Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
Doel en organisatie

RVP: Wat is het aanbod?

RVP gestart in 1957

In 1952 werden in Nederland de eerste vaccins verstrekt om inwoners van Nederland te beschermen tegen infectieziekten. Na de grote polio-epidemie in 1956, is vaccinatie in 1957 voor het eerst op programmatische wijze aangeboden. Dit wordt gezien als de start van het RVP. Alle in Nederland wonende kinderen worden nu op rijkskosten gevaccineerd.

Zie ook: Overzicht van de verstrekking van vaccins vanaf 1952.

Vaccinatie via gestructureerd schema

Jaarlijks maakt het RIVM-Centrum voor Infectiebestrijding (CIb) in de 'Richtlijn RVP' bekend welke geboortecohorten in het betreffende jaar welke vaccinaties aangeboden krijgen. De aanbevolen leeftijden voor de verschillende vaccinaties staan in tabel 1. Soms is het nodig om af te wijken van het vaccinatieschema. Bijvoorbeeld als een kind ziek is geweest of als het langdurig in het buitenland is verbleven. Voor deze gevallen heeft het RVP aangepaste schema’s. Hoewel de financiering anders verloopt, geldt voor asielzoekers en illegalen dat zij conform het RVP worden gevaccineerd.

Zie ook: De publiekswebsite van het Rijksvaccinatieprogramma.

Kinkhoestvaccin in de loop der jaren aangepast

Sinds 1996 is een toename van gevallen van kinkhoest waargenomen. De toename duidde volgens de Gezondheidsraad op een verminderde effectiviteit van het cellulair kinkhoestvaccin (Gezondheidsraad, 2004c). Vanwege de geringe en kortdurende bescherming van het kinkhoestvaccin is in 2001 besloten om ook bij vierjarigen een extra vaccinatie met een acellulair vaccin in te voeren. In eerste instantie als een aparte injectie, maar vanaf 2006 toegediend in het gecombineerde dktp-Hib-vaccin. Vanaf 2001 is het aantal kinkhoestgevallen bij vierjarigen afgenomen. Voor zuigelingen heeft deze vaccinatie slechts een gering effect gehad (De Greeff, 2004). Sinds januari 2005 krijgen zuigelingen ook een dktp-Hib-combinatievaccin met een acellulair kinkhoestvaccin. Uit de surveillance blijkt dat dit vooralsnog een betere bescherming geeft dan het cellulaire kinkhoestvaccin (Kemmeren & Melker, 2009). Hiernaast geeft het acellulaire vaccin minder vaak bijwerkingen dan het cellulaire kinkhoestvaccin (Van der Maas et al., 2007).

Zie ook: Wat is kinkhoest en hoe vaak komt het voor?

Pneumokokkenvaccin sinds 2006 in RVP

Per 1 april 2006 is de vaccinatie voor zuigelingen tegen pneumokokken opgenomen in het RVP. Op wetenschappelijke gronden is gekozen voor inenting volgens het 4-prikkenschema (net als dktp-Hib, zie tabel 1). Deze vaccinatie levert aanzienlijke gezondheidswinst op. De Gezondheidsraad schatte dat jaarlijks 78 sterfgevallen, 85 gevallen van hersenvliesontsteking, 308 gevallen van bloedvergiftiging, 1.800 gevallen van longontsteking en 52.000 gevallen van middenoorontsteking zouden kunnen worden voorkomen (Gezondheidsraad, 2005e). De kosten die gepaard gaan met invoering van dit vaccin in het RVP, zijn lager dan de baten die het oplevert. De reden hiervoor is dat het grootste deel van de ziektelast in het eerste levensjaar ligt.

Nieuwe vaccins beschermen tegen meer pneumokokkentypen

Inmiddels zijn twee nieuwe pneumokokkenvaccins op de markt gekomen. Een 10-valent en een 13-valent die tegen 3 respectievelijk 6 extra pneumokokkentypen beschermen vergeleken met het 7-valent vaccin dat in 2006 werd ingevoerd. Na een Europese aanbesteding heeft het NVI in opdracht van de minister het 10-valente vaccin voor het RVP aangekocht dat in 2011 in het RVP wordt toegepast. Kinderen geboren op of na 1 maart 2011 krijgen het 10-valente vaccin aangeboden.

Zie ook: Wat is pneumokokken en hoe vaak komt het voor?

Tabel 1: Het vaccinatieschema in het kader van het RVP.

Fase

Leeftijd

Injectie 1

Injectie 2

Fase 1

0 maanden

hepB a

2 maanden

dktp-Hib b

pneumokokken

3 maanden

dktp-Hib b

pneumokokken

4 maanden

dktp-Hib b

pneumokokken

11 maanden

dktp-Hib b

pneumokokken

14 maanden

bmr

meningokokken C

Fase 2

4 jaar

dktp

Fase 3

9 jaar

dtp

bmr

Fase 4 c

12 jaar

HPV1

HPV2 (+/- 1 maand na HPV1)

HPV (+/- 6 maanden na HPV1)

a Hepatitis B. Kinderen van wie de moeder besmet is met het hepatitis B-virus (draagster), krijgen binnen 48 uur na de geboorte een hepatitis B-vaccinatie. Bovendien krijgen zij binnen 2 uur na de geboorte immunoglobulinen (kant-en-klare antistoffen) toegediend.

b Hepatitis B. Kinderen van draagsters (zie a) én kinderen waarvan één van de ouders afkomstig is uit een land waar hepatitis B veel voorkomt, krijgen vanaf 1 juni 2006 bij 2, 3, 4 en 11 maanden het combinatievaccin DKTP-Hib-hepB waarin ook een vaccin tegen hepatitis B zit. Ook kinderen met het syndroom van Down die geboren zijn op of na 1 januari 2008 krijgen dit vaccin.

c Alleen voor meisjes.

Vanaf 2010 vaccinatie tegen baarmoederhalskanker

Op basis van een advies van de Gezondheidsraad is vanaf voorjaar 2010 de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV-vaccinatie) opgenomen in het RVP (Gezondheidsraad, 2008c). Deze vaccinatie is gericht op meisjes geboren op of na 1 januari 1997. In 2009 was er een eenmalige inhaalvaccinatiecampagne voor meisjes geboren in 1993 tot en met 1996.

Zie ook: Preventie gericht op baarmoederhalskanker.

Voor een overzicht van de opkomst per gemeente in 2010 zie:

atlasHPV-vaccinaties per gemeente 2010.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bmr
Bof, mazelen, rodehond
dktp
Difterie, kinkhoest, tetanus, polio
dtp
Difterie, tetanus, polio
Hib
Haemophilus influenza type b
HPV
Humaan papilloma virus
NVI
Nederlands Vaccin Instituut
URL: www.nvi-vaccin.nl/
RVP
Rijksvaccinatieprogramma
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.