Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie gericht op ouderen
Bereik en effectiviteit

Ouderen: Welke factoren beïnvloeden de effectiviteit?

Maatregelen moeten inspelen op de heterogeniteit onder ouderen

Succesvolle preventie maatregelen moeten goed zijn afgestemd op de doelgroep ouderen en rekening houden met de grote verschillen tussen ouderen (Gezondheidsraad, 2009). De preventieve mogelijkheden zijn bij jonge ouderen anders dan bij de oudste ouderen (ouder dan 85 jaar). Een ander onderscheid is te maken tussen fragiele en actieve ouderen. Daar tussen zijn allerlei profielen te onderscheiden, afhankelijk van zelfredzaamheid, ziektelast en kwetsbaarheid (Gezondheidsraad, 2009). Fragiele ouderen zijn moeilijker te bereiken en zullen vooral in hun thuissituatie of verzorgings-/ verpleeghuis moeten worden benaderd (Van Wieringen & Thomas, 2003). Actieve ouderen daarentegen zijn via veel meer kanalen te bereiken zoals ouderenbonden, seniorenraden, gezondheidszorg- en welzijnsinstellingen, (allochtone) zelforganisaties, vrijwilligersorganisaties, internet, media, de kerk en de moskee (NIGZ, 2004f). Bovendien zijn ouderen een heterogene groep en daarom moeten interventies rekening houden met specifieke culturele, persoonlijke en lichamelijke behoeften van ouderen. Andere factoren die de effectiviteit beïnvloeden zijn het bevorderen van de betrokkenheid van ouderen, het tot een minimum beperken van reistijd en het gebruiken van een combinatie van verschillende gezondheidsbevorderende strategieën tegelijk (Lang & Resch, 2008; Lis et al., 2008).

Goede samenwerking verhoogt effectiviteit van interventies

Een factor die de effectiviteit van preventieve interventies in het algemeen positief beïnvloedt, is een versterkte samenwerking tussen landelijke en regionaal/lokaal werkende organisaties (Van der Wilk et al., 2007; Verweij & den Broeder, 2006). Op dit moment is het aanbod van preventieve interventies voor ouderen sterk versnipperd. Voor veel onderwerpen wordt een groot aantal verschillende interventies aangeboden, maar deze vinden meestal alleen lokaal plaats. Door kennis en middelen te bundelen kunnen effectievere programma's worden ontwikkeld en aangeboden. Een voorbeeld van samenwerkingsverbanden is het integreren van de gebieden wonen, zorg en welzijn tot zogenaamde woon-zorg-centra. Dit zorgt voor een goede setting waar preventieve interventies kunnen worden aangeboden. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling van 'consultatiebureaus voor ouderen' (CbO's) die een integrale preventieve zorg voor ouderen bieden (Bakker et al., 2008a). Echter de inbedding van het CbO in de reguliere gezondheidszorg blijkt vaak niet geregeld, hoewel intensieve samenwerking van CbO’s met huisartsen voor de hand ligt.

Geïntegreerde maatregelen nodig voor preventie van beperkingen

Voor preventie van beperkingen zijn complexe interventies nodig die op verschillende niveaus op de determinanten aangrijpen. Ze moeten een geïntegreerd geheel aan maatregelen omvatten: van medische behandeling en revalidatie tot ondersteuning bij activiteiten, hulpmiddelen, zorgvoorzieningen en aanpassingen in de fysieke en sociale omgeving (Gezondheidsraad, 2009; BDNP, 2004).

Multifactoriële aanpak ook meest succesvol bij valpreventie

Een combinatie van verschillende methoden die zich op verschillende aandachtsgebieden tegelijk richten, is waarschijnlijk ook het meest effectief bij valpreventie (Savelkoul, 2008; Kennisnetwerk Valpreventie, 2007; Chang et al., 2004a). Ook moet de samenwerking tussen de verschillende betrokken organisaties en de bevoegde overheidsinstanties vergroot worden om de effectiviteit te bevorderen (Savelkoul, 2008; Kennisnetwerk Valpreventie, 2007; Van Laeken, 2003; Drewes, 2006b). Door multidisciplinaire, multifactoriële interventieprogramma’s gericht op risicofactoren met betrekking tot gezondheid en omgeving zou de valkans met ongeveer een kwart kunnen afnemen (Gillespie et al., 2003). Ook een benadering die dichter aansluit bij de beleving van ouderen (namelijk de angst om te vallen), lijkt betere resultaten te hebben. Het verminderen van de angst om te vallen is niet alleen gericht op vallen maar ook op zelfredzaamheid en psychisch functioneren (Gezondheidsraad, 2009).

