Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie gericht op klachten en aandoeningen aan het bewegingsapparaat
Aanbod, bereik en effectiviteit

Preventie gericht op artrose

Aanbod Bereik Effectiviteit

Aanbod

Mogelijkheden om artrose te voorkomen nog zeer beperkt

Artrose is vooralsnog niet te genezen en de mogelijkheden om het te voorkómen zijn zeer beperkt. Slechts bij een kleine groep patiënten is een duidelijke oorzaak van de artrose aan te wijzen, bijvoorbeeld een aangeboren afwijking, zoals heupdysplasie. Aanleg lijkt een rol te spelen. Artrose komt vooral voor op latere leeftijd. De belangrijkste, potentieel, beïnvloedbare risicofactor is (ernstig) overgewicht (zie ook: Artrose, welke factoren beïnvloeden de kans op artrose?). Het aantal mensen met (ernstig) overgewicht stijgt in de meeste westerse landen waaronder Nederland (zie ook: Aantal mensen met overgewicht). Naast de stijging van de prevalentie van artrose als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing) zou de epidemie van overgewicht kunnen leiden tot een extra stijging van de prevalentie van artrose in de toekomst (Leveille et al., 2005).

Beweegprogramma's voor patiënten met artrose in kaart gebracht

In het kader van het Decennium van het Bewegingsapparaat 2000-2010 is per provincie een overzicht gemaakt van de Nederlandse beweegprogramma’s voor patiënten met heup- en knieartrose. Er werden in 2004-2005 47 beweegprogramma’s aangeboden voor patiënten met heupartrose. De laagste dichtheid is in gevonden Zeeland (1 beweegprogramma) en de hoogste dichtheid in Noord-Holland (12 beweegprogramma's). In deze periode werden 75 beweegprogramma’s aangeboden voor patiënten met knieartrose. De laagste dichtheid is gemeten in Flevoland (1 beweegprogramma) en de hoogste dichtheid in Noord-Brabant (14 beweegprogramma's) (Westendorp et al., 2005). Op de website 'Sportief bewegen voor patiënten met een chronische aandoening' is een overzicht te vinden van het aanbod van beweegprogramma’s voor onder andere patiënten met artrose. Voor het bereik van interventies die zich richten op preventie van overgewicht, zie: Bereik interventies gericht op overgewicht.

CBO-richtlijn Artrose opgesteld ter voorkoming van verergering artrose

Ter voorkoming van verergering van de artrose en het uitstellen van de noodzaak voor een gewrichtsvervangende operatie zijn de inspanningen van meerdere disciplines in de gezondheidszorg noodzakelijk. Betrokken disciplines hebben hiervoor samen de CBO-richtlijn Artrose vastgesteld (CBO, 2002a). Het 'Decennium van het Bewegingsapparaat 2000-2010' heeft samen met huisartsen, reumatologen, orthopedische chirurgen, fysiotherapeuten en patiënten een multidisciplinaire stapsgewijze behandelstrategie ontwikkeld. Deze strategie steunt de CBO-richtlijn.

Preventiemaatregelen gericht op progressie van artroseklachten

Een aantal maatregelen kan bijdragen aan de preventie van artrose, met name het vertragen van progressie van artroseklachten:

  • Screening op congenitale heupdysplasie bij pasgeborenen kan artrose op latere leeftijd voorkomen. Alle pasgeborenen worden in Nederland standaard gescreend op deze afwijking. Tijdige behandeling door middel van een spreidbroekje bij zuigelingen kan (heup)artrose op latere leeftijd voorkomen.
  • Overgewicht leidt tot een extra belasting van de gewrichten, met name van de knieën. Preventie van overgewicht kan bijdragen aan het voorkómen van artrose, met name knieartrose onder vrouwen (Bijlsma & Knahr, 2007; Pelletier et al., 2006). Ook voor patiënten die al artrose hebben, is gewichtsverlies belangrijk om verdere aantasting van de gewrichten te voorkomen. (Zie ook: Preventie gericht op lichaamsgewicht).
  • Voldoende niet zwaar belastende beweging kan bijdragen aan het voorkómen van artrose. Bij al bestaande artrose kan bewegen bijdragen aan vermindering van pijnklachten en stijfheid en het voorkómen van progressie. Niet zwaar belastende activiteiten zoals zwemmen, wandelen, fietsen en fysiotherapie kunnen helpen de gewrichten soepel te houden en de omliggende spieren te versterken (Bijlsma & Knahr, 2007).
  • Terugdringen zware (knie)belasting op het werk, zoals knielen, hurken en zwaar tillen (Felson et al., 1991; Maetzel et al., 1997; Schouten et al., 2002) (zie ook: Veiligheid op het werk) en het vermijden van zware en/of herhaalde gewrichtsbelasting en ongevallen tijdens sport kunnen bijdragen aan het voorkómen van (knie)artrose (Roos, 2005).
  • Educatie en zelfmanagement zijn belangrijk om te leren de gewrichten op de juiste manier te gebruiken en overbelasting te voorkomen (Bijlsma & Knahr, 2007).
  • Bij ernstige artrose kan een gewrichtsvervangende operatie noodzakelijk zijn (zie ook: Artrose: wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?).

