Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Preventie gericht op ouderen
Bereik en effectiviteit

Ouderen: Wat is het bereik en wat zijn de effecten?

Weinig bekend over bereik en effecten interventies

De kennis over de effectiviteit van preventieve interventies is fragmentarisch en heterogeen en ontbreekt op diverse terreinen nog. Ook over het bereik van interventies gericht op ouderen is weinig bekend. Er is veel meer bekend over determinanten die tot beperkingen in het functioneren kunnen leiden, dan over preventieve acties die dat proces tegengaan (Gezondheidsraad, 2009). De interventies waarvan de effectiviteit is onderzocht zijn vaak kleinschalige, lokale interventies en daarom kunnen niet altijd concrete uitspraken worden gedaan die van toepassing zijn op het volledige aanbod aan interventies. Op dit moment zijn er nog weinig landelijke resultaten. Zie tabel 1 (valpreventie), tabel 2 (bewegen) en tabel 3 (overig) voor een selectie van interventies waarvan het bereik of de effectiviteit bekend is. Zie ook het rapport 'Gezond ouder worden in Nederland' voor informatie over het bereik en de effecten van interventies gericht op ouderen (Zantinge et al., 2011)

Er bestaat tot nu toe geen wetenschappelijk bewijs dat de de Consultatiebureaus voor Ouderen (CbO's) in de huidige vorm effectief en doelmatig zijn (Gezondheidsraad, 2009). Om te onderzoeken of de consultatiebureaus voor ouderen een belangrijke rol (kunnen) spelen in het voorkomen en oplossen van gezondheidsproblemen wordt de effectiviteit van consultatiebureaus voor ouderen in opdracht van ZonMw onderzocht. Dit onderzoek loopt in 2010 af (VWS, 2007m; VWS, 2007n).

Leefstijlinterventies in I-database gerangschikt naar beoordelingsniveau

In de I-database (Interventiedatabase) staat het aanbod van leefstijlinterventies die in Nederland worden uitgevoerd, onder meer gericht op ouderen. Een onafhankelijke Erkenningscommissie beoordeelt de kwaliteit en effectiviteit van de interventies. De interventies in de I-database zijn gerangschikt naar beoordelingsniveau. Interventies met het hoogste beoordelingsniveau staan bovenaan, interventies zonder erkenning staan onderaan.

De beoordelingsniveaus zijn:

  • bewezen effectief
  • waarschijnlijk effectief
  • theoretisch goed onderbouwd.

Meer over beoordelingsniveaus: Beoordelingscriteria Erkenningscommissie.

Vooral risicogroepen moeilijk bereikbaar

Maatwerk en aandacht voor verschillen tussen ouderen is een voorwaarde om tot een goed preventiebeleid te komen. Dit geldt zeker voor risicogroepen, zoals ouderen met een laag inkomen, eenzame ouderen, ouderen met overgewicht en allochtone ouderen. Hoewel zij een verhoogde kans hebben op fysieke, sociale of psychische problemen, zijn juist deze ouderen moeilijk te bereiken. Dit wordt vooral veroorzaakt door gebrek aan capaciteit en er wordt nog niet veel prioriteit aan gegeven. Om meer ouderen uit risicogroepen te bereiken is het van belang om de wensen en behoeften van deze ouderen in kaart te brengen (Schippers et al., 2009).


Valpreventie

Tabel 1: Bereik en effectiviteit van een aantal preventieactiviteiten gericht op vallen bij ouderen.

Naam activiteit

Bereik en effectiviteit

Grip op eigen veiligheid (nu Halt u valt)

Afname aantal valongevallen van ouderen buitenshuis (afname 16% bij de interventiegroep, afname 11% bij de controlegroep) (Wijlhuizen & Radder, 2003).

Vallen verleden tijd

Dit programma wordt momenteel op verschillende plaatsen verspreid over Nederland gegeven. Na afloop van het programma is een significante afname van 46% in het aantal valincidenten ten opzichte van vóór het programma gemeten. De afname ten opzichte van een groep die geen programma volgde is ook 46% (ook significant). Andere significante effecten zijn dat deelnemers meer vertrouwen hebben over hun balans en beter in staat zijn om tijdens het lopen met obstakels om te gaan (Weerdesteyn et al., 2006).

