Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie van druggebruik
Bereik en effectiviteit

Drugs: Wat zijn de effecten en welke factoren beïnvloeden de effectiviteit?

Weinig Nederlandse effectstudies drugspreventie beschikbaar

In 2006 is een overzichtsstudie naar de effectiviteit van verslavingspreventie verschenen (Cuijpers et al., 2006). Uit het hierin opgenomen overzicht van het Nederlandse onderzoek op dit gebied blijkt dat het onderzoeksveld jong en in ontwikkeling is, en het onderzoek van wisselende kwaliteit. Het effectonderzoek naar drugspreventie steekt mager af bij met name onderzoek naar effecten van alcoholpreventie. Het effectonderzoek is gericht op mogelijkheden om gebruik te voorkomen of uit te stellen en niet op de relevante vraag of ernstige verslavingsproblemen zijn te voorkomen (Cuijpers et al., 2006). Opvallend is dat er geen effectstudies zijn verricht naar preventie in het uitgaanscircuit, juist een belangrijk aandachtsveld. In het rapport wordt een pleidooi gehouden voor meer (longitudinaal) effectonderzoek en worden aanbevelingen voor onderzoeksthema's gedaan.

Effecten op kennis wisselend

Uitgevoerde evaluaties of effectstudies tonen dat niet alle interventies er in slagen de kennis te vergroten. De Gezonde school en genotmiddelen blijkt hier wel in te slagen. Het project heeft een positief effect op de kennis over genotmiddelen, de risico's van gebruik en waar jongeren met problemen naar toe kunnen (ResCon, 1999; Vogels et al., 2002). Uit een evaluatie (met voor en nameting) van de massamediale campagne over cannabis blijkt deze interventie de kennis over (risico's van) het gebruik van cannabis nauwelijks positief te beïnvloeden. De campagne slaagt er wel in het publiek te bereiken en waardering te oogsten voor de vorm en inhoud van de boodschap, maar slaagt er niet in de kennis te vergroten en de houding en intentie ten aanzien van het gebruik te beïnvloeden (Cuijpers et al., 2006).

Effecten op druggebruik ontbreken nagenoeg

In een overzichtsrapport wordt opgemerkt dat interventies over het algemeen een geringe invloed hebben op de attitude en de intentie van druggebruik en nagenoeg geen invloed op het gebruik van drugs (Cuijpers et al., 2006). Uit een evaluatiestudie naar effecten van de 'Gezonde school en genotmiddelen' blijkt dat de effecten van deze integrale interventie op het gebruik van genotmiddelen bescheiden zijn en in de loop der tijd wegebben. De effecten op het gebruik van cannabis en tabak verdwijnen het snelst, terwijl het effect op alcoholgebruik pas na enkele jaren afneemt (Cuijpers et al., 2002). Uit de evaluatie van de massamediale campagne gericht op cannabis blijkt dat deze interventie op zichzelf geen effect heeft op het gebruik van cannabis. Vanwege de beperkte intensiteit van de interventie kunnen effecten op gebruik ook nauwelijks verwacht worden. Onderzoek ontbreekt om te kunnen vaststellen of de campagne wel het effect van andere interventies versterkt (Cuijpers et al., 2006).

Leefstijlinterventies in I-database gerangschikt naar beoordelingsniveau

In de I-database (Interventiedatabase) staat het aanbod van leefstijlinterventies die in Nederland worden uitgevoerd, onder meer gericht op drugspreventie. Een onafhankelijke Erkenningscommissie beoordeelt de kwaliteit en effectiviteit van de interventies. De interventies in de I-database zijn gerangschikt naar beoordelingsniveau. Interventies met het hoogste beoordelingsniveau staan bovenaan, interventies zonder erkenning staan onderaan.

De beoordelingsniveaus zijn:

  • bewezen effectief
  • waarschijnlijk effectief
  • theoretisch goed onderbouwd.

Meer over beoordelingsniveaus: Beoordelingscriteria Erkenningscommissie.

Factoren die de kans op effect beïnvloeden

Uit meta-analyses van schoolgerichte verslavingspreventie komen de volgende effectieve factoren naar voren: gebruik interactieve methode; werken met 'sociale invloed model' (beschermen tegen sociale druk); ingebed in community programma; door 'peers' geleid; omvatten van life skills training; richten op normen, commitment en intenties om niet te gaan gebruiken; schoolomgeving proberen te veranderen en werken met cognitief-gedragstherapeutische methoden (Cuijpers et al., 2006). Verder wordt in de overzichtsstudie opgemerkt dat interventies gericht op hoogrisicopopulaties (selectief) en op mensen met problemen met genotsmiddelen (geïndiceerd) over het algemeen effectiever zijn dan interventies gericht op de algemene bevolking (universeel). Interventies die goed doordacht zijn en gebaseerd op een theoretisch kader lijken tot meer succes te leiden (Cuijpers et al., 2006).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Cuijpers P, Scholten M, Conijn B.Verslavingspreventie; een overzichtsstudie. Den Haag: ZonMw, 2006.
  • Cuijpers P, Jonkers R, Weerdt I de, Jong A de.The effects of drug abuse prevention at school: the 'Healthy School and Drugs' project. Addiction 2002; 97(1): 67-73.
  • ResCon, Research & Consultancy.De gezonde school en genotmiddelen 1995-1998. Eindevaluatie. Haarlem: ResCon, 1999.
  • Vogels T, Buitendijk SE, Bruil J, Dijkstra NS, Paulussen TGWM.Jongeren, seksualiteit, preventie en hulpverlening. Een verkenning van de situatie in 2002. TNO-rapport nr. 2002.281. Leiden: TNO, 2002.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.