Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie gericht op alcoholgebruik
Bereik en effectiviteit

Alcohol: Wat zijn de effecten?

Effecten wet en regelgeving Effecten massamediale campagnes Effecten selectieve en geïndiceerde preventie

Effecten wet en regelgeving

Verhogen van minimumleeftijd voor het kopen van alcohol lijkt effectief

Er zijn verschillende maatregelen ingesteld om de beschikbaarheid van alcohol in te perken, waaronder het instellen of aanscherpen van leeftijdsgrenzen, het aantal verkooppunten en de openingstijden van verkooppunten. Uit onderzoek blijkt dat het instellen of verhogen van de minimumleeftijd om alcohol te kopen, leidt tot een afname in alcoholconsumptie door jongeren (Wagenaar et al., 2005; Wagenaar & Toomey, 2002). Hetzelfde is te zeggen over het aantal verkooplocaties. Een afname van het aantal verkooplocaties lijkt gepaard te gaan met een afname in alcoholconsumptie. Andersom leidt een toename in het aantal verkooplocaties tot een hogere alcoholconsumptie (Campbell et al., 2009; Van den Berg & Schoemaker, 2010). Ten slotte lijkt een vergelijkbaar patroon te gelden voor de openingstijden van verkooplocaties: verlenging van openingstijden in de horeca leidt tot meer alcoholgerelateerde incidenten. Het beperken van openingstijden leidt weer tot minder alcoholgerelateerde problemen (STAP, 2008). Dit zou zowel voor het vervroegen van toegangstijden als voor het vervroegen van sluitingstijden gelden. Voor effecten van beperkingen in aantal en openingstijden van verkooppunten is de bewijslast minder sterk dan voor beperkingen in verkoopleeftijd (Toomey et al., 2007; Toomey & Wagenaar, 2002; Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Prijsmaatregelen alcohol hebben invloed op de verkoop en consumptie

Consumenten reageren op prijsveranderingen van alcohol, zoals ze ook reageren op prijsveranderingen van andere producten. Verhoging van de prijs van alcohol leidt tot verlaging van de verkoop en consumptie van alcohol (WHO, 2009; Van den Berg & Schoemaker, 2010). De relatieve betaalbaarheid van alcohol is in de afgelopen tien jaar toegenomen in Nederland (Rabinovich et al., 2009; Van den Berg & Schoemaker, 2010).

De verhoging van de accijns op sterke drank in Nederland met bijna 20% in 2003 leidde tot een vermindering van de verkoop van sterk drank (Van der Wilk et al., 2007). In 2006 is deze accijnsverhoging weer ongedaan gemaakt. Dit werd gevolgd door een stijging van de verkoop van sterke drank (zie ook: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?). Met behulp van het CZM is berekend wat de verwachte effecten zijn van accijnsverhoging volgens twee scenario's (Van den Berg & Schoemaker, 2010). Het gaat om een verhoogde accijns op bier van drie cent per flesje en een accijnsverhoging naar het niveau van Zweden, het land met de hoogst alcoholaccijnzen van Europa. Na honderd jaar zou de cumulatieve gezondheidswinst in het eerste scenario 13.000 QALY's zijn en het Zweedse scenario meer dan 600.000 QALY's. De kosteneffectiviteitsratio ligt rond de 5.000 euro per gewonnen QALY (Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Naleving bepaalt effectiviteit wet- en regelgeving

Wet- en regelgevende maatregelen zijn in theorie werkzaam, maar naleving en draagvlak zijn hiervoor essentieel (Dekker et al., 2006; Meijer et al., 2006). Regels moeten voldoende maatschappelijk draagvlak hebben zodat het alcoholgebruik of -probleem niet verschuift of mensen de regels gaan ontwijken (Jansen et al., 2002). De naleving van wet- en regelgeving over alcohol is afhankelijk van de complexiteit en de toegankelijkheid van de regels (Smallenbroek & Ten Elshof, 1994). In 2004 is de Drank- en Horecawet geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat de wet redelijk wordt nageleefd. Bijna alle levensmiddelenzaken brengen tegenwoordig een duidelijke scheiding aan tussen alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. De naleving van de leeftijdsgrenzen behoeft echter nog verbetering (VWS, 2004q).

