Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie gericht op lichamelijke activiteit
Kwaliteit en doelmatigheid

Lichamelijke activiteit: Wat is het bereik en wat zijn de effecten?

Bereik Effectiviteit

Bereik

Inzicht bereik niet optimaal

Het inzicht in het bereik van preventieve interventies is niet optimaal. Dat geldt ook voor interventies gericht op het stimuleren van de lichamelijke activiteit.

CGL ontwikkelt monitor voor het vastleggen van bereikgegevens

Het RIVM Centrum Gezond Leven ontwikkelt een monitor waarin bereikgegevens van leefstijlinterventies kunnen worden vastgelegd. Deze monitor wordt in de I-database ingebouwd. Implementatie van de monitor vindt plaats in 2011.


Effectiviteit

Effect op beweeggedrag vaak niet bekend

Het overgrote deel van de bestaande beweeginterventies is niet op effectiviteit geëvalueerd. Van de interventies die wél zijn geëvalueerd, draagt slechts een beperkt aantal interventies bij aan meer bewegen (Hamberg-van Reenen et al., 2010; Leemrijse et al., 2009). Het kabinet heeft extra geld beschikbaar gesteld voor onderzoek naar effectiviteit van beweeginterventies. Zo krijgen het NISB, het Mulier instituut en TNO een coördinerende rol om meer effectieve interventies te ontwikkelen. Daarnaast moeten steeds meer interventies voldoen aan strenge richtlijnen voor evaluatie en onderzoek. Dit geldt bijvoorbeeld voor de interventies van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen en de beweegprojecten in de jeugdgezondheidszorg zoals programma Meedoen (VWS, 2008q).

Internationaal wel bewijs voor beweegprogramma’s

Uit internationale literatuur is er echter wel ruime evidentie dat collectieve beweegprogramma’s er op de korte termijn toe leiden dat mensen meer bewegen. Verschillende internationale meta-analyses tonen aan dat beweegprogramma’s onder andere op scholen en op de werkplek een positief effect hebben op het beweeggedrag (Dobbins et al., 2009; Beets et al., 2009; Conn et al., 2009; Hillsdon et al., 2005). Voor kinderen hebben interventies die bestaan uit meerdere componenten als educatie, een beweegprogramma en een omgevingsverandering de grootste kans van slagen. Vooral wanneer zij zich ook richten op meerdere settings als de school, de wijk, ouders en leeftijdgenootjes (Sluijs et al., 2007; De Meester et al., 2009). In de werkomgeving kan het aanbod aan beweeg- en fitnessprogramma’s en het lunchwandelen leiden tot een toename in beweeggedrag onder werknemers (Anderson et al., 2009c; De Kraker et al., 2005).

Zie ook: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen (overgewicht)?

Leefstijlinterventies in I-database beoordeeld op effectiviteit

In de I-database (Interventiedatabase) staat het aanbod van beweeginterventies die in Nederland worden uitgevoerd. Een onafhankelijke Erkenningscommissie beoordeelt de kwaliteit en effectiviteit van de interventies. De interventies in de I-database zijn gerangschikt naar beoordelingsniveau. Interventies met het hoogste beoordelingsniveau staan bovenaan, interventies zonder erkenning staan onderaan. De beoordelingsniveaus zijn:

  • bewezen effectief
  • waarschijnlijk effectief
  • theoretisch goed onderbouwd.

Zie ook: Beoordelingscriteria Erkenningscommissie.

Duur activiteit en locatie beïnvloeden deelname

De duur en de locatie van de beweegactiviteit spelen een rol bij de deelname daaraan. Activiteiten thuis of in de nabije omgeving verdienen bij de meeste mensen de voorkeur. Daarnaast willen mensen ook liever bewegen wanneer het hen uitkomt, in plaats van op een vastgesteld tijdstip (Peters, 2000). TNO vond aanwijzingen dat financiële vergoedingen en individuele begeleiding op de korte termijn de deelname aan beweeginterventies kunnen verhogen (Bernaards et al., 2009).

