVM, 2004).

In 2009 zijn in Nederland mensen besmet met een pandemisch griepvirus

In 2009 zijn wereldwijd, waaronder ook in Nederland, mensen besmet geraakt met een nieuw influenza A (H1N1)-virus. In juni 2009 kondigde de WHO een wereldwijde grieppandemie af, met verspreiding van het virus op meerdere continenten. Zie ook: Themasite Nieuw Influenza A (H1N1)-virus en: Interne link naar documentHoe vaak komt het voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Wanneer en waar een pandemie zich voordoet is niet te voorspellen

Een pandemie kan zich elk moment voordoen. Historisch gezien is er ongeveer elke 25-50 jaar een grieppandemie opgetreden. In de vorige eeuw gebeurde dit drie keer: in 1918, 1957 en 1968. Het is waarschijnlijk dat een nieuwe pandemie ontstaat in gebieden waar intensief contact is tussen dieren en mensen en waar de mogelijkheden om de dierlijke griepvariant te bestrijden beperkt zijn (IGZ/RIVM, 2004).

Zonder interventies kan een pandemie grote gevolgen hebben

Er wordt rekening mee gehouden dat in geval van een pandemie zonder interventies tot ongeveer de helft van de bevolking van Nederland besmet zal worden. Hiervan kan de helft tot tweederde ziek worden, wat tot ongeveer één miljoen huisartsbezoeken en tienduizend ziekenhuisopnames zou kunnen leiden; dit alles in een tijdsbestek van enkele maanden. Dit kan belangrijke gevolgen hebben voor zowel de opvang en verzorging van zieken (thuis, door huisartsen en in ziekenhuizen) als voor het algemene maatschappelijk functioneren.

Voor de stand van zaken met betrekking tot de Nieuwe Influenza A (H1N1), zie de detailsurlThemasite Nieuwe Influenza A (H1N1) van het RIVM en de atlasNationale Atlas Volksgezondheid: Nieuwe Influenza A (H1N1).


Organisatie

Aanpak bij een pandemie vastgelegd in draaiboeken

Om de effecten van een pandemie in Nederland zo klein mogelijk te houden heeft de Nederlandse overheid draaiboeken ontwikkeld die in de veiligheidsregio’s zijn uitgewerkt. Deze draaiboeken beschrijven voor elk stadium van een pandemie hoe de gevolgen het beste kunnen worden opgevangen. Deze draaiboeken worden regelmatig bijgesteld met actuele informatie (zie ook: website LCI). Door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) wordt actuele informatie gebruikt om met behulp van modellering het beloop van een pandemie met en zonder interventies te voorspellen. Verschillende organisaties hebben taken op het gebied van de bestrijding van een grieppandemie in Nederland:

  • Ministerie van VWS
  • Ministerie van Binnenlandse zaken
  • Centrum Infectieziektebestrijding (CIb)
  • Gezondheidsraad (GR)
  • Nationaal Influenzacentrum (NIC)
  • Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
  • Nederlands Vaccin Instituut (NVI)
  • Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel)
  • College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG)
  • Laboratorium voor registratie bijwerkingen (LAREB)
  • GGD'en en gemeenten
  • ziekenhuizen en huisartsen (ook LHV en NHG)
  • klinisch virologische laboratoria (KVL)

Voor meer informatie over infectieziektebestrijding en de betrokken partijen: Icoon interne verwijzing naar onderwerpWat is infectieziektebestrijding?

Meerderheid van de regio’s voorbereid op grieppandemie

Vanwege de dreiging van vogelgriep en de angst voor een nieuwe menselijke virusvariant, heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in 2005 onderzoek gedaan naar de draaiboeken over grieppandemie die in alle regio's klaarliggen (IGZ, 2005d). Uit dat onderzoek bleek dat de helft van de draaiboeken nog niet was uitgewerkt. Zo stond in zes draaiboeken niets over de distributie van antivirale middelen en had geen enkele regio afspraken gemaakt met huisartsen. Er is na deze inspectieronde gestaag gewerkt aan de verdere voorbereiding op een grieppandemie. Sommige regio’s hebben de draaiboeken door middel van operationele en bestuurlijke oefeningen verder uitgewerkt en getest.

Producten ontwikkeld ter voorbereiding op grieppandemie

Het ministerie van VWS heeft binnen het project 'Griep en Maatschappij' verschillende producten ontwikkeld die bijdragen aan een betere voorbereiding op een pandemie. Zo is ten behoeve van de regio’s een landelijk draaiboek publiekscommunicatie grieppandemie beschikbaar gekomen. Deze is opgesteld om ten tijde van (een dreiging van) een grieppandemie zorgvuldig en op tijd met het algemene publiek te communiceren. In het draaiboek zijn de voorlichtingsboodschappen gekoppeld aan de fasering van de WHO. Vanuit de universiteit van Maastricht lopen er onderzoeken hoe de beleving en reactie is van het publiek ten opzichte van een pandemie, die dusdanige gevolgen heeft voor bijvoorbeeld werk en kinderopvang, en het opvolgen van maatregelen. Er zijn in het kader van de bedrijfscontinuïteit informatiebrochures en checklisten ontwikkeld. Zie ook het Dossier Grieppandemie op de website van het ministerie van VWS.