Kopen van alcohol door minderjarigen nog erg gemakkelijk

Jongeren onder de wettelijk toegestane leeftijd krijgen alcohol makkelijker mee dan verkopers aangeven. Dit blijkt uit de 'Monitor Alcoholverstrekking Jongeren'. De monitor werd in 1999, 2001, 2003, 2005 en 2007 uitgevoerd en zowel jongeren als verkopers werden ondervraagd. De bestelpogingen van zwak-alcoholhoudende dranken door jongeren beneden de 16 jaar laten tussen 2001 en 2007 een dalende trend zien in alle sectoren (slijterij, levensmiddelenzaak en horeca) (Kruize & Bieleman, 2008). Het bestellen van sterke drank in horecagelegenheden laat ongeveer hetzelfde beeld zien. Bij het kopen van sterke drank in slijterijen is voor het eerst sprake van een daling bij de 16-17-jarigen. Ondanks dat het aantal jongeren dat alcohol probeert te kopen daalt, blijft het aantal geslaagde kooppogingen hangen op ongeveer 85%. Dit geldt voor alle categorieën leeftijden en alle soorten ondernemingen, zowel voor zak-alcoholhoudende als sterke drank (Kruize & Bieleman, 2008; VWS et al., 2007).

Naar boven


Effecten massamediale campagnes

Massamediale campagnes op zichzelf niet effectief

Massamediale campagnes gericht op alcohol in het algemeen hebben meestal een effect op kennis en houding maar niet zozeer op het alcoholgebruik zelf (Anderson et al., 2009e; DPC & TNS NIPO, 2007). Investeringen in maatregelen die alleen uit voorlichting bestaan zullen relatief gezien vrijwel niets opleveren ten opzichte van dezelfde investeringen in bijvoorbeeld wetshandhaving, prijsbeleid of verantwoord verkopen (Babor et al., 2003). Voorlichting kan wel effect hebben op de bewustwording van alcoholgerelateerde problemen en op het draagvlak voor specifieke maatregelen en beleidsveranderingen. Alcoholvoorlichting past bij een breder alcoholbeleid maar is dus geen effectieve preventiemaatregel op zichzelf (Anderson & Baumberg, 2006).

Evaluatie toont gunstig effect op kennis en voorgenomen drinkgedrag

Uit een evaluatie van de zomercampagne 'Ben jij sterker dan drank?' (en later 'DRANK, de kater komt later') komt een gunstig effect op kennis en voorgenomen drinkgedrag van jongeren naar voren. De jongeren die tijdens hun vakantie voorlichting kregen van andere jongeren (peer-education) gaven aan minder te hebben gedronken tijdens hun vakantie dan jongeren die niet deelnamen aan de interventie. Het is echter onduidelijk of jongeren tijdens het uitgaan daadwerkelijk minder hebben gedronken (De Graaff, 2003). Ook over de gedragseffecten van de andere deelcampagnes van 'Drank maakt meer kapot dan je lief is' is weinig bekend. Er is niet onderzocht of bekendheid met de campagnes en bezoek aan de verschillende websites ook tot alcoholmatiging leidt.

Gedragsverandering door integrale aanpak

Een integrale aanpak van het alcoholbeleid is het meest effectief om tot een effect te komen op het schadelijk drinken van de bevolking. Dat betekent dat het beleid moet bestaan uit een mix van maatregelen gericht op de hele bevolking en maatregelen gericht op meer riskant drinkgedrag, zoals rijden onder invloed (Babor, 2002; Rehn et al., 2001). Optimaal effect wordt bereikt door een combinatie van maatregelen die samen de hele drinkomgeving beïnvloeden en aandacht hebben voor voorlichting, regelgeving en handhaving (Rehn et al., 2001; Dekker et al., 2006; Holder, 1998).

Gezonde school in beoordelingsfase Erkenningscommissie

Het project 'De gezonde school en genotmiddelen' momenteel nog als 'theoretisch goed onderbouwd' beoordeeld door de Erkenningscommissie. Aangescherpte criteria voor bewezen effectiviteit maken een herbeoordeling door de Erkenningscommissie noodzakelijk. In afwachting daarvan is het paneloordeel 'deels effectief' hier vervangen door 'theoretisch goed onderbouwd'. Op scholen waar de interventie plaatsvond is in drie jaar tijd het aantal drinkers minder snel toegenomen dan op scholen waar de interventie niet plaatsvond. Ook het aantal glazen dat leerlingen per week drinken en het aantal glazen dat per keer wordt gedronken nam minder snel toe en de kennis over alcohol is toegenomen. In de houding die jongeren hebben ten opzichte van alcohol en persoonlijke effectiviteit is geen verschil geconstateerd tussen de scholen. De persoonlijke effectiviteit is de mate waarin jongeren inschatten er in te slagen om in sociale situaties (zoals op feestjes) niet te drinken (Cuijpers et al., 2002).

