U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Preventie›Gericht op gezondheidsdeterminanten›Preventie gericht op leefstijl›Drugs›Preventie van druggebruik samengevat
Preventie van druggebruik is gericht op het voorkomen van gebruik, het uitstellen van het eerste gebruik, het verminderen van gebruik en het voorkomen van problematisch gebruik en daarmee samenhangende gezondheidsschade. Instrumenten die hierbij worden ingezet variëren van voorlichting (zowel aan het algemeen publiek als aan specifieke doelgroepen) tot wet- en regelgeving. Doelgroepen voor preventie zijn: jongeren, ouders en verzorgers van jongeren, gebruikers van uitgaansdrugs, horecaondernemers, coffeeshophouders, organisatoren van evenementen, druggebruikers (harm reduction) en kinderen van verslaafde ouders (met een verhoogde kans op psychische problemen).
Het druggebruik onder de algemene bevolking in Nederland is in vergelijking met alcohol gering, maar er is de laatste jaren wel sprake van een lichte toename. Cannabis is met ongeveer 3% actuele gebruikers (gebruik in de laatste maand) veruit de meest populaire drug (peiljaar 2001). Voor XTC en cocaïne ligt het aantal actuele gebruikers op respectievelijk 0,5% en 0,4%. Heroïne is niet populair onder de algemene bevolking met niet meer dan 0,1% actuele gebruikers. In tegenstelling tot een licht stijgend druggebruik onder de algemene bevolking is het gebruik van cannabis en XTC onder scholieren tussen 1996 en 2003 licht gedaald. Het gebruik van cocaïne onder scholieren is gestabiliseerd.
Druggebruik kan tot allerlei vormen van gezondheidsschade leiden. Cannabisproducten verminderen het reactie- en concentratievermogen en het korte termijn geheugen, waardoor school- en werkprestaties en verkeersgedrag nadelig beïnvloed kunnen worden. Er is toenemend bewijs dat cannabis psychotische symptomen kan ontlokken, met name bij personen die veel gebruiken en een aanleg hebben voor psychosen. Afgezien van het verslavende effect van harddrugs lopen gebruikers een verhoogde kans op allerlei aandoeningen. Aandoeningen die relatief veel voorkomen bij gebruikers die drugs roken zijn longaandoeningen. Bloedvergiftiging en infecties (waaronder hiv en hepatitis) komen veel voor bij gebruikers die spuiten. Met preventie van druggebruik is dus aanzienlijke gezondheidswinst te behalen.
Verschillende ministeries delen de verantwoordelijkheid voor het drugsbeleid. Het Ministerie van VWS coördineert het drugsbeleid en is verantwoordelijk voor de preventie en hulpverlening. Het Ministerie van Justitie is belast met de handhaving. Aangelegenheden op het gebied van lokaal bestuur en politie vallen onder het Ministerie van BZK. In 2004 heeft het kabinet besloten het cannabisbeleid aan te scherpen, met als één van de voornemens intensivering van preventie. Binnen de landelijke kaders hebben gemeenten mogelijkheden om het drugsbeleid in hun gemeente vorm te geven. Hiermee kunnen zij ondermeer invloed uitoefenen op de beschikbaarheid van drugs. Zo kunnen gemeenten sinds 1996 een lokaal coffeeshopbeleid voeren.
Het Trimbos-instituut is aangewezen als Gezondheidsbevorderend Instituut (GBI) op het terrein van drugs. Als GBI speelt het Trimbos-instituut een centrale rol bij de ontmoediging van druggebruik in ons land. Naast ontwikkelen en coördineren van uitgifte van voorlichtingsmateriaal en -activiteiten, uitvoeren massamediale campagne en ondersteunen van professionals, beheert het instituut een telefonische informatielijn en een website waar mensen voor informatie terecht kunnen. Op lokaal en regionaal niveau voeren medewerkers van de regionale instellingen voor verslavingszorg preventieactiviteiten uit. Vooral op scholen en in het uitgaanscircuit wordt in een aantal regio's intensief samengewerkt met de regionale GGD'en. Verder voeren medewerkers van scholen en jongerencentra, maar ook van de politie, activiteiten uit om het druggebruik bij jongeren tegen te gaan. Zij worden hierbij ondersteund door professionals van de genoemde lokale en regionale organisaties.
De meeste preventieve interventies zijn gericht op risicogroepen en worden aangeboden op de plaats waar deze risicogroepen te vinden zijn. Schoolgaande jongeren kunnen worden bereikt op school, ouders van (allochtone) jongeren in de wijk en (potentiële) gebruikers van zogenaamde uitgaansdrugs in het uitgaansleven. Voorbeelden van landelijke interventies in deze settings zijn: Gezonde school en genotmiddelen, Homeparty en Uitgaan en Drugs.
Net als bij veel andere interventies op het gebied van preventie bestaat er bij preventie van druggebruik een onvolledig beeld van het bereik en de effecten van het aanbod onder de doelgroep. Dit komt vooral doordat interventies niet systematisch worden geëvalueerd. Wel uitgevoerde effectstudies tonen dat preventieve interventies over het algemeen een geringe invloed hebben op de attitude en de intentie van druggebruik en nagenoeg geen invloed op het gebruik van drugs. Interventies gericht op hoogrisicopopulaties (selectief) en op mensen met problemen met genotsmiddelen (geïndiceerd) zijn over het algemeen effectiever dan interventies gericht op de algemene bevolking (universeel). Interventies die goed doordacht zijn en gebaseerd op een theoretisch kader lijken tot meer succes te leiden.
Inzicht in de totale kosten voor preventie van druggebruik ontbreekt. Wel zijn er kosten bekend op deelterreinen. Voor 2003 zijn de uitgaven aan preventie drugsmisbruik geschat op 6,8 miljoen euro. Dit omvat de kosten van de landelijke interventies: testen van uitgaansdrugs, spuitomruil en Gezonde school en genotmiddelen (samen 5,1 miljoen) en de uitgaven aan gezondheidsbescherming (1,7 miljoen euro). Preventieve activiteiten worden uit verschillende bronnen bekostigd: begroting, (gemeentelijke) budgetten Welzijnswet en WCPV, projectgelden en AWBZ.
Internationaal onderscheidt het Nederlandse beleid zich door grote aandacht voor "harm reduction" dat een belangrijk uitgangspunt van het Nederlandse durgsbeleid is. Zweden en Noorwegen leggen juist meer nadruk op de drugsvrije samenleving. In een aantal landen krijgt preventie gericht op doelgroepen of settings steeds meer aandacht. De EDDRA-database van de EMCDDA biedt gedetailleerde en gestandaardiseerde informatie over preventieprogramma's in EU-landen. In EU verband bieden onder meer het Actieprogramma Volksgezondheid en artikel 152 van het verdrag van Amsterdam ruimte voor preventie van druggebruik.