Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie gericht op overgewicht en ondergewicht
Doel en organisatie

EPODE-aanpak in Nederland (JOGG) en andere landen

Jongeren op Gezond Gewicht - JOGG Ontstaan van EPODE EPODE-aanpak in Europa

Jongeren op Gezond Gewicht - JOGG

Breed gedragen convenant om overgewicht terug te dringen

Eind 2009 hebben de ministeries van VWS, Jeugd en Gezin en OCW, samen met ruim twintig partijen uit het bedrijfsleven, de grote steden en het maatschappelijke veld het Convenant Gezond Gewicht 2010-2014 ondertekend. Doel van dit koepelconvenant is om overgewicht en obesitas en de maatregelen voor het terugdringen ervan op de maatschappelijke agenda te plaatsen. Een tweede doel is het vergroten van de bewustwording en de kennis over de gezondheidsrisico’s van (ernstig) overgewicht. Ten slotte is de ontwikkeling van kennis over effectieve maatregelen die bijdragen aan de preventie en de aanpak van overgewicht een belangrijk doel (Van Koperen & Seidell, 2010).

Deelconvenant JOGG kent integrale aanpak van overgewicht

Een van de deelconvenanten van het Convenant Gezond Gewicht is Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG). JOGG is een programma waarin een integrale en effectieve aanpak centraal staat om jongeren op gezond gewicht te houden en/of te brengen. Deze aanpak is afgeleid van het Franse EPODE (Ensemble, Prévenons l’Obesité Des Enfants: 'laten we samen overgewicht bij kinderen aanpakken'), een programma voor de ontwikkeling van 'Villes Santés' (Gezonde Steden). JOGG kent dezelfde beginselen als EPODE, die vertaald zijn in vier uitgangspunten. In Nederland is een vijfde speerpunt toegevoegd: de verbinding tussen preventie en zorg (zie hiernaast; Van Koperen & Seidell, 2010). Doel van het convenant is dat in 2015 de JOGG-aanpak in 75 Nederlandse gemeenten ingevoerd zal zijn. Dit zijn elk jaar 15 gemeenten. Zwolle, de eerste JOGG-stad van Nederland, is in februari 2010 van start gegaan.

Uitgangspunten JOGG gaan vooral over draagvlak en samenwerking

De vijf uitgangspunten van het Nederlandse JOGG zijn:

  1. Landelijk en lokaal politiek bestuurlijk draagvlak. Zowel landelijk als lokaal worden ambassadeurs en kwartiermakers ingezet om gemeentelijke bestuurders te enthousiasmeren voor JOGG.
  2. Publieke en private samenwerking wordt gestimuleerd, onder andere tussen scholen, gezondheidsdiensten, supermarkten, bedrijfsleven, sportverenigingen en ziekenhuizen.
  3. Sociale marketing; het toepassen van commerciële marketingconcepten en technieken om positieve maatschappelijke of sociale veranderingen te bewerkstelligen.
  4. Wetenschappelijke begeleiding van projecten en interventies.
  5. Verbinding preventie en zorg. De jeugdarts kan actief bijdragen aan het verkrijgen van draagvlak binnen het gemeentebestuur voor financiering en commitment aan het JOGG-programma. Ook heeft de jeugdarts een rol in het betrekken van lokale gezondheidsprofessionals zoals fysiotherapeuten, huisartsen en verpleegkundigenen en het benadrukken van het belang van vroegtijdige signalering van overgewicht bij kinderen (Van Koperen & Seidell, 2010; Bulk-Bunschoten et al., 2005).

Naar boven


Ontstaan van EPODE

Voorloper van EPODE startte in twee Franse dorpen

De voorloper van de EPODE-methode is de longitudinale Fleurbaix Laventie Ville Santé (FLVS) studie. In 1992 startte de Universiteit van Lille in twee Noord-Franse dorpen (Fleurbaix en Laventie) een overgewichtpreventieprogramma voor kinderen. Gedurende twaalf jaar werd in deze dorpen de invloed van voedingsvoorlichting bij kinderen en het gedrag van het hele gezin geëvalueerd (Romon et al., 2009). In de eerste onderzoeksperiode werd alleen informatie over gezonde voeding op scholen verstrekt. Na een aantal jaren werd dat uitgebreid met beweegactiviteiten op scholen en werden ook ouders, professionals en andere dorpsbewoners betrokken bij het ontwerp en de uitvoering van activiteiten (Van Koperen & Seidell, 2010).