Gecombineerde lesprogramma's lijken effectiever dan losse lesprogramma's

Lesprogramma's in combinatie met ouderinterventies zijn effectiever in het reduceren van alcoholconsumptie dan lesprogramma's alleen. Verschillende studies geven dit aan (Jones et al., 2007b). Sinds kort zijn de effecten van een lesprogramma, een ouderinterventie (gericht op attitude en regels) en een combinatie van beide programma's bij middelbare scholieren bekend. Alleen de combinatie van beide programma's leidde tot minder alcoholgebruik onder de jongeren (Koning et al., 2009). Twee jaar na aanvang van de interventie dronk meer dan 40% van de jongeren in de controleklassen wekelijks alcohol. In de gecombineerde interventieklassen was dit 10% lager. De effecten op alcoholconsumptie van gecombineerde interventies voor jongeren en hun ouders zijn klein maar wel significant. De kans dat een jongere in de komende anderhalf tot tweeënhalf jaar begint met drinken, nam met ongeveer 30% af (Smit et al., 2008; Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Naar boven


Effecten selectieve en geïndiceerde preventie

Effecten selectieve en geïndiceerde interventies nog vrijwel onbekend

De meeste selectieve en geïndiceerde preventieve interventies zijn nog niet onderzocht op hun effectiviteit (Meijer et al., 2006). Slechts enkele geïndiceerde preventieve interventies voor volwassenen en ouderen zijn geëvalueerd op het terugdringen van de risicostatus, dat wil zeggen of mensen minder gaan drinken dan de gangbare richtlijn voor verantwoord alcoholgebruik (Gezondheidsraad, 2004h). Het bestuderen van de effecten op de incidentie van alcoholgerelateerde stoornissen volgens de DSM-criteria is geen traditie in alcoholonderzoek waardoor dergelijke onderzoeken nauwelijks verwacht kunnen worden. Veel van deze interventies hebben overigens al wel hun waarde bewezen in de behandeling van mensen met alcoholgerelateerde problemen en stoornissen, zelfs met aantoonbare gunstige effecten op alcoholgerelateerde mortaliteit (Cuijpers et al., 2006).

Internetinterventies hebben wel effect maar nog niet op lange termijn

Er zijn verschillende internetinterventies ontwikkeld voor mensen met overmatig alcoholgebruik. Hiervan zijn tot nu toe voornamelijk kortdurende effecten aangetoond. De website ‘Minder drinken’ resulteerde na een half jaar in minder probleemdrinkers, maar na een half jaar was dit effect niet meer significant (Riper et al., 2008; Smit et al., Submitted). 'Minder drinken' is in 2009 door de Erkenningscommissie erkend als waarschijnlijk effectief in het verminderen van probleemdrinkgedrag voor de korte termijn van zes maanden. De internettest ‘Drinktest’ liet geen blijvende gedragseffecten zien onder Nederlandse mannen, wel bij vrouwen. Het percentage mensen met overmatig alcoholgebruik daalde na de test (en een computergegenereerd drinkadvies), maar na een half jaar was dit effect ook niet meer significant (Boon et al., in press; Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Vroegtijdige onderkenning in eerstelijn heeft effect

Kortdurende interventies gericht op probleemdrinkers in de eerstelijn hebben effect op individueel niveau en kunnen een effect hebben op de volksgezondheid omdat ze veel worden toegepast. Scenarioberekeningen met het CZM laten zien dat screening en behandeling van huisartspatiënten met overmatig alcoholgebruik gezondheidswinst kan opleveren. De maximale gezondheidswinst zou over honderd jaar 56.000 QALY's kunnen zijn (Tariq et al., 2009a). De kosteneffectiviteitsratio ligt rond de 5.000 euro per gewonnen QALY. Intensieve interventies in de verslavingszorg hebben alleen effect op individueel niveau. Door de kleine schaal waarop ze worden uitgevoerd hebben ze geen effect op het niveau van de gehele volksgezondheid (Anderson & Baumberg, 2006; Cuijpers et al., 2006).

