Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Zorgverzekeraars

Preventie in het basispakket

Preventie gericht op groepen mensen of op individuen

Preventie heeft als doel te zorgen dat mensen gezond blijven door de gezondheid te bevorderen en te beschermen. Ook heeft preventie als doel ziekten en aandoeningen te voorkomen of in een vroeg stadium op te sporen (zie ook: Wat is preventie?). Preventieve maatregelen kunnen onderverdeeld worden in collectieve preventie (gericht op groepen mensen) en individuele preventie (gericht op individuen). Twee vormen van individuele preventie zijn geïndiceerde preventie en zorggerelateerde preventie. Geïndiceerde preventie is erop gericht om het ontstaan van een ziekte te voorkomen bij een individu met een verhoogd risico op de ziekte. Zorggerelateerde preventie (tertiaire preventie) is erop gericht om verergering, complicaties, of beperkingen van een ziekte te voorkomen.

Alleen individuele preventie in principe verzekerd

De Zorgverzekeringswet (Zvw) regelt de verzekerde zorg voor individuele verzekerden, dus alleen individuele preventie komt eventueel in aanmerking voor verzekering. Collectieve preventie is de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid en van lokale overheden (zie ook: Welk wettelijk en beleidskader kent preventie?). De zorgverzekering heeft het karakter van een schadeverzekering. Voor de vergoeding van kosten moet er in principe sprake zijn van opgetreden gezondheidschade. Het vergoeden van kosten ter preventie van schade past eigenlijk niet goed in dit principe. Maar in 2007 concludeert het CVZ in het rapport ‘Van preventie verzekerd’ dat bij het bepalen van de te verzekeren zorg het vaak niet goed mogelijk is om onderscheid te maken tussen behandeling van een ziekte en behandeling van een hoog risico op ziekte (CVZ, 2007). Daarom hoort dergelijke individuele preventie (die voldoet aan bepaalde voorwaarden) volgens het CVZ tot de verzekerde zorg in het basispakket.

Voorwaarden voor verzekerde preventie vastgelegd in besluit zorgverzekering

De Zvw regelt welke zorg verzekerd is en welke prestaties/middelen daartoe worden ingezet. De inhoud en omvang van de prestaties waar een verzekerde volgens de zorgverzekering recht op heeft worden omschreven in het Besluit zorgverzekering (Bzv). Deze functiegerichte omschrijvingen geven aan wat er onder de aanspraken valt en in welke gevallen (indicaties) de aanspraak geldt. De zorgverzekeraar bepaalt wie de zorg levert en waar dat gebeurt. Het Bzv hanteert drie maatstaven waarmee de inhoud en omvang van de verzekerde prestatie moet worden bepaald:

  1. De zorg moet voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk (zorg moet evidence-based zijn).
  2. De zorg moet voldoen aan het criterium 'zoals huisartsen en specialisten dat plegen te bieden' (zorg moet tot deskundigheidsgebied van de beroepsgroep behoren).
  3. Er moet een indicatie zijn dat iemand redelijkerwijs is aangewezen op een bepaalde zorgvorm (het verzekerde risico moet zich manifesteren om recht te hebben op zorg).

Deze maatstaven gelden ook voor verzekerde preventie en bepalen dus welke preventie als verzekerde zorg aangemerkt kan worden (CVZ, 2007). Voor het adviseren welke concrete preventieve interventies in het basispakket opgenomen kunnen worden gebruikt CVZ de vier pakketprincipes: noodzakelijkheid, effectiviteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid (CVZ, 2006d).

Al veel preventie in het huidige basispakket

In het huidige basispakket zijn al veel preventieve activiteiten opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om preventieve medicatie zoals cholesterolverlagers of bloeddrukverlagers voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Ook de anticonceptiepil, de (grotendeels preventieve) controles van zwangere vrouwen door verloskundigen, de preventieve tandartscontroles voor jongeren en dieetadvisering (maximaal vier uur per jaar) zijn opgenomen in het basispakket. Ook zorggerelateerde preventie (ook wel tertiaire preventie genoemd), zorg gericht op het voorkomen van verergering, complicaties of beperkingen van een ziekte, is vanouds al onderdeel van de verzekerde zorg. Preventie in de verzekerde zorg is veelal onderdeel van de consulten in de curatieve eerste en tweede lijnszorg en in veel richtlijnen van de beroepsgroepen wordt aandacht besteed aan preventie (Jong et al., 2005; Davidse et al., 2006). TNO onderzocht in 2005 135 richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van acht veelvoorkomende aandoeningen. In alle richtlijnen werd over preventie gesproken en in de helft van de onderzochte richtlijnen voor kanker, hart- en vaatziekten, diabetes en astma/copd werden concrete aanbevelingen voor preventieve activiteiten gegeven. Individuele preventie wordt meestal niet als zodanig benoemd en onderkend, maar de kosten ervan worden wel door zorgverzekeraars vergoed (Drewes, 2006).