Naar boven


Preventieve maatregelen

In de draaiboeken over grieppandemie worden drie interventies genoemd die ervoor kunnen zorgen dat een minimum aantal mensen besmet wordt tijdens een pandemie. Dit zijn het minimaliseren van de verspreiding van het virus, het gebruik van antivirale middelen en vaccineren tegen influenza. De verschillende interventies worden hieronder uitgewerkt.

Naar boven

Minimaliseren van de verspreiding van het virus belangrijk

Het verminderen van de kans op verspreiding van het virus gebeurt ook door goede persoonlijke hygiëne (handen wassen, hoesten en niezen in zakdoeken). Als er een pandemie ontstaat, wordt door de Gezondheidsraad aangeraden om zo min mogelijk grote bijeenkomsten met veel mensen te plannen en bijvoorbeeld ook scholen tijdelijk te sluiten. De Gezondheidsraad is zich bewust van maatschappelijke en economische gevolgen van deze aanbeveling en laat deze beslissing dan ook afhangen van de te verwachten ernst en omvang van de pandemie (Gezondheidsraad, 2005a).

Antivirale middelen voor besmette patiënten

Wanneer in Nederland de eerste zieken worden gevonden is er waarschijnlijk sprake van een geïsoleerd optreden bij een klein aantal patiënten. Als dit zo is, en de zieken worden kort na het begin van de ziekte getraceerd, adviseert de Gezondheidsraad om deze patiënten en hun directe contacten te behandelen en te beschermen met antivirale middelen (neuraminidaseremmers). Wanneer de pandemie in Nederland grote vormen aanneemt adviseert de Gezondheidsraad om alle inwoners met een griepachtig ziektebeeld te behandelen met de antivirale middelen. Deze antivirale middelen, die zo snel mogelijk en liefst binnen 48 uur vanaf het begin van de symptomen (moeten) worden ingenomen, kunnen de duur en ernst van de griep beperken. Daarmee kan waarschijnlijk ook het aantal mensen dat besmet raakt beperkt worden. Op die manier wordt geprobeerd om een pandemische uitbraak te reduceren. De Nederlandse overheid heeft vijf miljoen kuren opgeslagen om in het geval van een pandemie te kunnen inzetten (Gezondheidsraad, 2005a).

Zie ook: Standpunt ministerie van VWS over antivirale middelen tijdens een grieppandemie

Vaccineren om bevolking te beschermen

De Gezondheidsraad ziet vaccinatie tegen influenza als het beste middel om de bevolking tegen een grieppandemie te beschermen. Een effectief vaccin kan pas gemaakt worden als bekend is hoe een pandemisch virus er precies uit ziet. Vanaf het moment dat een nieuw pandemisch virus is herkend, is de verwachting dat het tot zes maanden zal duren tot er een vaccin beschikbaar is. Aangezien er in het begin een tekort aan vaccin zal zijn adviseert de Gezondheidsraad personen die tot een risicogroep behoren en de zogenoemde professionals, met voorrang te vaccineren. Onder professionals worden verstaan: iedereen die zorgt voor diagnose en behandeling van en zorg voor grieppatiënten en iedereen die zorgt voor de logistiek van benodigde middelen (Gezondheidsraad, 2005a). Het ministerie van VWS heeft een contract afgesloten met een vaccinfabrikant om de eerste weken productiecapaciteit van een pandemisch vaccin voor Nederland te reserveren.

Zie ook: Interne link naar documentDoelgroepen voor vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) in een aantal Europese landen.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Gezondheidsraad.Gebruik van antivirale middelen en andere maatregelen bij een grieppandemie (publicatie nr 2005/05). Den Haag: Gezondheidsraad, 2005a; 05.
  • IGZ & RIVM, Inspectie voor de Gezondheidszorg & Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Vogelpest als voorbode van een influenzapandemie? Bilthoven: Infectieziekten Bulletin,2004; 15(03): 86-8.
  • IGZ, Inspectie voor de Gezondheidszorg.Stand van zaken regionale voorbereiding influenzapandemie op 1 november 2005. Den Haag: IGZ, 2005d.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
LCI
Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding
Ingesteld in 1995 door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met als taken: het verrichten van crisismanagement tijdens een (dreigende) epidemie; het maken van landelijke, uniforme afspraken over de bestrijding van infectieziekten, ondermeer door het opstellen van richtlijnen en draaiboeken. Deelnemende instellingen: GGD'en, IGZ, GGD Nederland en VNG. URL: http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/richtlijnen
LHV
Landelijke Huisartsen Vereniging
Artsennet. URL: http://www.lhv.nl
NHG
Nederlands huisartsengenootschap
URL: http://www.nhg.org
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
WHO
World Health Organization
Wereldgezondheidsorganisatie. URL: http://www.who.int
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.