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpChronische Ziekten Model

Naar boven


Leefstijlinterventies in I-database gerangschikt naar beoordelingsniveau

In de I-database (Interventiedatabase) staat het aanbod van leefstijlinterventies die in Nederland worden uitgevoerd, onder meer gericht op alcoholgebruik. Een onafhankelijke Erkenningscommissie beoordeelt de kwaliteit en effectiviteit van de interventies. De interventies in de I-database zijn gerangschikt naar beoordelingsniveau. Interventies met het hoogste beoordelingsniveau staan bovenaan, interventies zonder erkenning staan onderaan.

De beoordelingsniveaus zijn:

  • bewezen effectief
  • waarschijnlijk effectief
  • theoretisch goed onderbouwd.

Meer informatie over:

Handreiking Gezonde Gemeente biedt interventieoverzichten van beoordeelde interventies

De Handreiking Gezonde Gemeente biedt interventieoverzichten van aanbevolen interventies voor de thema’s roken, overgewicht, depressie, alcohol en seksuele gezondheid. Dit zijn interventies die ten minste theoretisch goed onderbouwd zijn. Daarnaast worden interventies weergegeven die 'goed beschreven' zijn. Dit zijn interventies die door praktijkprofessionals beoordeeld zijn en voldoen aan drie basale kwaliteitseisen: 1) goed beschreven; 2) bevat een handleiding en 3) bevat een procesevaluatie.

Direct naar:

