Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Rijksvaccinatieprogramma

Rijksvaccinatieprogramma samengevat

Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt tegen infectieziekten

Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) wil alle kinderen in Nederland beschermen tegen gevaarlijke en soms dodelijke infectieziekten. Binnen het programma krijgen kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar prikken tegen elf infectieziekten: difterie, kinkhoest, tetanus, polio en infectie met Haemophilus influenzae type b (dktp-Hib), bof, mazelen en rodehond (bmr), meningokokken C-infecties (MenC), hepatitis B (hep B) en pneumokokken-infecties (Pneu). Hepatitis B-vaccinatie is in 2003 toegevoegd aan het RVP voor een beperkte groep kinderen met een verhoogd risico. Vanaf 2011 krijgen álle zuigelingen de hepatitis B-vaccinatie aangeboden. Sinds 2010 biedt het RVP meisjes van 12 jaar de vaccinatie tegen het Humaan Papilloma Virus (HPV-vaccinatie) ter preventie van baarmoederhalskanker aan.

RVP landelijk georganiseerd

De minister van VWS stelt het vaccinatiebeleid vast op advies van de Gezondheidsraad. Zij bepalen welke vaccinaties in het RVP worden opgenomen en op welke leeftijd deze vaccinaties worden verstrekt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is belast met het toezicht op de uitvoering. De vaccins worden door het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) aangekocht en afgeleverd aan de RIVM-regiokantoren Regionale Coördinatie Programma's. De regiokantoren verspreiden de vaccins over de jeugdgezondheidszorginstellingen, die de vaccinaties uitvoeren. De vaccinaties vinden plaats volgens een gestructureerd vaccinatieschema. De kosten van het RVP worden gefinancierd vanuit de AWBZ, met uitzondering van de HPV-vaccinaties die worden gefinancierd uit de begroting van VWS.

Door RVP veel infectieziekten verdwenen

Invoering van het RVP in 1957 heeft in Nederland geleid tot het vrijwel verdwijnen van de meeste infectieziekten waartegen wordt ingeënt. Voor vaccinatie vormden zij de belangrijkste ziekte- en doodsoorzaken bij kinderen. Nu wordt de sterfte aan infectieziekten bij kinderen en jongeren voornamelijk veroorzaakt door ziekten waartegen (nog) niet wordt gevaccineerd of (nog) niet kan worden gevaccineerd. De vaccinatiegraad in Nederland ligt voor zuigelingen boven de 90 procent. De effectiviteit van het RVP is hierdoor erg hoog. Deelname aan het RVP vindt plaats op vrijwillige basis. De vaccinatiegraad wordt daarom grotendeels bepaald door de bereidheid van de ouders om hun kinderen te laten vaccineren.

Meer aandacht voor bijwerkingen

Nu de infectieziekten en hun complicaties minder in beeld zijn, krijgen bijwerkingen van vaccinaties meer aandacht. Ieder jaar stijgt het aantal gemelde bijwerkingen, voornamelijk door beter meldgedrag. Het RIVM onderzoekt alle spontane meldingen grondig op een oorzakelijk verband tussen de vaccinatie en de opgetreden ziekteverschijnselen. Daarnaast bewaakt de overheid de veiligheid van het RVP nauwlettend op grond van spontane meldingen van mogelijke bijwerkingen en andere (vragenlijst)onderzoeken. Het inzicht in de veiligheid van de vaccins kan consequenties hebben voor het RVP: het zou kunnen leiden tot het niet meer gebruiken van een vaccin van een bepaalde partij of tot aanpassingen van de vaccinatiestrategie. Vanaf 1 januari 2011 neemt het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb de bijwerkingenregistratie over van het RIVM.

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

AWBZ
Algemene wet bijzondere ziektekosten
bmr
Bof, mazelen, rodehond
dktp
Difterie, kinkhoest, tetanus, polio
Hib
Haemophilus influenza type b
HPV
Humaan papilloma virus
RVP
Rijksvaccinatieprogramma
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.