In Balans

De cursus heeft geleid tot een verbetering van de balans en heeft een positief effect op enkele met mobiliteit samenhangende variabelen. Dit draagt bij aan de preventie van valongevallen en bevordert de mobiliteit. Een onderzoek waarin het effect van ‘In Balans’ gekwantificeerd is (in combinatie met een ander programma) blijkt dat deelnemers een significant lager risico op vallen hebben dan de controlegroep. Het resultaat beperkt zich tot de groep met een klein risico op vallen, voor de kwetsbare ouderen met een groot risico op vallen heeft de interventie geen bewezen effect (Faber et al., 2006b).

Gezond en Vitaal

Het programma is alleen effectief op het gebied van bewustwording van de veiligheid van het eigen huis. Maar het aantal valongevallen na het programma daalt niet significant. Ook de angst voor een valongeval neemt niet af (Savelkoul, 2008).

Bewegen valt goed!

De evaluatie toont aan dat een positieve attitude, kennis en eigen effectiviteit op het gebied van bewegen en valpreventie is toegenomen. Ook is er een sterke indicatie dat de deelnemers door het programma meer zijn gaan bewegen. Daarnaast zijn deelnemers beter gaan bewegen en is het oordeel over hun eigen gezondheid verbeterd. Er is een voorzichtige indicatie dat deelnemers minder zijn gaan vallen na deelname aan het programma (Wijlhuizen & Nauta, 2007).

Blijf Staan

Het programma is getest in zes verzorgingshuizen. Ondanks dat niet duidelijk kan worden aangetoond dat het aantal valongevallen door het programma is gereduceerd geven de Meldingen Incidenten Cliënten (MIC) registraties wel aan dat in één jaar tijd het vallen met gemiddeld 20% is afgenomen. De module gericht op de psychogeriatrie is volledig gebaseerd op een interventie die resulteerde in een reductie van 36% in valincidenten (Neyens, 2007).

Woon wijs, voorkom vallen

In mei 2004 heeft 25% van de ouderen boven de 65 jaar (in zeven gemeenten) deelgenomen aan activiteiten rondom valpreventie, 10% van de ouderen boven de 65 (in zeven gemeenten) heeft een check van de woning laten uitvoeren, in 8% van de woningen van de doelgroep zijn aanpassingen gedaan om de veiligheid te bevorderen (NIGZ, 2005).

'Verbetertraject Valpreventie' van Zorg voor Beter

Afname van het aantal mensen dat viel met 28% in de instellingen die meededen aan het verbetertraject. Ook het aantal gezondheidsklachten als gevolg van vallen ging omlaag (Vaal & Neyens, 2008).

Voor een overzicht van valpreventieprojecten en in hoeverre die geëvalueerd zijn, zie ook: Valpreventieprojecten op website van het Kennisnetwerk valpreventie.

Naar boven


Bewegen

Tabel 2: Bereik en effectiviteit van een aantal preventieactiviteiten gericht op bewegen bij ouderen.

Naam activiteit

Bereik en effectiviteit

Meer bewegen voor ouderen (MBvO) (1x per week):

Na tien weken geen effecten op subjectieve gezondheid en kwaliteit van leven, slechts beperkte effecten op fysieke fitheid en zelfredzaamheid; MBvO 2x per week: klein positief effect op drie fitheidsmaten en kwaliteit van leven bij de van tevoren minst actieve ouderen; relatief meer individuele vooruitgang in fitheid bij relatief oudere ouderen (75+) en personen met chronische aandoeningen (Hopman-Rock & De Greef, 2002).

Gezond en Vitaal

De minst actieve deelnemers bewegen na het volgen van Gezond en Vitaal 4,5 keer zo veel als daarvoor; (te) hoge bloeddruk van minder actieven is afgenomen en bloedsuikergehalte en overgewicht van vrouwen is verminderd (Westhoff & Hopman-Rock, 2002).