Naar boven


Bereik

Hoog bereik onder kinderen in het eerste jaar na de geboorte

In het eerste jaar na de geboorte worden kinderen op congenitale heupdysplasie gescreend door consultatiebureaus. In 2006 was het bereik van consultatiebureaus zeer hoog onder deze groep kinderen, namelijk 89% (CBS StatLine). Het overgrote deel van de gevallen van congenitale heupdysplasie zal opgespoord worden door de screening die plaatsvindt bij de consultatiebureaus. Cijfers over het aantal opgespoorde gevallen van congenitale heupdysplasie zijn echter onbekend.

Naar boven


Effectiviteit

Interventies die gewichtsverlies bevorderen effectief bij knieartrose

De mogelijkheden voor preventie en behandeling van artrose zijn vooralsnog beperkt en de effectiviteit is nog vaak onbekend of wordt nog onderzocht. Gewichtsverlies, met name via een gewichtsreducerend dieet in combinatie met fysiotherapie, is effectief gebleken op verbetering van het lichamelijk functioneren bij patiënten met knieartrose (Christensen et al., 2005a; Messier et al., 2004; NOV, 2007).

Onderzoeksprotocol heupdysplasie is matig effectief

De opsporing van dysplastische heupontwikkeling met het huidige onderzoeksprotocol is matig effectief gebleken (zie ook: Preventie gericht op jeugd; bereik en effecten). Het onderzoeksprotocol voor screening op heupdysplasie door consultatiebureaus heeft een sensitiviteit van 86%, een specificiteit van 82% en een voorspellende waarde van 15% (Boere-Boonekamp et al., 1998).

