U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Preventie›Van ziekten en aandoeningen›Infectieziekten›Rijksvaccinatieprogramma (RVP)›Wat is het RVP en wat wordt er mee beoogd?
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is gericht op de preventie van infectieziekten en de complicaties van de ziekten waartegen wordt gevaccineerd. Difterie, tetanus, kinkhoest, polio, meningitis (hersenvliesontsteking) of bloedvergiftiging, veroorzaakt door een infectie met Haemophilus influenzae type b (Hib) of pneumokokken zijn voorbeelden van ernstige ziekten, waar mensen aan kunnen overlijden. Bof, mazelen en rodehond zijn voorbeelden van ziekten die meestal ongecompliceerd verlopen, maar in sommige gevallen een ernstig verloop kunnen hebben. Zo geeft een rodehondvirus-infectie bij een zwangere vrouw een grotere kans op aangeboren afwijkingen bij de baby, terwijl de infectie voor de moeder doorgaans ongevaarlijk is. Daarnaast kan een hepatitis B-infectie waarvan men niet hersteld, chronisch worden en op die manier na jaren leiden tot chronisch leverlijden en leverkanker. Sinds 2010 voorziet het RVP in de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Deze vaccinatie voorkomt een infectie van twee typen van het Humaan Papilloma Virus (HPV-16 en HPV-18), die verantwoordelijk zijn voor 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker.
Zie ook: Ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma en Preventie van baarmoederhalskanker.
Vaccinatie kan een aantal ziekteverwekkers uitroeien. In geval van eradicatie is de ziekteverwekker werkelijk verdwenen. Tot op heden is pokken de enige ziekte in de wereld die door vaccinatie is uitgeroeid. Het virus komt niet meer voor, behalve in door de WHO aangewezen zwaarbeveiligde laboratoria. Toen pokken in 1978 was uitgeroeid, kon wereldwijd gestopt worden met vaccinatie. De WHO streeft naar eradicatie van polio (kinderverlamming) wereldwijd. Er is al veel vooruitgang geboekt. Een andere vorm van uitroeiing is eliminatie. Daarbij wordt de ziekteverwekker niet uitgeroeid zoals bij eradicatie, maar krijgt deze niet de kans om zich te verspreiden omdat er te weinig vatbare personen zijn. Als de verwekker wordt geïntroduceerd in een bevolking(sgroep) waar een voldoende hoge immuniteit bestaat, loopt de verwekker dood. De WHO zet in op de eliminatie van mazelen en rodehond.
Vaccinatie beschermt gevaccineerde kinderen tegen de ernstige gevolgen van infectieziekten en draagt er zo aan bij dat zij gezond kunnen opgroeien. Na introductie van stelselmatige vaccinatie tegen een bepaalde ziekte, daalt over het algemeen binnen enkele jaren het aantal ziektegevallen enorm. Ook niet-gevaccineerde kinderen worden indirect beschermd tegen de betreffende infectieziekte door de hoge vaccinatiegraad in Nederland: de ziekteverwekker vindt geen toegang tot de vatbare persoon, omdat deze door immune omstanders wordt afgeschermd. Dit verschijnsel waarbij ziekte- en sterftegevallen worden voorkomen in andere leeftijdsgroepen dan de gevaccineerde groep, wordt ook wel groepsimmuniteit genoemd.