Nederland in Beweging (NiB)

Kijkers van NiB rapporteerden meer te zijn gaan bewegen dan niet-kijkers. Bovendien is zowel bij kijkers als bij niet-kijkers een toename in vitaliteit, mentale gezondheid, gedrag en kennis omtrent bewegen waar te nemen. Het verschil in toename tussen kijkers en niet-kijkers is te klein om het effect aan NiB toe te schrijven (Borghouts & Hopman-Rock, 2001).

Bewegen met plezier

In de helft van de geïnterviewde woon/zorgvoorzieningen is het percentage deelnemers aan bewegingsactiviteiten met circa 10-20% toegenomen. In de overige geïnterviewde locaties is het deelnemerspercentage niet veranderd. Op basis van de resultaten van de vragenlijst lijkt onder deze groep woon/zorgvoorzieningen (n=29) geen verandering te zijn opgetreden in het percentage deelnemers aan bewegingsactiviteiten (gemiddeld circa 30% gebleven). Uit de vragenlijst komt naar voren dat een groot deel van de respondenten (woon/zorgvoorzieningen) (circa 75%) de FLASH campagne als (zeer)positief beoordeelt en dat de helft van de respondenten (n=15) ook bekend is met de Bewegen met plezier campagne (Van Overbeek et al., 2006).

GALM

GALM leidt tot een meer lichamelijk actieve leefstijl; het totale energieverbruik van GALM-deelnemers neemt tijdens sport- en beweegactiviteiten toe. Positieve verschillen na deelname aan het gehele GALM bewegingsprogramma (18 maanden) worden gevonden voor ervaren fitheid, beenkracht, dynamische balans, schouderlenigheid, uithoudingsvermogen, de Body Mass Index (BMI) en voedingsgedragkenmerken. Duidelijk is dat deelnemers met het meeste energieverbruik meer vooruitgaan op fitheidsmaten dan deelnemers met minder energieverbruik (GALM, 2009).

Naar boven


Overig

Tabel 3: Bereik en effectiviteit van een aantal overige preventieactiviteiten gericht op ouderen.

Onderwerp

Bereik en effectiviteit

Influenzavaccinatie

Zie voor influenzavaccinatie: wat is het bereik? en wat zijn de effecten?

Borstkankerscreening

Zie voor borstkankerpreventie: wat is het bereik? en wat zijn de effecten?

Psychische aandoeningen

Zie voor preventie van depressie: wat is het bereik? en wat zijn de effecten?

Eenzaamheid

Veel deelnemers aan ‘Zin in vriendschap’ rapporteerden een toename in kwantiteit en kwaliteit van hun vriendschappen (healthPROelderly, 2009).

Medicijngebruik

'Reductie van gebruik van reactievermogen beïnvloedende geneesmiddelen, in het bijzonder benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen) door ouderen, in het kader van terugdringing van letsel door vallen en ongevallen': na 21 maanden werd een reductie van 26% in benzodiazepine voorschrijving gevonden na de verzending van een brief met stopadvies. 13% van de patiënten bleef gedurende de gehele follow-up benzodiazepine vrij. 24% van de ontvangers van de brief met stopadvies lukte het op korte termijn te stoppen (6 maanden na de brief) (Gorgels et al., 2005). Bij het valpreventieprogramma 'Blijf staan' is aangetoond dat in de loop van het project het aantal meldingen van medicijnincidenten is afgenomen met 40% (Neyens, 2007). In zorginstellingen die deelnamen aan het driejarige Verbetertraject Medicatieveiligheid van Zorg voor Beter is het aantal medicatie-incidenten met ruim de helft gedaald (Zorg voor Beter, 2009a).

Decubitus (doorliggen) preventie

Deelname aan het verbetertraject Decubitus heeft geleid tot: een grotere bewustwording bij medewerkers over de noodzaak van vroegtijdig herkennen van decubitus; het beter en eerder signaleren van risico’s op decubitus; betere informatie voor de cliënt en mantelzorger; en een betere samenwerking binnen de instelling. Ook leidde deelname tot een daling van de incidentie van decubitus. De helft van de deelnemende zorgteams bracht gedurende één jaar de incidentie van decubitus (graad 2 tot en met 4) met 50% of meer terug. Vier van de negen deelnemers hadden bij hun eindmeting geen enkel nieuw geval van decubitus meer ontwikkeld (Zorg voor Beter, 2009b).