Meer mogelijkheden voor verzekerde preventie

In de praktijk doen zorgverleners in veel gevallen minder aan preventie dan de richtlijnen en standaarden voorschrijven en blijken minder preventieve activiteiten plaats te vinden dan de wet en regelgeving mogelijk maakt (zie ook: Wat is de aard en omvang van preventie in de zorg?). Het ministerie van VWS wil via de Zvw individuele preventie meer tot een vanzelfsprekend onderdeel van de dagelijkse zorgverleningpraktijk maken (VWS, 2007d). In de kaderbrief ‘Visie op gezondheid en preventie’ kondigt de minister aan dat er meer preventie in het basispakket zal worden opgenomen (VWS, 2007j). Het gaat dan bijvoorbeeld om beweegprogramma’s en stoppen met roken interventies die, als daar een indicatie voor is, net zoals de cholesterol- en bloeddrukverlagers, vergoed zullen worden. CVZ zal voor de vijf speerpunten uit de preventienota van 2006 (roken, schadelijk alcoholgebruik, overgewicht, diabetes en depressie) aangeven welke preventie onder de verzekerde zorg valt. Voor roken is de conclusie dat alle rokers geïndiceerd zijn voor begeleiding met stoppen met roken en dat verschillende kortdurende en intensievere interventies voldoen aan de criteria (CVZ, 2008b). Voor depressie is de conclusie dat wanneer een verzekerde voldoet aan de diagnostische criteria van een subklinische depressie hij/zij tot de hoog risicogroep voor het ontwikkelen van een depressie behoort en geïndiceerd is voor een preventieve behandeling (bijvoorbeeld cursus op basis van cognitieve gedragstherapie) (CVZ, 2008c). De preventie in deze twee voorbeelden valt dus onder de verzekerde zorg. De veronderstelling is dat wanneer duidelijk is dat deze preventie vergoed wordt vanuit het basispakket, er meer mensen gebruik van zullen maken.

Preventieparadox weerhoudt verzekeraars van investeren in preventie

Een belangrijke belemmering voor zorgverzekeraars om te investeren in preventie en gezondheidsbevordering wordt wel een ‘preventieparadox’ genoemd. Dit houdt in dat een zorgverzekeraar die investeert in preventie niet noodzakelijkerwijs ook de vruchten van die investering plukt, aangezien verzekerden vrij zijn om ieder jaar over te stappen naar een andere verzekeraar. Verzekeraars hebben weliswaar belang bij preventie (voorkomen van schadelast) maar de baten van investeringen in preventie kunnen dus bij de concurrent terechtkomen. Dit wordt door verzekeraars aangevoerd als belangrijke reden om niet in preventie te investeren. Deze preventieparadox wordt gerelativeerd door het ministerie van VWS; slechts weinig mensen veranderen van zorgverzekeraar, 95% van de verzekerden stapt niet over. Bovendien kan preventie klantenbindend werken en dit kan de aantrekkelijkheid van de verzekeraar bevorderen (VWS, 2007k).

Financiële prikkels om preventie voor zorgverzekeraars lonend te maken

Er worden verschillende oplossingen aangedragen om de preventieparadox af te zwakken en zo financiële prikkels te creëren voor zorgverzekeraars om te investeren in preventie (Jong et al., 2005; RVZ, 2006d; CVZ, 2007d). Voor de meeste van deze voorstellen is nader onderzoek nodig naar de mogelijkheden en de uitwerking.

