Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie van influenza
Bereik en effectiviteit

Doelgroepen voor vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) in een aantal Europese landen in 2009

Nederlandse doelgroepen komen grotendeels overeen met die van de Europese Unie

De doelgroepen die in Nederland in 2009 waren aanbevolen voor vaccinatie tegen het Nieuwe Influenza A (H1N1) virus (Mexicaanse griep) komen overeen met de aanbevelingen van de Europese Unie (EU) (zie tabel 1). Opvallend is dat in Nederland zwangere vrouwen (in het tweede en derde trimester) en kinderen (vanaf zes maanden tot en met vier jaar) pas in een later stadium als doelgroep zijn toegevoegd in het vaccinatieprogramma. Dit gebeurde op basis van epidemiologische gegevens uit andere landen, waaruit blijkt dat deze groepen een verhoogd risico hebben op infectie en een ernstiger ziekteverloop (Gezondheidsraad, 2009c).

Zie ook: urlInformatie over de risicogroepen voor Mexicaanse griep op de site van de Rijksoverheid

Maar Nederlandse doelgroepen verschillen in de exacte definitie met die van EU

In de exacte definitie van de doelgroepen zijn er ook verschillen tussen de aanbevelingen van de EU en die van Nederland. De EU heeft bijvoorbeeld de doelgroep ‘zwangere vrouwen’ niet verder gedefinieerd, terwijl Nederland specifiek zwangere vrouwen in het tweede en derde trimester heeft geadviseerd zich te laten vaccineren (Gezondheidsraad, 2009b). Ook verschillen de leeftijdsgrenzen soms. Zo werden in Nederland alle personen vanaf 60 jaar aangeraden zich te laten vaccineren in plaats van alle personen vanaf 65 jaar zoals in de EU-aanbeveling staat. Tot slot zijn in Nederland de jongvolwassenen en werknemers met belangrijke publieke functies, zoals de leden van het kabinet en de politie, buiten beschouwing gelaten.

Nederlandse doelgroepen niet helemaal dezelfde als die in Engeland en Duitsland

Uit de vergelijking tussen Nederland, Engeland en Duitsland blijkt dat de aanbevelingen voor de te vaccineren doelgroepen tussen deze landen verschillen. Nederland heeft bijvoorbeeld gezonde ouderen wel geïncludeerd (Gezondheidsraad, 2009a) in het vaccinatieprogramma tegen de Nieuwe Influenza A (H1N1) en Engeland niet (JCVI, 2009). Verder heeft Engeland alle zwangere vrouwen aangeraden zich te laten vaccineren, terwijl Nederland en Duitsland dit alleen hebben aanbevolen aan vrouwen in het tweede en derde trimester van de zwangerschap. Duitsland heeft ook vrouwen die recent zijn bevallen geadviseerd zich te laten vaccineren (RKI, 2009). Ook de leeftijdsgrenzen van de doelgroepen verschillen soms. Opmerkelijk is dat alle drie de landen doelgroepen hebben toegevoegd in het nationale vaccinatieprogramma die niet in de aanbeveling van de EU waren beschreven (zie tabel 1 kolom ‘andere’). Het gaat dan bijvoorbeeld om ‘huisgenoten van kinderen jonger dan 6 maanden’.

In Duitsland en Zweden kon iedereen zich laten vaccineren

In vergelijking met Nederland en Engeland hebben bijvoorbeeld Duitsland en Zweden het ‘grootser’ aangepakt, aangezien in deze landen de gehele bevolking gevaccineerd kon worden tegen het H1N1 virus (RKI, 2009; Socialstyrelsen, 2009). Vanwege organisatorische redenen heeft Duitsland wel doelgroepen voor vaccinatie vastgesteld, maar uiteindelijk kon iedereen gevaccineerd worden. Polen heeft juist besloten niemand te vaccineren.

Diverse factoren verklaren de verschillen in doelgroepen

Er zijn meerdere factoren die de verschillen in doelgroepen voor vaccinatie tegen H1N1 tussen de Europese landen kunnen verklaren. Zo heeft de vaccinkeuze invloed gehad op de keuze van de doelgroepen (EC, 2009b). Bepaalde typen vaccin zijn niet voor iedere doelgroep geschikt. Daarnaast kan de beschikbare hoeveelheid vaccin een rol hebben gespeeld. Ook logistieke redenen, zoals de capaciteit van ziekenhuizen en de mogelijke vaccinatiestrategieën (bijvoorbeeld vaccinatie door huisartsen of een massavaccinatiecampagne door de GGD), hebben de keuze van de doelgroepen beïnvloed. Daarnaast ligt er ten tijde van een pandemie een enorme druk op het snel nemen van beslissingen (Nicoll et al., 2010). Verder dienen adviezen aangepast te worden aan de specifieke doelstellingen van het betreffende land. Het doel van een vaccinatiecampagne kan per land verschillen, bijvoorbeeld het reduceren van morbiditeit en mortaliteit of het behouden van de continuïteit van het gezondheidssysteem. Ook worden aanbevelingen bijgesteld als nieuwe informatie uit andere landen of werelddelen daartoe aanleiding geeft (EC, 2009b).