Ageing-well-projecten

Er is sprake van toename van kennis, zelfwaardering en maatschappelijke participatie. De deelnemers waarderen de projecten gemiddeld met een 7,8, de vrijwilligers met een 7,4 en de organisatoren met een 7,6 (schaal van 0 tot 10). Van de vrijwilligers vindt 84% dat de doelen zijn bereikt, bij de organisatoren is dat 79,5%. Van de deelnemers vindt 82% het project nuttig. Een kleine meerderheid (53%) geeft expliciet aan er steun aan te hebben gehad (Kenniscentrum lokaal ouderenbeleid, 2005). Andere resultaten zijn een afname in eenzaamheid (Activerend huisbezoek), toename lichamelijke activiteit (Big! Move), toename ervaren sociale steun en betere ervaren gezondheid (Succesvol ouder worden), betere coping vaardigheden (Op weg naar gouden jaren) (healthPROelderly, 2009).

Consultatiebureau voor Ouderen (CbO)

Uit een evaluatie van een Consultatiebureau voor Ouderen in Dongen blijkt dat bijna driekwart van de ouderen naar aanleiding van advies van het CbO hun levensstijl heeft aangepast en meer dan 60% heeft een afspraak gemaakt bij hun eigen huisarts. Het Consultatiebureau voor Ouderen geeft meer inzicht in de eigen gezondheid en zorgt voor een gezondere levensstijl bij ouderen (healthPROelderly, 2009). Een evaluatie van CbO's in Zeeland en Amersfoort/Soest naar het effect van preventief gezondheidsonderzoek op hart- en vaatziekten, vallen, osteoporose en depressie vond voor de totale groep geen verbetering voor de risico’s voor de gekozen onderwerpen. Bij ‘subgroepen’ binnen de totale groep deelnemers treden wel verbeteringen op. Dat geldt vooral voor de onderwerpen hart- en vaatziekten, vallen en kwaliteit van leven. Dit wijst er op dat het preventief gezondheidsonderzoek bij ouderen gedragsverandering in gang kan zetten en kan leiden tot een betere gezondheid van ouderen. De resultaten zijn slechts een indicatie, om dit echter daadwerkelijk vast te kunnen stellen is uitgebreider onderzoek nodig (Gijsen et al., 2009).