Overzicht beoordeelde interventies op het terrein van alcoholgebruik

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Anderson P, Baumberg B. Alcohol in Europe: a public health perspective. London: Institute of Alcohol Studies,2006.
  • Anderson P, Chisholm D, Fuhr DC.Effectiveness and cost-effectiveness of policies and programmes to reduce the harm caused by alcohol. Lancet, 2009e; 373: 2234-46.
  • Babor T.Linking Science to Policy. The role of international collaborative research. Alcohol Res Health, 2002; 26(I).
  • Babor TF, Caetano R, Casswell S, Edwards G, Giesbrecht N, Graham K, et al.Alcohol: No ordinary commodity. Research and public policy. Oxford: University Press, 2003.
  • Berg M van den, Schoemaker CG (red.). Effecten van preventie. Deelrapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 Van gezond naar beter. RIVM-rapport nr. 270061007. Bilthoven: RIVM,2010.
  • Boon B, Risselada A, Huiberts A A, Smit F.Reduced alcohol consumption in male adults due to a one time coputer tailored advice: a randomized controlled trial. Addiction, in press.
  • Campbell CA, Hahn RA, Elder R, Brewer R, Chattopadhyay S, Fielding J, et al.The effectiveness of limiting alcohol outlet density as a means of reducing excessive alcohol consumption and alcohol-related harms. Am J Prev Med, 2009; 37: 556-69.
  • Cuijpers P, Scholten M, Conijn B.Verslavingspreventie; een overzichtsstudie. Den Haag: ZonMw, 2006.
  • Cuijpers P, Jonkers R, Weerdt I de, Jong A de.The effects of drug abuse prevention at school: the 'Healthy School and Drugs' project. Addiction 2002; 97(1): 67-73.
  • Dekker E, Dalen WE van, Kuunders MMAP, Mulder J.Beleid onder invloed. Alcoholpreventiebeleid in Nederland. Utrecht: STAP, 2006.
  • DPC & TNS NIPO, Dienst Publiek en Communicatie & TNS NIPO.Eindrapportage campagne 'Alcohol en Opvoeding'. Den Haag: DPC, 2007.
  • Gezondheidsraad.Risico’s van alcoholgebruik bij conceptie, zwangerschap en borstvoeding. Den Haag: Gezondheidsraad, 2004h; 22.
  • Graaff D de.Zomercampagne 2002: een evaluatie van de 'peer'-benadering. Haarlem: ResCon, 2003.
  • Holder H.Alcohol and the community. A systems approach to prevention. Cambridge: Cambridge University Press, 1998.
  • Jansen J, Schuit AJ, Lucht F van der. Tijd voor gezond gedrag. Bevordering van gezond gedrag bij specifieke groepen. Themarapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2002. RIVM-rapport nr. 270555004. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,2002.
  • Jones L, James M, Jefferson T, Lushey C, Morleo M, Stokes E, et al.A review of the effectiveness and cost-effectiveness of interventions delivered in primary and secondary schools to prevent and/or reduce alcohol use by young people under 18 years old. London: NICE, 2007b.
  • Koning IM, Vollebergh WAM, Smit F, Verdurmen JEE, Eijnden RJJM van den, Bogt TFM ter, et al.Preventing heavy alcohol use in adolescents (PAS): cluster randomized trial of a parent and student intervention offered separately and simultaneously. Addiction, 2009; 104: 1669-78.
  • Kruize A, Bieleman B.Monitor alcoholverstrekking jongeren 2007. Groningen: Intraval, 2008.
  • Meijer SA, Smit F, Schoemaker C, Cuijpers P. Gezond verstand: evidence-based preventie van psychische stoornissen. RIVM-Rapport nr. 270672001; VTV Themarapport. Bilthoven/Utrecht: RIVM/Trimbos-instituut,2006.
  • Rabinovich L, Brutscher P, Vries H de, Tiessen J, Clift J, Reding A.The affordability of alcoholic beverages in the European Union. Cambridge: RAND Europe, 2009.
  • Rehn N, Room R, Edwards G (red.).Alcohol in the European Region – consumption, harm and policies. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe, 2001.
  • Riper H, Kramer J, Smit F, Conijn B, Schippers G, Cuijpers P.Web-based self-help for problem drinkers: A pragmatic randomized trial. Ediction, 2008; 103(2): 218-227.
  • Smallenbroek AJH, Elshof EJ ten.Beoordeling van Drank- en Horecawet. Naar een wet op de openbare inrichtingen? Den Haag: SGBO, 1994.
  • Smit E, Verdurmen J, Monshouwer K, Smit F.Family interventions and their effect on adolescent alcohol use in general populations; a meta-analysis of randomized controlled trials. Drug Alcohol Depend, 2008a; 97: 195-206.
  • Smit F, Riper H, Kramer J, Schippers G, Cuijpers P.Cost-effectiveness of a web-based selfhelp intervention for problem drinking: randomized trial. Submitted.
  • STAP, Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid.Sluitingstijdenbeleid. Utrecht: STAP, 2008.
  • Tariq L, van den Berg M, Hoogenveen RT, van Baal PH. Cost-effectiveness of an opportunistic screening programme and brief intervention for excessive alcohol use in primary care. PLoS One2009a; 4(5): e5696
  • Toomey TL, Lenk KM, Wagenaar AC.Environmental policies to reduce college drinking: an update of research findings. J Stud Alcohol Drugs, 2007; 68: 208-19.
  • Toomey TL, Wagenaar AC.Environmental policies to reduce college drinking: options and research findings. J Stud Alcohol Suppl, 2002;: 193-205.
  • VWS et al., VWS, VWA en Intraval.Monitor alcoholverstrekking jongeren 2007. Factsheet. 2007.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Evaluatie van de Drank en Horecawet 2000. Den Haag: VWS, 2004q.
  • Wagenaar AC, Lenk KM, Toomey TL.Policies to reduce underage drinking. A review of the recent literature. Recent Dev Alcohol, 2005; 17: 275-97.
  • Wagenaar AC, Toomey TL.Effects of minimum drinking age laws: review and analyses of the literature from 1960 to 2000. J Stud Alcohol Suppl, 2002;: 206-25.
  • WHO, World Health Organization Regional Office for.Evidence for the effectiveness and cost–effectiveness of interventions to reduce alcohol-related harm. Copenhagen, 2009.
  • Wilk EAvan der, Melse JM, Broeder JMden, Achterberg PW.Leren van de buren: Beleid publieke gezondheid internationaal bezien: roken, alcohol, overgewicht, depressie, gezondheidsachterstanden, jeugd, screening. Bilthoven: 2007.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CZM
Chronische ziekten model
DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
QALY
Quality-adjusted life-year
Maat voor kwaliteit van een levensjaar (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit de resterende levensduur en de kwaliteit van leven van een persoon na interventie. QALY's worden berekend als een schatting van de gewonnen levensjaren, waarbij elk jaar vermenigvuldigd wordt met een gewicht (ook wel utiliteit genoemd) dat de kwaliteit van leven weergeeft van de persoon in dat jaar.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.