Effect van fysiotherapie op preventie van artrose nog onduidelijk

Het is nog onduidelijk of fysiotherapie preventief is tegen artrose (Pelletier et al., 2006; Vuori, 2001) maar er zijn aanwijzingen dat spierkrachtoefeningen van de dijspier (quadriceps) een preventief effect hebben op knieartrose onder vrouwen (Bennel & Hinman, 2005). Fysiotherapie is verder effectief bevonden in het verminderen van pijn en het beter functioneren van patiënten met knieartrose (Fransen et al., 2001; NOV, 2007; Pelletier et al., 2006; Van Baar et al., 1999) of heupartose (Hoeksma et al., 2004; NOV, 2007; Tak et al., 2005; Van Baar et al., 1999). Een combinatie van fysiotherapie en medicatie wordt bij de meeste patiënten aanbevolen (NOV, 2007). Het is gebleken dat kracht-, strekkings- en functionele oefeningen op korte termijn effectief zijn bij patiënten met knieartrose. Er zijn ook aanwijzingen dat fysiotherapie gunstig is voor patiënten met heupartrose maar er is nog onvoldoende bekend over de langetermijneffecten. Verder kan nog geen uitspraak gedaan worden over het meest effectieve oefenprogramma (Gezondheidsraad, 2003).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Baar ME van, Assendelft WJ, Dekker J, Oostendorp RA, Bijlsma JW.Effectiveness of exercise therapy in patients with osteoarthritis of the hip or knee: a systematic review of randomized clinical trials. Arthritis Rheum., 1999; 42: 1361-9.
  • Bennel K, Hinman R.Exercise as a treatment for osteoarthritis. Curr. Opin. Rheumatol., 2005; 17: 634-40.
  • Bijlsma JW, Knahr K.Strategies for the prevention and management of osteoarthritis of the hip and knee. Best. Pract. Res. Clin. Rheumatol., 2007; 21: 59-76.
  • Boere-Boonekamp MM, Kerkhof TH, Schuil PB, Zielhuis GA.Early detection of developmental dysplasia of the hip in the Netherlands: the validity of a standardized assessment protocol in infants. Am J Public Health, 1998; 88(2): 285-8.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Osteoporose: Tweede Herziene Richtlijn. Utrecht: CBO,2002a.
  • Christensen R, Astrup A, Bliddal H.Weight loss: the treatment of choice for knee osteoarthritis? A randomized trial. Osteoarthritis. Cartilage, 2005a; 13: 20-7.
  • Felson DT, Hannan MT, Naimark A, Berkeley J, Gordon G, Wilson PW, et al.Occupational physical demands, knee bending, and knee osteoarthritis: results from the Framingham Study. J Rheumatol 1991; 18: 1587-92.
  • Fransen M, Crosbie J, Edmonds J.Physical therapy is effective for patients with osteoarthritis of the knee: a randomized controlled clinical trial. J. Rheumatol., 2001; 28: 156-64.
  • Gezondheidsraad.Oefentherapie. Appendix literatuuronderzoek. Den Haag: Gezondheidsraad, 2003; 22L.
  • Hoeksma HL, Dekker J, Ronday HK, et al.Comparison of manual therapy and exercise therapy in osteoarthritis of the hip: a randomized clinical trial. Arthritis Rheum, 2004; 51: 722-9.
  • Leveille SG, Wee CC, Lezzoni LI.Trends in obesity and arthritis among baby boomers and their predecessors, 1971-2002. Am. J. Public Health, 2005; 95: 1607-13.
  • Maetzel A, Makela M, Hawker G, et al.Osteoarthritis of the hip and knee and mechanical occupational exposure: a systematic overview of the evidence. J Rheumatol 1997; 24: 1599-1607.
  • Messier SP, Loeser RF, Miller GD, et al.Exercise and dietary weight loss in overweight and obese older adults with knee osteoarthritis: the Arthritis, Diet, and Activity Promotion Trial. Arthritis Rheum, 2004; 50: 1501-10.
  • NOV, Nederlandse Orthopaedische Vereniging.Diagnostiek en behandeling van heup- en knieartrose. Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, 2007: 1-137.
  • Pelletier JP, Martel-Pelletier J, Raynauld JP.Most recent developments in strategies to reduce the progression of structural changes in osteoarthritis: today and tomorrow. Arthritis Res. Ther., 2006; 8: 206.
  • Roos EM.Joint injury causes knee osteoarthritis in young adults. Curr. Opin. Rheumatol., 2005; 17: 195-200.
  • Schouten JSAG, Bie RA de, Swaen G.An update on the relationship between occupational factors and osteoarthritis of the hip and knee. Curr Opin Rheumatol, 2002; 14: 89-92.
  • Tak E, Staats P, Van HA, Hopman-Rock M.The effects of an exercise program for older adults with osteoarthritis of the hip. J. Rheumatol., 2005; 32: 1106-13.
  • Vuori IM.Dose-response of physical activity and low back pain, osteoarthritis and osteoporosis. Med Sci Sports Exerc, 2001; 33: S551-S586.
  • Westendorp T, Hazes JM, Miedema HS, Wallen EM van der.Beweegaanbod in Nederland! Voor mensen met een chronische aandoening aan het bewegingsapparaat. Decennium van het Bewegingsapparaat. Den Haag: VWS/RVVZ, 2005.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBO
Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO (voorheen: Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing)
URL: http://www.cbo.nl

Definities

Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Sensitiviteit
Het vermogen van de test bij aanwezigheid van een bepaalde ziekte deze ook daadwerkelijk te kunnen aantonen. Dit is het percentage zieke patiënten met een positieve (en dus juiste) testuitslag.
Specificiteit
Het vermogen van de test bij afwezigheid van een bepaalde ziekte deze ook daadwerkelijk te kunnen uitsluiten. Dit is het percentage van de niet-zieke patiënten met een negatieve (en dus juiste) uitslag.
Voorspellende waarde
Het percentage van de mensen met een positieve testuitslag dat daadwerkelijk de ziekte of aandoening heeft.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.