Ook verschillen in vaccinkeuze en aantal doses per persoon tussen Nederland, Duitsland en Engeland

Nederland heeft twee typen vaccin ingekocht om de pandemie te bestrijden: Focetria en Pandemrix. In de keuze van de vaccins verschilt Nederland gedeeltelijk van Engeland en Duitsland, aangezien zij Celvapan hebben aangeschaft in plaats van Focetria. Pandemrix is door alle drie de landen ingekocht. Alle drie de vaccins zijn officieel geautoriseerd door de ‘European Medicines Agency’ (EMEA) (Johansen et al., 2009). EMEA is een instituut van de Europese Unie, dat erop toeziet dat nieuwe geneesmiddelen veilig zijn. Ook het vaccin voor zwangere vrouwen verschilt tussen de landen. Nederland heeft zwangere vrouwen gevaccineerd met Focetria en Engeland met Pandemrix. Duitsland had voor deze doelgroep zelfs een ander vaccin aangeschaft dan voor de rest van de Duitse bevolking, namelijk het vaccin CSL dat geen adjuvanten bevat. Daarnaast heeft Nederland besloten iedere patiënt twee keer te vaccineren (Gezondheidsraad, 2009a). Duitsland achtte één keer vaccineren voldoende (Wichmann et al., 2010). In Engeland hing het aantal doseringen af van het vaccin en tot welke doelgroep de patiënt behoorde (JCVI, 2009).

Eigen verantwoordelijkheid EU-lidstaten leidt tot verschillen in doelgroepen

Het feit dat er verschillen zijn is niet opmerkelijk, want iedere lidstaat van de EU heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de organisatie van zijn gezondheidssysteem en in dit geval ook voor het ontwikkelen van een vaccinatiestrategie en de daarbij behorende doelgroepen (EC, 2009b). Bovendien zijn de aanbevelingen voor doelgroepen voor vaccinatie van de EU niet bindend voor de lidstaten. Europese lidstaten zijn ook zelf verantwoordelijk voor het bestellen van de vaccins. Het is belangrijk dat landen van hun eigen ervaringen en die van andere landen leren, omdat deze ervaringen kunnen helpen bij de voorbereidingen op een toekomstige influenzapandemie (SteelFisher et al., 2010; Nicoll et al., 2010).

Naar boven

Tabel 1. Doelgroepen voor vaccinatie tegen de Nieuwe Influenza A (H1N1) uit de EU-aanbeveling afgezet tegenover de nationale aanbevelingen van Engeland, Duitsland en Nederland (Bron: EC, 2009b).

Doelgroepen voor het pandemische vaccin volgens de EU-aanbeveling

gezondheidszorg personeel a

personen met belangrijke publieke functies

alle personen 6-24 maanden

personen met een verhoogd risico a,b

zwangere vrouwen a

gezonde personen >65 jaar

alle personen van 25 maanden tot jong volwassenen c

andere d

Duitsland

ja

ja e

ja

ja

ja f

ja g

ja

ja

Engeland

ja

nee

ja h

ja i

ja

nee

nee

ja

Nederland

ja

nee

ja j

ja

ja k

ja l

nee

ja

a Groepen met prioriteit vastgesteld door de EU Health Security Committee and the Early Warning and Response system (2009)

b Personen, tussen de 25 maanden en 64 jaar, met een verhoogd risico op ziekte en/of overlijden door onderliggend (chronisch) lijden (personen onder de 25 maanden met onderliggend lijden zijn geïncludeerd in de kolom 'alle personen tussen de 6 en 24 maanden)

c Bijvoorbeeld tot 18 jaar of 24 jaar. 'Jong volwassenen' is niet expliciet gedefinieerd door de EU

d Hieronder vallen de doelgroepen die niet onderverdeeld kunnen worden in een van de andere kolommen

e Niet vermeld in de officiële aanbeveling, maar in de praktijk zijn personen met belangrijke publieke functies en het kabinet gevaccineerd

f Alleen zwangere vrouwen in het tweede en derde trimester en vrouwen die recent zijn bevallen

g Gezonde ouderen vanaf 60 jaar (in plaats vanaf 65 jaar)

h Alle personen tot 5 jaar (in plaats van 'tot 24 maanden')

i Inclusief personen met een verhoogd risico > 64 jaar (zie ook voetnoot b)

j Alle personen tot 4 jaar (in plaats 'tot 24 maanden')

k Alleen zwangere vrouwen in het tweede en derde trimester

l Gezonde ouderen vanaf 60 jaar (in plaats vanaf 65 jaar)

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.