Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie van antibioticaresistentie
Kwaliteit en doelmatigheid

Antibioticaresistentie: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Antibioticaresistentie in Nederland traditioneel laag

Nederland heeft traditiegetrouw één van de laagste resistentiecijfers van Europa (EARSS, 2009). In Europa geldt voor bijna alle bacteriën dat er een toename wordt gezien van antibioticaresistentie van noord naar zuid. In Nederland en de Scandinavische landen ligt het percentage MRSA-gevallen rond de 1-2%, terwijl het gemiddelde percentage in Europa op 20-25% ligt. In sommige mediterrane landen zoals Portugal ligt het zelfs boven de 50% (EARSS, 2009). Voor E.coli, een van de meest voorkomende bacteriën die mensen ziek kunnen maken, geldt dat de resistentie voor bijna alle antibiotica snel stijgt in alle Europese landen. Multiresistentie van E.coli-bacteriën (ongevoeligheid voor drie hoofdgroepen antibiotica) ligt in Nederland op 2%. In een aantal Zuid-Europese landen bedraagt de resistentie 5-10%, met uitschieters naar 15-20%.

Nederland hanteert terughoudender voorschrijfbeleid dan andere Europese landen

Nederland heeft een traditie in het terughoudend voorschrijven van antibiotica zoals blijkt uit cijfers van antibioticaconsumptie in Europese landen van ESAC (Europese Surveillance van Antibiotica Consumptie). In 2008 lag de DDD voor Nederland op 11,24. België en Frankrijk gebruiken ongeveer twee tot drie keer zoveel en in Zuid-Europese landen worden antibiotica tot wel vier keer zoveel voorgeschreven (ESAC, 2010). In Nederland zijn antibiotica alleen op recept van een arts verkrijgbaar, terwijl in sommige Europese landen de middelen zonder recept van een arts worden verkocht. De invloed op de voorschrijvers van de commerciële bedrijven die de middelen op de markt brengen, is in Nederland beperkt, omdat hier strenge regels voor gelden. Verder zorgen goede richtlijnen ervoor dat de juiste antibiotische middelen worden voorgeschreven, dus smalspectrum antibiotica als dit verantwoord is en middelen met een bredere dekking als dat nodig is.

Antibioticagebruik bij dieren in Nederland hoogste van Europa

Nederland heeft een zeer groot aantal landbouwdieren, waarvan meer dan 95% leeft in de bio-industrie. Het antibioticagebruik in deze sector is groot. In tien Europese landen bedroeg dit (in mg verkochte antibiotica/ kilo geslachte varkens, pluimvee en runderen en levend melkvee) in 2010 tussen de 18 en 188 mg/ kg. Nederland scoorde hierbij het hoogste van Europa (Grave et al., 2010). Door het hoge antibioticagebruik bij dieren worden dierbacteriën resistent en kan er overdracht van deze resistente bacteriën plaatsvinden naar mensen, bijvoorbeeld door het eten van onvoldoende verhit vlees.

Nederlands MRSA-beleid nog altijd succesvol

In Nederland wordt een streng beleid gehanteerd om vroegtijdig op te sporen en verspreiding te voorkomen. Risicopatiënten worden bij opname in het ziekenhuis gescreend en ziekenhuispatiënten met een MRSA-infectie worden in isolatie verpleegd. Dit zogenaamde ‘search and destroy’ -beleid heeft er toe bijgedragen dat het MRSA-probleem in Nederland veel kleiner is dan in andere Europese landen. Hierdoor is het Nederlandse MRSA-beleid vaak een voorbeeld voor andere landen. De proportie MRSA in Nederland is altijd 1-2% geweest, waar dit in Zuid-Europese landen boven de 25% ligt (EARSS, 2009). MRSA is een ziekenhuisprobleem, maar in een aantal landen (Verenigde Staten, Canada) wordt dit type bacterie steeds meer gezien in de algemene gezondheidszorg, de zogenaamde community acquired (ca) MRSA. In Nederland lijkt ca-MRSA nog nauwelijks voor te komen.