De invloed van de sociale en fysieke omgeving

Sport- en beweegstimulering heeft meer kans van slagen als de sociale omgeving van het individu daarbij betrokken wordt. Preventieve maatregelen die zich op het gezin, leeftijdgenoten en/of andere personen in de directe omgeving richten blijken effectiever te zijn dan maatregelen die dat niet doen. Ook het betrekken van de fysieke omgeving blijkt een effectieve aanvulling te zijn op het aanpassen van beweeggedrag. Het veranderen van de fysieke omgeving en het effect daarvan op de lichamelijke activiteit en gezondheid worden echter nog onvoldoende onderzocht (Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Zie ook: Wat zijn de oorzaken van onvoldoende lichamelijke activiteit?

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Anderson LM, Quinn TA, Glanz K, Ramirez G, Kahwati LC, Johnson DB, Buchanan LR, Archer WR, Chattopadhyay S, Kalra GP, Katz DL.The effectiveness of worksite nutrition and physical activity interventions for controlling employee overweight and obesity: a systematic review. Am J Prev Med 2009c; 37(4): 340-57
  • Beets MW, Beighle A, Erwin HE, Huberty JL.After-school program impact on physical activity and fitness: a meta-analysis. Am J Prev Med, 2009; 36: 527-37.
  • Berg M van den, Schoemaker CG (red.). Effecten van preventie. Deelrapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 Van gezond naar beter. RIVM-rapport nr. 270061007. Bilthoven: RIVM,2010.
  • Bernaards CM, Ouwehand L, Hildebrandt VH.Effect van prijsstelling en financiële prikkels op participatie van leefstijlprogramma's door volwassenen. Leiden: TNO, 2009.
  • Conn VS, Hafdahl AR, Cooper PS, Brown LM, Lusk SL.Meta-analysis of workplace physical activity interventions. Am J Prev Med, 2009; 37: 330-9.
  • Dobbins M, Corby K de, Robeson P, Husson H, Tirilis D.School-based physical activity programs for promoting physical activity and fitness in children and adolescents aged 6-18. Cochrane Database, 2009; CD007651.
  • Hamberg-van Reenen HH, Bovendeur I, Meijer SA, Savelkoul M, Van den Berg M, Kuunders MNM.(Kosten)effectiviteit van lokaal gezondheidsbeleid. Overzicht van (kosten)effectiviteit van preventieve interventies uit de leeflijnen Tabakspreventie, Integraal alcoholbeleid, Overgewicht en Depressiepreventie. Bilthoven: RIVM, 2010.
  • Hillsdon M, Foster C, Thorogood M.Interventions for promoting physical activity. Cochrane Database Syst Rev 2005(1): CD003180
  • Kraker H de, Hendriksen IJM, Hildebrandt VH, Korte EM de, Maas EEM van der.Het effect van een lunchwandelcampagne op het beweeggedrag van werknemers. Geneeskunde en Sport, 2005; 38: 172-8.
  • Leemrijse CJ, Ooms L, Veenhof C.Evaluatie van kansrijke beweegprogramma's om lichaamsbeweging in de bevolking te bevorderen. Fase 2. Utrecht: Nivel, 2009.
  • Meester F De, Lenthe FJ van, Spittaels H, Lien N, Bourdeaudhuij I De.Interventions for promoting physical activity among European teenagers: a systematic review. Gent: IJBNPA, 2009; 6: 82.
  • Peters L.Sportparticipatie en bewegingsbevordering. In: ZON. Gezond leven; stand van zaken en voorstel voor programmering. Den Haag: ZON, 2000: 135-160.
  • Sluijs EM, McMinn AM, Griffin SJ.Effectiveness of interventions to promote physical activity in children and adolescents: systematic review of controlled trials. BMJ, 2007; 335: 703.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs. Den Haag, 2008q.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NISB
Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen.
URL: http://www.nisb.nl
TNO
Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
URL: http://www.tno.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.