Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie in de zorg

Wat is de aard en omvang van preventie in de zorg?

Meeste zorgverleners voeren preventieve activiteiten uit

De meeste zorgverleners (zowel artsen, verpleegkundigen als paramedici) zijn op enigerlei wijze met preventieve activiteiten bezig. Primaire preventie, gericht op het voorkómen van ziekten en aandoeningen, wordt voornamelijk uitgevoerd door zorgverleners in de eerstelijn: in de tandartspraktijk (bij periodieke controle en mondhygiëne), de verloskundige praktijk (bij zwangerschapsbegeleiding) en in de huisartspraktijk (bij het geven van leefstijladvies). De preventieve activiteiten in de tweedelijn beperken zich veelal tot het vroegtijdig opsporen van aandoeningen en gezondheidsrisico's (secundaire preventie) en tot het geven van preventieadviezen en begeleiding van patiënten om te voorkomen dat bestaande gezondheidsproblemen verergeren of tot complicaties leiden (tertiaire preventie) (Jong et al., 2005). Tertiaire preventie in de zorg is feitelijk onderdeel van de reguliere behandeling en zorg van een patiënt en wordt dan ook niet altijd als preventie onderkend, maar als goede zorg aan patiënten (Schaapveld & Hirasing, 1997a) (zie ook: preventie in de ziekenhuiszorg).

Preventie in de zorg vooral gericht op individuele patiënten

De preventieve activiteiten in de zorg zijn vooral gericht op individuele patiënten, de zogenaamde casuïstische preventie. Casuïstische preventie vindt plaats op grond van risico-inschatting in een individuele hulpverleningssituatie. De huisarts of cardioloog die een patiënt met hartklachten adviseert te stoppen met roken, is hiervan een voorbeeld. Naast de casuïstische preventie vindt in de zorg ook programmatische preventie plaats, gericht op een omschreven doelgroep en uitgevoerd volgens een vastgelegde taakverdeling en werkwijze. Programmatische preventie vindt vooral in de huisartspraktijk plaats. Een voorbeeld hiervan is de screening op baarmoederhalskanker (zie ook: preventie in de huisartspraktijk).

Meeste preventie in de zorg niet structureel aangeboden

De meeste preventieve activiteiten binnen de zorg worden niet structureel aangeboden (want deze zijn immers gebaseerd op de individuele hulpverleningssituatie). Uitzonderingen hierop zijn de programmatische preventie zoals hierboven omschreven en de activiteiten van zorginstellingen ter preventie van complicaties en gezondheidsschade door het verblijf in de instelling. Denk hierbij aan preventie van decubitus, antibioticaresistentie, ziekenhuisinfecties en valpreventie. Inspanningen op deze terreinen en de resultaten van deze inspanningen gelden als indicator voor de kwaliteit van de geleverde zorg en worden gemeten tijdens controles van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Ook preventie in de care en GGZ

Preventieve activiteiten in de zorg zijn niet beperkt tot de curatieve somatische zorg. Ook in de care en in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) vindt preventie plaats. Van oudsher voeren thuiszorginstellingen preventieve activiteiten uit, onder andere op het gebied van gezondheidsvoorlichting, voeding en chronische ziekten. Verpleeghuisinstellingen voeren vooral preventieve activiteiten uit gericht op vermijdbare gezondheidsschade, zoals decubitus, antibioticaresistentie en vallen. Binnen de ambulante en residentiële geestelijke gezondheidszorg maakt preventie deel uit van de behandeling en begeleiding van cliënten. In de preventie-afdelingen van veel ggz-instellingen worden preventieve interventies aangeboden op het terrein van depressie en angststoornissen (Jong et al., 2005).

Aanbevelingen voor preventie in richtlijnen voor diagnostiek en behandeling

In alle richtlijnen voor diagnostiek, behandeling en zorg van de verschillende (para-)medische beroepsgroepen (van de 8 aandoeningen die het meeste voorkomen) is aandacht voor preventie (Jong et al., 2005). De mate van concreetheid van de aanbevelingen verschilt per aandoening afhankelijk van de bekendheid en eenduidigheid van de oorzaken van de aandoening en de aard van de risicofactoren. Ongeveer de helft van de richtlijnen bij kanker, astma/COPD, hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type 2 bevatten concrete aanbevelingen over preventie: de aanbevelingen zijn voorzien van indicaties, duur, intensiteit en er worden specifieke leefstijlinterventies aanbevolen. De richtlijnen voor infectieziekten (soa) en erfelijke en aangeboren afwijkingen bevatten vrijwel altijd concrete aanbevelingen voor preventie. De aanbevelingen bij klachten van het bewegingsapparaat en psychische aandoeningen zijn minder concreet doordat de oorzaken niet eenduidig zijn en preventie beperkt mogelijk is (Jong et al., 2005).

Mogelijkheden preventie binnen de zorg nog niet optimaal benut

Uit onderzoek blijkt dat binnen de zorg meer preventie mogelijk is (CVZ, 2007). In de praktijk doen zorgverleners in veel gevallen minder aan preventie dan de richtlijnen en standaarden voorschrijven en blijken minder preventieve activiteiten plaats te vinden dan de wet en regelgeving mogelijk maakt. Zorgverzekeraars en zorgverleners kunnen de mogelijkheden die de Zorgverzekeringswet biedt, beter benutten; het verzekerde risico kan ruimer worden opgevat dan nu gebeurt. Zo kunnen preventieve interventies die door patiënten op indicatie van een arts buiten de zorg worden genoten, ook voor vergoeding in aanmerking komen.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • CVZ, College voor Zorgverzekeringen.Van preventie verzekerd. Diemen: CVZ, 2007.
  • Jong ORW, Reeuwijk-Werkhorst J van, Davidse W, Perenboom RJM, Quak ABWM, Assendelft WJJ.Preventie in de verzekerde zorg. Leiden: TNO, 2005.
  • Schaapveld K, Hirasing RA.Preventiegids. Een praktisch overzicht van preventieprogramma's voor huisartsen, verloskundigen en medewerkers van de jeugdgezondheidszorg. Assen: Van Gorcum & Comp, 1997a.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

COPD
Chronic obstructive pulmonary disease
Chronische obstructieve longziekten.
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
IGZ
Inspectie voor de Gezondheidszorg
URL: http://www.igz.nl
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.