Positieve resultaten door EPODE-aanpak

Hoewel er geen formeel gerandomiseerd onderzoek is gedaan naar de effecten van de FLVS-studie, blijkt de prevalentie van overgewicht tussen 1992 en 2004 te zijn afgenomen. In 2004 zijn de resultaten vergeleken met twee controlesteden in dezelfde regio en met dezelfde sociaaleconomische kenmerken, waar geen voedingsvoorlichting werd gegeven. In de controlesteden was de prevalentie van overgewicht hoger (17,8%) ten opzichte van de interventiesteden (8,8%) (Romon et al., 2009). De FLVS-studie maakt duidelijk dat voedingsvoorlichting in combinatie met actieve betrokkenheid van lokale partijen de eetgewoonten van een gezin beïnvloedt. Succesfactoren zijn de combinatie van voedings- en bewegingsvoorlichting en activiteiten waarbij bijvoorbeeld ouders, sportclubs en cateringbedrijven, langdurig betrokken zijn (Romon et al., 2009).

EPODE-methodiek gebaseerd op internationale ervaring

Naast resultaten van de FLVS-studie is bij de (door)ontwikkeling van de EPODE-methodiek ook gebruikgemaakt van ervaringen van andere community- en schoolbased studies uit Finland (North Karelia Programme), Duitsland (Kiel Obesitas Preventie studie) en Australië (Colac study). Daarnaast is de hulp ingeroepen van een bedrijf dat gespecialiseerd is in methoden voor sociale marketing om zo een innovatief ontwerp op te zetten en te implementeren in andere steden. In de periode 2004-2007 zijn tien Franse proefsteden aan de slag gegaan met het programma. Het succes wordt afgemeten aan een uitgebreide mobilisatie van betrokkenen en de bemoedigende ontwikkeling van de BMI van kinderen in deze steden (een daling van 10 tot 15% van de prevalentie van overgewicht bij kinderen) (Borys, 2010). In het voorjaar van 2010 zijn 225 Franse gemeenten aan de slag met EPODE (Van Koperen & Seidell, 2010).

Zie ook: Preventie gericht op lichaamsgewicht; Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Naar boven


EPODE-aanpak in Europa

EPODE-aanpak in veel Europese landen overgenomen

In andere Europese landen wordt de lokale EPODE-aanpak van overgewicht overgenomen. Zo heeft Spanje sinds 2006 het THAO-programma. In België is in 2006 het programma VIASANO gestart met twee pilotgemeenten. Begin 2010 is het in dertien steden uitgerold, zowel in Vlaams-, Frans- als Duitstalige gebieden. In Griekenland zijn vanaf 2009 een aantal pilotgemeenten volgens de EPODE-aanpak gestart onder de naam PAIDEIATROFI.

OPALZie ook: EPODE European Network

EPODE-aanpak ook overgenomen in Australië en Mexico

Ook buiten Europa is de EPODE-aanpak overgenomen. In Zuid-Australië is in zes gemeenten gestart met het project OPAL (Obesity Prevention and Lifestyle). In 2012 moet het uitgegroeid zijn tot twintig gemeenten. In Mexico is het programma '5 Pasos' (vijf stappen) gestart. Tussen 2009 en 2012 zal het programma zich toespitsen op vijf gebieden: dagelijks lichamelijke beweging, water drinken, groente en fruit eten, verantwoordelijkheid nemen voor de eigen gezondheid en ervaringen delen met vrienden en familie.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Borys JM.Namens het EEN (Europees Epode-Netwerk). Jeugdobesitas voorkomen: De EPODE-methodiek (abstract voor Unilever symposium, mei 2010). 2010.
  • Bulk-Bunschoten AMW, Renders CM, Leerdam FJM van, Hirasing RA.Overbruggingsplan voor kinderen met overgewicht. Amsterdam: VUmc, 2005.
  • Koperen M van, Seidell JC.Overgewichtpreventie, een lokale aanpak naar Frans voorbeeld. Praktische Pediatrie, 2010; 2(mei): 10-14.
  • Romon M, Lommez A, Tafflet M, Basdevant A, Oppert JM, Bresson JL, et al.Downward trends in the prevalence of childhood overweight in the setting of 12-year school- and community-based programmes. Public Health Nutr, 2009; 12(10): 1735-42.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

BMI
Body Mass Index
Maat voor (over)gewicht in kg/(lengte in m2).
OCW
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/ocw
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.