  • Een van de oplossingen die door verzekeraars zelf aangedragen is, is de mogelijkheid van meerjarige polissen. Hierdoor wordt voorkomen dat verzekerden waarin preventief geïnvesteerd is, vroegtijdig overstappen naar een concurrent. De verzekeraar zal de baten van de investering in preventie wel zelf kunnen verzilveren.
  • Een andere mogelijke oplossing is die van een health transfer systeem. Dit idee werd aangedragen door De Nationale Denktank in 2006. Het health transfer systeem houdt in dat, als een verzekerde overstapt, verzekeraars elkaar compenseren voor gemaakte preventiekosten (De Nationale DenkTank, 2006).
  • Ook wordt er gepleit voor de oprichting van een preventiefonds. Hierin zouden verzekeraars een vast percentage moeten storten. Preventieve activiteiten kunnen dan uit dit fonds betaald worden. Zorgverzekeraar CZ stelde in 2005 voor om mensen die zich aantoonbaar ingezet hebben om fitter te worden een bonus te geven en deze bonus te laten betalen door verzekeraars die een percentage van de omzet in het nationale ‘fitburgerfonds’ storten. CZ past dit al toe bij de eigen medewerkers. Zij kunnen hun conditie laten meten middels een fitheidstest en als die na een jaar verbeterd is kan men een fitbonus incasseren.
  • Een andere maatregel om de preventieparadox af te zwakken, ligt in de mogelijkheid die verzekeraars hebben om bepaalde zorg of diensten aan te wijzen die buiten het verplichte eigen risico vallen. Zorgverzekeraars kunnen zo verzekerden belonen door de kosten van een preventieprogramma niet onder het eigen risico te laten vallen. Deze maatregel zal in 2009 ingaan (VWS, 2007j).
  • Ten slotte zou aanpassing van het risicovereveningssysteem zorgverzekeraars meer stimuleren om in preventie te investeren. Risicoverevening betekent dat de extra kosten van verzekerden met een hoog gezondheidsrisico gecompenseerd worden. Zo wordt risicoselectie tegengegaan en eerlijke concurrentie bevorderd. Sinds 2008 krijgen verzekeraars voor verzekerden met een lage sociaaleconomische status een grotere bijdrage uit het vereveningsfonds. Hiermee zouden ze voor deze vaak ongezondere populatie meer aan preventie kunnen doen (VWS, 2007k).
.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Pakketbeheer in de praktijk. Diemen, 2006d.
  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Van preventie verzekerd. Diemen: CVZ, 2007.
  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Essaybundel: Van preventie verzekerd; acht invalshoeken op preventie en de verzekerde zorg. Diemen, 2007d.
  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Begeleiding bij stoppen met roken: verzekerde zorg? Diemen, 2008b.
  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Preventie van depressie: verzekerde zorg? Diemen, 2008c.
  • Davidse W, Perenboom RJM, Reeuwijk-Werkhorst J van.Preventie in de verzekerde zorg; update 2006. Leiden, 2006.
  • De Nationale DenkTank.Recept voor morgen; een frisse blik op betere zorg voor chronische zieken. De Nationale Denk Tank, 2006.
  • Drewes J.Hoe de preventie te bevorderen onder het nieuwe zorgverzekeringsstelsel. TSG, 2006; (5): Middenkatern.
  • Jong ORW, Reeuwijk-Werkhorst J van, Davidse W, Perenboom RJM, Quak ABWM, Assendelft WJJ.Preventie in de verzekerde zorg. Leiden: TNO, 2005.
  • RVZ, Raad voor de Volksgezondheid en Zorg.Publieke gezondheid. Den Haag, 2006d.
  • VWS, Ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport.Kaderbrief 2007-2011: visie op preventie en gezondheid. Bijlage 6. Den Haag: VWS, 2007k.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Gezond zijn, gezond blijven. Een visie op gezondheid en preventie. Den Haag: VWS, 2007d.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Kaderbrief 2007-2011: visie op gezondheid en preventie. Den Haag: VWS, 2007j.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CVZ
College voor zorgverzekeringen (voorheen: Ziekenfondsraad)
Zelfstandig bestuursorgaan op het terrein van de Ziekenfondswet en de AWBZ. Het College informeert het ministerie van VWS met het oog op de beleidsontwikkelingen in de zorgverzekeringen en helpt vervolgens dat beleid uit te voeren door de verzekeraars en zorgkantoren te stimuleren bij de juiste uitvoering van die wetten. URL: http://www.cvz.nl
TNO
Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
URL: http://www.tno.nl
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
Zvw
Zorgverzekeringswet
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.