De effectiviteit van interventies kan ook verhoogd worden door vooraf deelnemers te selecteren op een verhoogde kans om te vallen. Dat kan met het vaststellen van een individueel risicoprofiel ofwel een combinatie van voorspellers. Uit het risicoprofiel kunnen bovendien aangrijpingspunten worden gehaald voor preventie waardoor de interventie beter op de doelgroep kan worden afgestemd. Ook dit kan de effectiviteit vergroten (Savelkoul, 2008; Kennisnetwerk Valpreventie, 2007).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bakker E, Jaspers N, Kraakman M, Visser G.Consultatiebureau voor Ouderen. Visiedocument. Utrecht: Platform CbO, Kenniscentrum Ouderen, Vilans, 2008.
  • BDNP, Burden of Disease Network Project.Disability in old age. Final report. Conclusions and recommendations. Jyväskylä: Jyväskylä University Press, 2004.
  • Chang JT, Morton SC, Rubenstein LZ, Mojica WA, Maglione M, Suttorp MJ, et al.Interventions for the prevention of falls in older adults: systematic review and meta-analysis of randomised clinical trials. BMJ, 2004a; 328-680.
  • Drewes JB.Preventie van vallen bij ouderen. In: Publieke gezondheid: Achtergrondstudies. Den Haag: RVZ, 2006b;: 233-57.
  • Gezondheidsraad.Preventie bij ouderen: focus op zelfredzaamheid. Den Haag: GR, 2009.
  • Gillespie LD, Gillespie WJ, Robertson MC, Lamb SE, Cumming RG, Rowe BH. Interventions for preventing falls in elderly people. Cochrane Database of Systematic Reviews,2003; 4 (CD000340).
  • Kennisnetwerk Valpreventie.http: //www.kennisnetwerkvalpreventie.nl (geraadpleegd juni 2007). Amsterdam: Kennisnetwerk Valpreventie, 2007.
  • Laeken M van.Een overzicht van effectieve strategieën voor valpreventie bij senioren. Brussel: Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie, 2003.
  • Lang G, Resch K.Evidence-based Guidelines on Health Promotion for Older People: Social determinants, Inequality and Sustainability. 33 European Best-Practice Projects: A Case-Study Evaluation of Health Promotion for Older People. Research Institute of the Red Cross/HealthPROelderly, 2008.
  • Lis K, Reichert M, Cosack A, Billings J, Brown P (red.).Evidence-Based Guidelines on Health Promotion for Older People. Vienna: Austrian Red Cross, 2008.
  • NIGZ, Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie.Factsheet: Ouderen en gezondheidsbevordering. Tips voor participatie. Woerden: NIGZ, 2004f.
  • Savelkoul M. Preventie van vallen bij senioren (55 jaar en ouder). In: Lanting LC, Hoeymans N (eindred.). Let op letsels. Preventie van ongevallen, geweld en suïcide. RIVM-rapport nr. 270102001. Bilthoven: RIVM,2008.
  • Verweij A, Broeder JM den.Redenen om integraal gezondheidsbeleid te voeren. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, < http: //www.nationaalkompas.nl> Preventie\ Thema's\ Integraal gezondheidsbeleid, 13 maart 2006. 2006.
  • Wieringen JCM van, Thomas R.Inventarisatie op hoofdlijnen van het Amsterdams aanbod van preventie-activiteiten op het terrein van welzijn en gezondheid voor ouderen. Rapport 2: Systematische preventie bij ouderen in Amsterdam. Amsterdam: COSBO, 2003.
  • Wilk EA van der, Melse JM, Broeder JM den, Achterberg PW (red.). Leren van de buren. Beleid publieke gezondheid internationaal bezien: roken, alcohol, overgewicht, depressie, gezondheidsachterstanden, jeugd, screening. RIVM-rapport nr. 270051010. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,2007.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.