Veel vee-gerelateerde MRSA in Nederland

In Nederland wordt veel vee-gerelateerde MRSA gezien, mede door screening van risicopatiënten. Vee-MRSA is een bepaald type MRSA-stam, die bij dieren (varkens) en ook bij mensen voorkomt. Mensen die beroepsmatig contact hebben met dieren, bijvoorbeeld varkenshouders, hebben een grotere kans om deze MRSA bacteriën bij zich te dragen. In andere landen komt vee-MRSA veel minder voor.

Opkomst bijzonder resistente micro-organismen in Nederland nog beperkt

In Nederland is de opkomst van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO) nog beperkt. Infecties met deze organismen zijn moeilijk te behandelen, omdat ze resistent zijn voor de meeste gangbare antibiotica en steeds meer ook voor de zogenoemde ‘reservemiddelen’ (middelen die achter de hand gehouden worden juist voor dit soort infecties). In een aantal Europese landen (bijvoorbeeld Griekenland) en in Azië (bijvoorbeeld Israël, India) vormt de opkomst van bijzonder resistente bacteriën echter een groot probleem. Deze bacteriën zijn ook gevonden bij patiënten in Engeland en de Verenigde Staten, doordat er veel reizigersverkeer is tussen de betreffende landen. Ook in Nederland zijn de eerste gevallen gemeld (Leverstein-van Hall et al., 2010). Het gaat om patiënten die landen bezocht hadden waar infecties met dit type bacteriën veel voorkomen, of daar in het ziekenhuis waren opgenomen. Nederland heeft voorschriften over hoe om te gaan met dit type infecties (WIP, 2010). In de toekomst zal uit de prevalentiecijfers blijken in hoeverre een streng beleid, vergelijkbaar met het MRSA-beleid, succesvol kan zijn.

Voor meer internationale vergelijkingen van preventie gericht op ziekten en aandoeningen, zie:

Icoon interne verwijzing naar onderwerpInternationale vergelijkingen van preventie gericht op ziekten en aandoeningen in het Kompas

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • EARSS, European Antimicrobial Resistance Surveillance Network.EARSS Annual Report 2008: on-going surveillance of S. pneumoniae, S. aureus, E. coli, E. faecium, E. faecalis, K. pneumoniae, P. aeruginosa. Bilthoven, 2009.
  • ESAC, European Surveillance of Antimicrobial Consumption.http: //app.esac.ua.ac.be/public/. (geraadpleegd 23 november 2010). Stockholm, 2010.
  • Grave K, Torren-Edo J, Mackay D.Comparison of the sales of veterinary antibacterial agents between 10 European countries. J Antimicrob Chemother, 2010; 65: 2037–2040.
  • Leverstein-van Hall MA, Stuart JC, Voets GM, Versteeg D, Roelofsen E, Fluit AC.Carbapenem-resistente Klebsiella pneumoniae na verblijf in het buitenland. Ned Tijdschr Geneeskd, 2010; 154: A2013.
  • WIP, Stichting Werkgroep Infectie Preventie.Maatregelen tegen overdracht van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO). http: //http: //www.wip.nl/free_content/Richtlijnen/BRMO.pdf. (geraadpleegd 8 december 2010). Leiden, 2010.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DDD
Defined Daily Dose
Gemiddelde dosis van het geneesmiddel per persoon per dag, dit kan verschillen tussen groepen van geneesmiddelen, toedieningswijzen (zoals intraveneus of oraal) en target-sites (bijvoorbeeld blaas of bloed). Het aantal DDD’s dat iemand krijgt hangt onder andere af van leeftijd en ernst van de ziekte. Kinderen krijgen meestal minder dan 1 DDD, intensive care patienten krijgen vaak meer dan 1 DDD.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.