Preventief huisbezoek

Uit een literatuurstudie van interventiestudies bleek dat intensieve huisbezoekenprogramma's gericht op ouderen met slechte gezondheid niet effectief zijn. Er was geen significant gunstig effect op mortaliteit, gezondheid, zorggebruik en kosten (Bouman et al., 2008a).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Borghouts JAJ, Hopman-Rock M.Evaluatie ‘Nederland in Beweging! televisie’. Een effectevaluatie. Leiden: TNO, 2001.
  • Bouman AIE, Van Rossum E, Nelemans P, Kempen GIJM, Knipschild PG.Effecten van intensieve huisbezoekenprogramma's. Een systematische literatuurstudie voor ouderen met gezondheidsproblemen. Tijdschrift voor Verpleeghuisgeneeskunde, 2008a; 33: 148-153.
  • Faber MJ, Bosscher RJ, Chin A Paw MJ, Van Wieringen PC.Effects of Exercise Programs on Falls and Mobility in Frail and Pre-Frail Older Adults: A Multicenter Randomized Controlled Trial. Arch Phys Med Rehabil, 2006b; 87: 885-96.
  • GALM, Groningen Actief Leven Model.Effecten van het GALM bewegingsprogramma op de mate van lichamelijke activiteit en andere leefstijlkenmerken, fitheid, ervaren gezondheid en dagelijks functioneren van sedentaire senioren. http: //www.galm.nl (geraadpleegd februari 2009) GALM, 2009.
  • Gezondheidsraad.Preventie bij ouderen: focus op zelfredzaamheid. Den Haag: GR, 2009.
  • Gijsen E, Lei T van der, Schaik J van.Preventief gezondheidsonderzoek bij ouderen. Effectenonderzoek en procesevaluatie. Zeist/Goes: GGD Midden Nederland/GGD Zeeland, 2009.
  • Gorgels WJMJ, Oude Voshaar RC, Mol AJJ.Discontinuation of long-term benzodiazepine use by sending a letter to users in family practice: a prospective controlled intervention study. Drug and Alcohol Dependence, 2005; 78: 49-56.
  • healthPROelderly.Database: models of health promotion for older people http: //www.healthproelderly.com/database/ (geraadpleegd februari 2009). Wenen: Austrian Red Cross, 2009.
  • Hopman-Rock M, Greef M de.Effectevaluatie van nieuwe groepen Meer Bewegen voor Ouderen-Gymnastiek. Leiden: TNO-PG, 2002.
  • Kenniscentrum Lokaal Ouderenbeleid.Kenniscentrum Lokaal Ouderenbeleid. http: //www.lokoud.nl (geraadpleegd 26 juli 2005). Kenniscentrum Lokaal Ouderenbeleid, 2005.
  • Neyens JCL.Fall prevention in psychogeriatric nursing home residents. Proefschrift. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2007.
  • NIGZ, Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie.http: //www.quidatabank.nl Woerden: NIGZ, 2005.
  • Overbeek K van, Hespen ATH van, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M.Evaluatie Bewegen met plezier: FLASH!-beweegcampagne voor 55-plussers. TNO-rapport KvL/JPB 2006.018. Leiden: TNO, 2006.
  • Savelkoul M. Preventie van vallen bij senioren (55 jaar en ouder). In: Lanting LC, Hoeymans N (eindred.). Let op letsels. Preventie van ongevallen, geweld en suïcide. RIVM-rapport nr. 270102001. Bilthoven: RIVM,2008.
  • Schippers A, Albers B, Kuijper M, Marx R, Overbeek M van, Visser G.Zorg voor morgen. Schets van preventieve zorg voor ouderen. Utrecht: Vilans, 2009.
  • Vaal J, Neyens J.Minder valincidenten bij deelnemers aan Zorg voor Beter. Verbetertraject Valpreventie. Fysiotherapie en ouderen, 2008: 26-33.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Bijlage actualisatie ouderenbeleid. Den Haag: VWS, 2007m.
  • VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Consultatiebureau voor ouderen. Kamerstuk, 21 december 2007. DMO-CB-U-2808019. Den Haag: VWS, 2007n.
  • Weerdesteyn V, Rijken H, Geurts ACH, Smits-Engelsman BCM, Mulder T, Duysens A (red.).Five-week exercise program can reduce falls and improve obstacle avoidance in the elderly. Gerontology, 2006; 52: 131-41.
  • Westhoff MH, Hopman-Rock M.Dissemination and implementation of ‘Aging Well and Healthily’. A health education and exercise program for older adults. Journal of Aging and Physical Activity 2002; 10: 381-94.
  • Wijlhuizen GJ, Nauta S.Evaluatie bewegingsstimulering en valpreventie bij allochtone ouderen; een pilotstudie. Leiden: TNO, 2007.
  • Wijlhuizen GJ, Radder JJ.Effectevaluatie Grip op eigen veiligheid. Resultaten van een onderzoek naar het effect van een multimethode interventie gericht op reductie van ongevallen bij ouderen in Sneek (65+). Leiden: TNO, 2003.
  • Zantinge EM, Wilk EA van der, Wieren S van, Schoemaker CG (redactie) Gezond ouder worden in Nederland. Bilthoven: RIVM,2011.
  • Zorg voor Beter.Ruim 50% minder medicatie-incidenten na verbetertraject. 27 januari 2009. http: //www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/medicatieveiligheid/nieuwsberichten/ruim-50-minder-medicatie-incidenten-door-verbetertraject/ (geraadpleegd februari 2009). Zorg voor Beter, 2009a.
  • Zorg voor Beter.Factsheet Resultaten verbetertraject decubitus Groep 2. http: //www.zorgvoorbeter.nl/docs/Factsheet_Resultaten_Groep_2_Decubitus_.pdf (geraadpleegd februari 2009). Zorg voor Beter, 2009b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ZonMw
Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie
URL: http://www.zonmw.nl

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.