U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Preventie›Thema's›Integraal gezondheidsbeleid›Integraal gezondheidsbeleid samengevat
Integraal gezondheidsbeleid heeft als doel de gezondheid te bevorderen of te beschermen. Gezondheid wordt beïnvloed door veel verschillende determinanten, zoals leefstijl en de fysieke en sociale omgeving. Integraal gezondheidsbeleid is erop gericht de factoren die van invloed zijn op gezondheid van individuen in samenhang aan te pakken. De inzet van zowel sectoren binnen als buiten het volksgezondheidsdomein is hierbij van belang (onder andere ruimtelijke ordening, veiligheid, onderwijs en arbeid). De uitwerking van dit beleid is vaak een integrale aanpak: een mix van maatregelen in verschillende settings.
Vooral hardnekkige gezondheidsproblemen zijn te beïnvloeden via integraal gezondheidsbeleid (zoals overgewicht, gezondheidsachterstanden). Het kan ook goed aansluiten bij de problematiek van kwetsbare groepen (zoals jeugd, mensen met chronische ziekte of beperkingen). Juist hierbij is de betrokkenheid van meerdere sectoren (zowel publiek als privaat) gewenst om in gunstige zin invloed uit te oefenen op de hiermee samenhangende determinanten. Zo hangen bijvoorbeeld gezondheidsachterstanden nauw samen met achterstanden op tal van andere terreinen zoals: laag inkomen, werkloosheid, laag opleidingsniveau, ongunstige woon- en werkomstandigheden en ongezonde leefstijl.
Drie bekende methoden om integraal gezondheidsbeleid te ontwikkelen en uit te voeren zijn: de gezondheidseffectschatting (GES), de quick scan facetbeleid (QSF) en de determinantenbeleidsscreening (DBS). Deze methoden bieden ondersteuning om met andere sectoren samen te werken aan het bevorderen of bewaken van gezondheid. Elk van de methoden heeft een andere doelstelling. Toch worden deze methoden in de praktijk maar weinig gebruikt.
Integraal gezondheidsbeleid kan plaatsvinden op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Een aanbeveling uit de kabinetsvisie ‘Gezond zijn, gezond blijven’ uit 2007 is om integraal gezondheidsbeleid te bevorderen. Deze visie onderstreept ook het belang van de omgeving: de omgeving moet zodanig ingericht zijn dat deze uitnodigt tot gezond gedrag. Voorbeelden van samenwerking tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en andere ministeries zijn: het alcoholpreventiebeleid, het Convenant Gezond Gewicht en de gezonde wijkaanpak. Om op lokaal niveau aan de slag te gaan met integraal gezondheidsbeleid is een goede wisselwerking tussen rijk en gemeenten essentieel. Het rijk kan daarbij ondersteunen met kennis en financiering.
De aandacht voor integraal gezondheidsbeleid is in de afgelopen jaren gestegen in de gemeentelijke nota’s. Hoewel dit beleid steeds meer inhoud en vorm krijgt, zijn gemeenten vaak nog zoekende naar een passende uitvoering hiervan. De manier waarop verschillende sectoren samenwerken aan gezondheid verschilt per gemeente. De sector volksgezondheid werkt vooral samen met sociale sectoren (jeugd, onderwijs en sport) en minder met fysieke sectoren (ruimte, wonen en milieu). In gemeenten liggen er mogelijkheden om de samenwerking te verbreden en te intensiveren. Dat geldt ook voor de samenwerking tussen overheid en het bedrijfsleven (publiek-private samenwerking).
Er zijn verschillende inhoudelijke en procesmatige factoren van invloed op effectief integraal gezondheidsbeleid. Wederzijdse winst is bijvoorbeeld een van de elementen voor succesvol samenwerken rond integraal gezondheidsbeleid. Zo vragen determinanten die van invloed zijn op gezondheid om maatregelen buiten de volksgezondheidssector. Andersom kan de sector volksgezondheid ook bijdragen aan doelstellingen van andere beleidssectoren: gezondheid is van invloed op schoolprestaties, de loopbaan van mensen en de arbeidsparticipatie. Andere sectoren zijn eerder geneigd mee te werken als er zicht is op resultaat en win-win situaties ontstaan. Een ander belangrijk element voor succesvol samenwerken is het creëren van politiek en bestuurlijk draagvlak voor integraal gezondheidsbeleid.
Het belang van integraal gezondheidsbeleid is in 2006 onderschreven door de Europese Raad onder de term ‘Health in all Policies’. Internationaal gezien blijft Nederland achter bij internationale aanbevelingen om integraal gezondheidsbeleid toe te passen. Landen als het Verenigd Koninkrijk, Finland en Zweden zijn daar verder in, vooral op het gebied van psychische gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen. In deze landen is sprake van een nationale strategie, waarin interdepartmentaal samenwerken op het hoogste overheidsniveau is vastgelegd. Dit wordt ook wel de ‘whole of goverment’-aanpak genoemd.